A1

Ontkenning met nicht/kein in het Duits

Verneinung mit nicht/kein

Overzicht

In het Duits zijn er twee manieren om iets te ontkennen: nicht en kein. Het kiezen van de juiste ontkenning is een van de eerste grammaticale uitdagingen voor beginners, maar de basisregel is duidelijk en met wat oefening snel te beheersen.

Kein gebruik je in plaats van een (onbepaald) lidwoord bij zelfstandige naamwoorden. Nicht gebruik je voor al het overige: werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en zinsdelen met een bepaald lidwoord. Het Nederlandse 'niet' en 'geen' volgen een vergelijkbaar patroon.

Hoe het werkt

Kein: vervangt een (onbepaald) lidwoord

Geslacht Bevestigend Ontkennend
Mannelijk (nom.) ein Mann kein Mann
Vrouwelijk (nom.) eine Frau keine Frau
Onzijdig (nom.) ein Kind kein Kind
Mannelijk (acc.) einen Mann keinen Mann
Meervoud keine Männer

Nicht: voor al het overige

Gebruik Voorbeeld
Werkwoord ontkennen Ich komme nicht.
Bijvoeglijk naamwoord Das ist nicht gut.
Bijwoord Er fährt nicht schnell.
Met bepaald lidwoord Ich nehme nicht das Buch, sondern den Stift.
Eigennaam Das ist nicht Frau Müller.

Positie van nicht:

  • Doorgaans aan het einde van de zin
  • Vóór bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden of zinsdelen die je speciaal wilt ontkennen

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich habe kein Auto. Ik heb geen auto. kein vervangt 'ein Auto'
Er ist kein Lehrer. Hij is geen leraar. kein bij beroep
Sie kommt nicht. Zij komt niet. nicht bij werkwoord
Das ist nicht richtig. Dat klopt niet. nicht bij bijvoeglijk nw.
Ich verstehe das nicht. Ik begrijp dat niet. nicht aan het einde
Wir haben keine Zeit. Wij hebben geen tijd. keine bij abstracte nw.
Er trinkt keinen Kaffee. Hij drinkt geen koffie. keinen (acc. mannelijk)
Das ist nicht das Buch. Dat is het boek niet. nicht bij bepaald lidwoord
Keine Probleme! Geen problemen! keine bij meervoud
Ich arbeite heute nicht. Ik werk vandaag niet. nicht na tijdsbepaling

Veelgemaakte fouten

"nicht" gebruiken waar "kein" hoort

  • Fout: Ich habe nicht Auto.
  • Correct: Ich habe kein Auto.
  • Waarom: Bij telbare naamwoorden zonder bepaald lidwoord gebruik je kein, niet nicht.

"kein" gebruiken voor bijvoeglijke naamwoorden

  • Fout: Das ist kein gut.
  • Correct: Das ist nicht gut.
  • Waarom: Nicht ontkent bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden.

Nicht op de verkeerde positie plaatsen

  • Fout: Ich nicht komme.
  • Correct: Ich komme nicht.
  • Waarom: In een gewone hoofdzin staat nicht na het vervoegde werkwoord.

Oefentips

  1. Onthoud de vuistregel: als je 'geen + zelfstandig naamwoord' kunt zeggen, gebruik je kein. Voor alles anders nicht.
  2. Zet bevestigende zinnen om naar ontkennende zinnen — oefen zowel kein als nicht.
  3. Let in Duitstalige teksten op kein/nicht en vraag je af waarom de schrijver de ene of de andere vorm koos.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Onbepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsA1

Meer A1-concepten

Wil je Ontkenning met nicht/kein in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen