C2

Historisch Nederlands

Historisch Nederlands

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.

Overzicht

Historisch Nederlands omvat de taalkundige kenmerken van het Nederlands door de eeuwen heen: van Middelnederlands (ca. 1150-1500) via Vroegnieuwnederlands (1500-1650) naar het huidige Standaardnederlands. Op C2-niveau heb je een bewustzijn van de historische ontwikkeling van de taal.

Hoe het werkt

Periodes van het Nederlands

Periode Tijdvak Kenmerken
Oudnederlands tot ca. 1150 Nauwelijks bewaard; germaanse kenmerken
Middelnederlands 1150-1500 Vier naamvallen; rijke literatuur (Maerlant, Van Maerlant)
Vroegnieuwnederlands 1500-1650 Standaardisering; Statenvertaling (1637)
Nieuwnederlands 1650-heden Verdere standaardisering; spelling-hervormingen

Historische grammaticale kenmerken

Naamvallen (verdwenen in modern Nederlands):

Naamval Functie Rest in heden
Nominatief Subject Geen apart kenmerk
Accusatief Direct object Geen apart kenmerk
Datief Indirect object Vaste uitdrukkingen (ten huize van)
Genitief Bezit/relatie 's morgens, samenstellingen (des konings)

Verouderd persoonlijk voornaamwoord:

  • gij/ge (2e persoon formeel, heden archaïsch of Vlaams)
  • du (archaïsch 2e persoon enkelvoud)

Invloed op het heden

Historische invloed Voorbeeld in huidig Nederlands
Genitief -s 's lands recht, samenstellingen
Datief uitdrukkingen ten goede komen, van harte, ten tijde van
Conjunctief Leve!, Moge!

Voorbeelden in context

Middelnederlands (fragment): "In Vlaendren woude een ridder saen..." (In Vlaanderen woonde ooit een ridder)

Vroegnieuwnederlands (Statenvertaling, 1637): "In den beginne schiep God den hemel en de aarde."

Modern vergelijk: In het begin schiep God de hemel en de aarde.

Gebruiksnotities

Kennis van historisch Nederlands is nuttig voor:

  • Het lezen van historische documenten en literatuur
  • Begrijpen van vaste uitdrukkingen met archaïsche kenmerken
  • Etymologie en woordbetekenisontwikkeling
  • Academische taalwetenschap

Oefentips

  1. Statenvertaling lezen. Lees een fragment en identificeer de historische kenmerken.
  2. Etymologisch woordenboek. Zoek de herkomst van tien veelgebruikte woorden op.
  3. Archaïsmen herkennen. Maak een lijst van vaste uitdrukkingen die historische naamvallen bevatten.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Ouderwetse Vormen in het NederlandsC1

Meer C2-concepten

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen