A1

Regelmatige werkwoorden op -ire in het Italiaans

Verbi Regolari in -IRE

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Bij regelmatige Italiaanse werkwoorden op -ire zonder -isc- haal je -ire van de infinitief en voeg je -o, -i, -e, -iamo, -ite, -ono toe: dormo, dormi, dorme, dormiamo, dormite, dormono. Hetzelfde patroon geldt onder meer voor partire, sentire en aprire. Niet elk werkwoord op -ire volgt dit patroon: bij werkwoorden als finire verschijnt in een deel van de vormen -isc-.

Overzicht

De infinitief (de onverbogen vorm die in het Nederlands vaak met “te” wordt weergegeven) van deze werkwoorden eindigt op -ire: dormire “slapen”, partire “vertrekken”, sentire “horen, voelen” en aprire “openen”. Ze behoren tot de derde Italiaanse vervoeging. In dit artikel gaat het om de regelmatige groep waarbij de stam rechtstreeks de gewone uitgangen krijgt, dus zonder de toevoeging -isc-.

Dit patroon leer je al op A1-niveau, omdat je er meteen gewone handelingen en situaties mee kunt beschrijven: wanneer iemand vertrekt, hoe lang je slaapt, wat je hoort en wie iets opent. De tegenwoordige tijd gebruik je voor wat nu gebeurt, voor gewoonten en vaak ook voor een geplande nabije toekomst. Eén vervoeging dekt dus veel alledaagse gesprekken.

Voor Nederlandstaligen is vooral dit verschil belangrijk: in het Nederlands staat het onderwerp bijna altijd bij de persoonsvorm — “ik slaap”, “wij vertrekken”. In het Italiaans laat je het onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert) vaak weg, omdat de uitgang al aangeeft om welke persoon het gaat. Partiamo alle otto betekent zonder noi al “We vertrekken om acht uur”.

Hoe het werkt

Van infinitief naar stam

Neem eerst de infinitief en verwijder -ire. Wat overblijft is de stam (het vaste deel waarop je de uitgangen zet).

Infinitief Betekenis Stam
dormire slapen dorm-
partire vertrekken part-
sentire horen; voelen sent-
aprire openen apr-

Daarna voeg je een uitgang toe die bij het onderwerp hoort.

De zes uitgangen

Persoon Voornaamwoord Uitgang dormire Nederlandse betekenis
1e persoon enkelvoud io -o dormo ik slaap
2e persoon enkelvoud tu -i dormi jij slaapt
3e persoon enkelvoud lui / lei / Lei -e dorme hij/zij slaapt; u slaapt
1e persoon meervoud noi -iamo dormiamo wij slapen
2e persoon meervoud voi -ite dormite jullie slapen
3e persoon meervoud loro -ono dormono zij slapen

De complete reeks is dus:

-o, -i, -e, -iamo, -ite, -ono

Let vooral op de derde persoon: dorme is enkelvoud, dormono is meervoud. Het geslacht verandert de werkwoordsvorm niet: zowel lui dorme als lei dorme. Ook het beleefde Lei (“u” tegen één persoon) krijgt de derde persoon enkelvoud: Lei parte oggi?

Vier modelwerkwoorden

Persoon dormire partire sentire aprire
io dormo parto sento apro
tu dormi parti senti apri
lui / lei / Lei dorme parte sente apre
noi dormiamo partiamo sentiamo apriamo
voi dormite partite sentite aprite
loro dormono partono sentono aprono

Leer niet alleen losse vormen, maar hoor ook het ritme van elke reeks. Parto, parti, parte verschillen maar in één klinker; partiamo, partite, partono maken daarna de persoon duidelijk.

Onderwerp weglaten

Omdat de uitgangen verschillend zijn, klinkt een Italiaans persoonlijk voornaamwoord vaak overbodig:

  • Dormo poco. — Ik slaap weinig.
  • Partite domani? — Vertrekken jullie morgen?
  • Aprono alle nove. — Ze gaan om negen uur open.

Gebruik io, tu, noi en de andere voornaamwoorden wel als je nadruk of contrast wilt aangeven:

  • Io parto, ma Luca resta. — Ík vertrek, maar Luca blijft.
  • Noi dormiamo qui; loro dormono in albergo. — Wij slapen hier; zij slapen in een hotel.

Ontkenningen en vragen

Voor een ontkenning zet je non direct vóór de vervoegde vorm:

  • Non sento niente. — Ik hoor niets.
  • Non partiamo oggi. — We vertrekken vandaag niet.

Een gewone ja-neevraag heeft meestal dezelfde woordvolgorde als een mededeling; de intonatie en het vraagteken maken er een vraag van:

  • Parti domani. — Je vertrekt morgen.
  • Parti domani? — Vertrek je morgen?

Dat is anders dan in het Nederlands, waar “je vertrekt” in een vraag vaak “vertrek je” wordt. Kopieer die Nederlandse omkering niet naar het Italiaans.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Dormo otto ore. Ik slaap acht uur. io is weggelaten; -o geeft de eerste persoon aan.
A che ora parti? Hoe laat vertrek je? Vraag zonder omkering en meestal zonder tu.
Mia figlia dorme già. Mijn dochter slaapt al. Derde persoon enkelvoud op -e.
Partiamo per Firenze domani mattina. We vertrekken morgenochtend naar Florence. Tegenwoordige tijd voor een concreet toekomstplan.
Sentiamo la musica. We horen de muziek. sentiamo kan “wij horen” betekenen.
Sentite questo rumore? Horen jullie dit geluid? -ite hoort bij voi.
Non sento bene. Ik hoor niet goed. non staat vóór het werkwoord.
Apri la finestra, per favore? Doe je het raam open, alsjeblieft? In deze vraag is apri de vorm bij tu.
Il museo apre alle dieci. Het museum gaat om tien uur open. Een zaak of instelling kan onderwerp zijn.
Aprono la porta. Ze openen de deur. -ono geeft de derde persoon meervoud aan.
Noi partiamo, ma loro dormono ancora. Wij vertrekken, maar zij slapen nog. Voornaamwoorden maken het contrast nadrukkelijk.
Lei parte oggi, signora Bianchi? Vertrekt u vandaag, mevrouw Bianchi? Beleefd Lei met de vorm op -e.
Sento freddo. Ik heb het koud. Letterlijk gebruikt het Italiaans sentire: kou voelen.
Questo sapone profuma, ma io non sento niente. Deze zeep ruikt lekker, maar ik ruik niets. sentire kan afhankelijk van de context ook “ruiken/waarnemen” zijn.

Veelgemaakte fouten

1. Overal -isc- invoegen

  • Fout: Dormisco otto ore.
  • Goed: Dormo otto ore.
  • Waarom: dormire hoort bij de groep zonder -isc-. De uitgang -o komt rechtstreeks na dorm-. Bij finire is finisco wél goed, maar dat is een ander patroon.

2. Nederlandse of andere Italiaanse uitgangen mengen

  • Fout: Noi partite alle otto.
  • Goed: Noi partiamo alle otto.
  • Waarom: noi vraagt -iamo; -ite hoort bij voi. Koppel elke vorm dus aan een persoon, niet alleen aan de betekenis van het werkwoord.

3. De -e van de derde persoon vergeten

  • Fout: Maria dormi.
  • Goed: Maria dorme.
  • Waarom: dormi hoort bij informeel enkelvoud tu. Een naam als Maria, en ook lui, lei of beleefd Lei, krijgt dorme.

4. Het onderwerp altijd uitspreken

  • Onnatuurlijk zonder bijzondere nadruk: Io dormo poco. Io parto presto. Io apro il negozio.
  • Natuurlijker: Dormo poco. Parto presto. Apro il negozio.
  • Waarom: anders dan in het Nederlands hoeft het Italiaans niet telkens “ik” te noemen. Gebruik io hier alleen als “ík, in tegenstelling tot iemand anders” bedoeld is.

5. Nederlandse vraagvolgorde nabootsen

  • Fout: Parti tu domani? als neutrale vertaling van “Vertrek je morgen?”
  • Gewoonlijk: Parti domani?
  • Waarom: Italiaans hoeft onderwerp en werkwoord niet om te draaien. Parti tu? kan wel, maar legt nadruk op tu: “Ben jíj degene die vertrekt?”

6. Denken dat elk werkwoord op -ire volledig regelmatig is

  • Fout uitgangspunt: “Het eindigt op -ire, dus finio of venio zal wel goed zijn.”
  • Goed: finisco, vengo.
  • Waarom: de infinitief alleen vertelt niet altijd tot welk patroon een werkwoord behoort. Leer bij een nieuw werkwoord minstens de io-vorm mee en controleer zo nodig een woordenboek.

Gebruiksnotities

Sentire is ruimer dan Nederlands “horen”

Sentire kan betekenen dat je iets met je zintuigen waarneemt of lichamelijk ervaart. De context bepaalt daarom vaak de beste Nederlandse vertaling:

  • Sento una voce. — Ik hoor een stem.
  • Sento freddo. — Ik heb het koud / ik voel kou.
  • Sento un buon profumo. — Ik ruik een lekkere geur.

Daarnaast kom je later sentirsi tegen, letterlijk een wederkerende vorm: Mi sento bene betekent “Ik voel me goed”. Dat is niet dezelfde zinsbouw als het eenvoudige sento uit de vervoegingstabel.

Partire met tijd en bestemming

Voor een vertrektijd gebruik je vaak a met het lidwoord: partire alle otto “om acht uur vertrekken”. Voor de bestemming staat dikwijls per: partire per Roma “naar Rome vertrekken”. De plaats waarvandaan iemand vertrekt, volgt vaak op da: partire da Milano “uit Milaan vertrekken”.

De tegenwoordige tijd kan naar de nabije toekomst wijzen

Bij een duidelijke tijdsbepaling is geen aparte toekomstvorm nodig: Partiamo venerdì kan gewoon “We vertrekken vrijdag” betekenen. Dat lijkt op Nederlands “Vrijdag vertrekken we”. Het gaat dan om een geregeld, besloten of als vast voorgesteld plan.

Voi en beleefdheid

Voi betekent normaal “jullie” en krijgt -ite: Partite oggi? Tegen één persoon gebruikt de standaardtaal beleefd Lei met -e: Parte oggi? Regionaal of in oudere taal kan voi ook als beleefde aanspreekvorm voor één persoon voorkomen, maar als beginner kun je het best tu tegenover Lei aanhouden.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet te beheersen, maar ze voorkomen dat je de eenvoudige regel te ver doortrekt.

Zonder -isc- betekent niet automatisch overal regelmatig

De tegenstelling “met of zonder -isc-” beschrijft alleen een patroon in de tegenwoordige tijd. Sommige andere werkwoorden op -ire gebruiken geen -isc-, maar hebben toch een afwijkende stam, bijvoorbeeld venire → vengo en salire → salgo in de io-vorm. Gebruik dormire, partire, sentire en aprire als veilige modellen voor het patroon van dit artikel.

Bij sommige werkwoorden moet je eenvoudig leren of ze -isc- nemen. Je kunt dit niet betrouwbaar uit de Nederlandse betekenis of alleen uit de laatste drie letters voorspellen. Een handige woordenboeknotitie is daarom: infinitief plus io-vorm, bijvoorbeeld partire — parto tegenover finire — finisco.

Andere tijden hebben hun eigen regels

De huidige uitgangen gelden alleen voor de presente, de tegenwoordige tijd. In de voltooide tijd gebruik je een voltooid deelwoord (een vorm zoals Nederlands “geslapen” of “geopend”) met een hulpwerkwoord:

  • Ho dormito. — Ik heb geslapen.
  • Sono partito / partita. — Ik ben vertrokken.
  • Ho sentito. — Ik heb gehoord / gevoeld.
  • Ho aperto. — Ik heb geopend.

Hier zie je meteen twee latere aandachtspunten. Partire gebruikt doorgaans essere, waardoor partito/partita zich aan het onderwerp aanpast. En hoewel aprire in de tegenwoordige tijd regelmatig is, is het voltooid deelwoord aperto, niet aprito. Regelmatigheid in één tijd garandeert dus geen regelmatigheid in alle tijden.

De gerundiumvorm

Voor een handeling die aan de gang is, leer je later vormen op -endo: dormendo, partendo, sentendo, aprendo. Met stare krijg je bijvoorbeeld Sto dormendo: “Ik ben aan het slapen.” Houd deze vormen apart van de zes gewone persoonsuitgangen van de tegenwoordige tijd.

Oefentips

  1. Maak een raster uit het hoofd. Schrijf links io, tu, lui/lei, noi, voi, loro en vul eerst alleen -o, -i, -e, -iamo, -ite, -ono in. Vervoeg daarna dormire, partire, sentire en aprire zonder naar de tabel te kijken.
  2. Oefen in korte contrasten. Zeg bijvoorbeeld Io parto, tu dormi en daarna natuurlijker Parto, ma tu dormi. Zo train je tegelijk de uitgang en het Italiaanse weglaten van het onderwerp.
  3. Leer nieuwe werkwoorden met een controle-vorm. Noteer niet alleen dormire, maar dormire — dormo. Zie je finire — finisco, dan weet je meteen dat het nieuwe werkwoord bij het andere -ire-patroon hoort.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen