De infinitief met *at* in het Deens
Infinitiv med At
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.
Kort samengevat
Voor een Deense infinitief (de onverbogen vorm van het werkwoord) staat vaak at: at spise ‘eten’, at læse ‘lezen’. Na modale werkwoorden als kan, vil, skal, må en bør blijft at weg: Jeg kan svømme ‘Ik kan zwemmen’. Nederlands te en om te zijn nuttige geheugensteuntjes, maar komen niet altijd precies met Deens at overeen.
Overzicht
De infinitief is de basisvorm van een werkwoord: spise ‘eten’, forstå ‘begrijpen’ en gå ‘gaan’. De vorm verwijst op zichzelf niet naar een persoon of een tijd. In woordenlijsten staat een Deens werkwoord daarom meestal in deze vorm. Veel infinitieven eindigen op -e, maar korte vormen als gå, se, få en bo doen dat niet.
At is het infinitiefteken: een klein woord vóór de infinitief dat ongeveer dezelfde taak kan hebben als Nederlands te. Je hebt het nodig in veel combinaties met een ander werkwoord, bijvoorbeeld prøve at forstå ‘proberen te begrijpen’, en in onpersoonlijke zinnen als Det er godt at vide ‘Dat is goed om te weten’.
Dit onderwerp hoort bij A1, omdat je er meteen langere zinnen mee kunt bouwen. De beginnersregel is overzichtelijk: leer veelvoorkomende combinaties met at als één geheel en zet geen at na een modaal werkwoord. Later zul je zien dat er ook infinitieven zonder at na andere werkwoorden voorkomen en dat Nederlands soms een andere constructie kiest.
Hoe het werkt
De basis: at + infinitief
At verandert de vorm van het werkwoord niet. Het staat eenvoudig vóór de infinitief:
| Deens | Nederlands | Uitleg |
|---|---|---|
| at spise | eten / te eten | spise is de infinitief |
| at læse | lezen / te lezen | læse is de infinitief |
| at forstå | begrijpen / te begrijpen | at markeert de infinitief |
| at gå | gaan / te gaan | ook zonder uitgang -e een infinitief |
Vergelijk dit met de tegenwoordige tijd. Daar krijgt een regelmatig Deens werkwoord meestal -r: Jeg spiser ‘Ik eet’, maar Jeg prøver at spise ‘Ik probeer te eten’. Het eerste werkwoord is de persoonsvorm (het werkwoord dat tijd uitdrukt); het tweede staat als infinitief na at.
Na een ander werkwoord
Veel werkwoorden worden gevolgd door at + infinitief. Het eerste werkwoord drukt bijvoorbeeld een begin, poging, gewoonte, voorkeur of herinnering uit; de infinitief noemt de handeling zelf.
| Deense combinatie | Nederlandse betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| prøve at | proberen te | Jeg prøver at sove. |
| forsøge at | proberen te | De forsøger at hjælpe. |
| begynde at | beginnen te | Hun begynder at løbe. |
| lære at | leren te | Han lærer at lave mad. |
| glemme at | vergeten te | Jeg glemte at ringe. |
| huske at | eraan denken te | Husk at lukke døren. |
| pleje at | meestal doen | Vi plejer at spise tidligt. |
| elske at | graag doen | Hun elsker at danse. |
Leer vooral de hele combinatie. Alleen weten dat Nederlands te gebruikt, is niet genoeg: elk werkwoord heeft zijn eigen aanvulling. Pleje at is bovendien een nuttige valkuil voor Nederlandstaligen. Het betekent in alledaags Deens meestal dat iets gewoonlijk gebeurt, niet Nederlands ‘plegen’ in de betekenis ‘begaan’.
Na een beoordeling of onpersoonlijke uitdrukking
Een infinitief kan ook vertellen welke handeling goed, moeilijk, prettig of belangrijk is. Vaak begint zo'n zin met det er:
Det er + bijvoeglijk naamwoord + at + infinitief
Een bijvoeglijk naamwoord noemt hier een eigenschap of beoordeling, zoals godt ‘goed’, svært ‘moeilijk’ of vigtigt ‘belangrijk’.
- Det er godt at vide. — Dat is goed om te weten.
- Det er svært at forstå. — Het is moeilijk te begrijpen.
- Det er vigtigt at lytte. — Het is belangrijk om te luisteren.
Nederlands wisselt in zulke zinnen tussen te en om te. Het Deens gebruikt gewoon at; voeg dus niet automatisch een Deens woord voor ‘om’ toe.
Na modale werkwoorden: geen at
Een modaal werkwoord geeft mogelijkheid, wens, noodzaak, toestemming of advies aan. Na de veelvoorkomende modale werkwoorden kan, vil, skal, må en bør volgt een infinitief zonder at.
| Modaal werkwoord | Deens | Nederlands |
|---|---|---|
| kan | Jeg kan svømme. | Ik kan zwemmen. |
| vil | Hun vil spise. | Zij wil eten. |
| skal | Vi skal gå nu. | We moeten nu gaan. |
| må | Du må vente. | Je moet / mag wachten. |
| bør | I bør læse brevet. | Jullie zouden de brief moeten lezen. |
Dit lijkt gelukkig sterk op het Nederlands: ook wij zeggen ‘ik kan zwemmen’, niet ‘ik kan te zwemmen’. Let wel op de betekenis van vil: afhankelijk van de context drukt het een wil of een toekomstverwachting uit. De regel zonder at blijft hetzelfde.
At is niet altijd Nederlands te
De vertaling hangt af van de hele Nederlandse zin:
| Deens | Natuurlijk Nederlands | Niet woord voor woord denken |
|---|---|---|
| Jeg elsker at læse. | Ik lees graag. | Ook mogelijk: Ik houd van lezen. |
| Vi plejer at spise kl. 18. | We eten meestal om 18.00 uur. | Nederlands heeft hier vaak geen te. |
| Det er rart at være hjemme. | Het is fijn om thuis te zijn. | Eén Deens at komt overeen met om … te. |
| Hun vil lære at køre bil. | Ze wil leren autorijden. | Na vil geen at; na lære wel. |
In de laatste zin staan twee infinitieven. Vil neemt lære zonder at, terwijl lære wordt gevolgd door at køre. Kijk dus telkens welk werkwoord bij welke infinitief hoort.
Voorbeelden in context
| Deens | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Jeg forsøger at forstå. | Ik probeer het te begrijpen. | poging: forsøge at |
| Det er godt at vide. | Dat is goed om te weten. | beoordeling met det er |
| Hun begynder at løbe. | Ze begint te rennen. | begin van een handeling |
| Vi plejer at spise kl. 18. | We eten meestal om 18.00 uur. | gewoonte |
| Husk at købe mælk. | Denk eraan melk te kopen. | herinnering of aansporing |
| Min søn lærer at cykle. | Mijn zoon leert fietsen. | aangeleerde vaardigheid |
| De håber at finde en lejlighed. | Ze hopen een appartement te vinden. | hoop of verwachting |
| Jeg har lyst til at gå en tur. | Ik heb zin om een wandeling te maken. | til at + infinitief in een vaste uitdrukking |
| Det er dejligt at se dig. | Het is fijn je te zien. | beoordeling |
| Hun kan tale dansk. | Ze kan Deens spreken. | na kan zonder at |
| Vi skal huske at bestille billetter. | We moeten eraan denken kaartjes te bestellen. | na skal geen at; na huske wel |
| Han vil gerne lære at lave mad. | Hij wil graag leren koken. | twee opeenvolgende infinitieven |
| Jeg kom for at hjælpe. | Ik kwam om te helpen. | doel: for at |
| Hun gik uden at sige farvel. | Ze vertrok zonder afscheid te nemen. | uden at |
Veelgemaakte fouten
At toevoegen na een modaal werkwoord
- Fout: Jeg kan at svømme.
- Goed: Jeg kan svømme.
- Waarom: na kan en andere modale werkwoorden staat de infinitief zonder at. Het Nederlandse patroon ‘kan zwemmen’ helpt hier juist.
At weglaten na prøve, begynde of pleje
- Fout: Hun begynder løbe.
- Goed: Hun begynder at løbe.
- Waarom: leer begynde at, prøve at en pleje at als vaste combinaties.
De persoonsvorm gebruiken waar een infinitief nodig is
- Fout: Jeg prøver at forstår.
- Goed: Jeg prøver at forstå.
- Waarom: na at komt de infinitief forstå, niet de tegenwoordige tijd forstår. De uitgang -r hoort alleen bij de persoonsvorm.
Nederlands om te woord voor woord overzetten
- Fout: Det er vigtigt om at lytte.
- Goed: Det er vigtigt at lytte.
- Waarom: in deze beoordeling gebruikt het Deens alleen at. For at bestaat wel, maar drukt een doel uit: Jeg læser for at lære ‘Ik lees om te leren’.
Niet zien welke infinitief bij welk werkwoord hoort
- Fout: Vi skal at huske bestille bord.
- Goed: Vi skal huske at bestille bord.
- Waarom: skal krijgt huske zonder at; huske krijgt at bestille. Bouw een lange reeks van links naar rechts op.
At verwarren met het voegwoord at
- Fout: aannemen dat elk at vóór een werkwoord een infinitiefteken is.
- Goed: vergelijk Jeg prøver at sove met Jeg ved, at han sover.
- Waarom: in de tweede zin betekent at ‘dat’ en volgt er een volledige bijzin met onderwerp han en persoonsvorm sover.
Gebruiksnotities
In gewoon gesproken en geschreven Deens hoort at bij deze constructies; het is niet zomaar een plechtig woord dat je kunt schrappen. Uitspraakreductie kan het in snelle spraak minder opvallend maken, maar schrijf het waar de grammatica het vereist.
Een woordenboek vermeldt een werkwoord soms als at spise en soms alleen als spise. Dat betekent niet dat at een deel van het werkwoord zelf is. De infinitief is spise; at verschijnt wanneer de zinsconstructie erom vraagt.
Bij ontkenning staat ikke vaak bij het eerste werkwoord: Jeg prøver ikke at grine ‘Ik probeer niet te lachen’. In zorgvuldig taalgebruik kan de positie het betekenisaccent veranderen. Voor een beginner is het veilig om eerst het gewone patroon persoonsvorm + ikke + at + infinitief te oefenen.
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze geregeld tegenkomen.
Voorzetselachtige combinaties
For at drukt meestal een doel uit en komt vaak overeen met Nederlands om te: Hun træner for at blive stærkere ‘Ze traint om sterker te worden’. Andere nuttige verbindingen zijn uden at ‘zonder te’ en i stedet for at ‘in plaats van te’. Deze uitgebreidere infinitiefconstructies worden later systematisch behandeld.
Andere infinitieven zonder at
Niet alleen modale werkwoorden kunnen een kale infinitief (een infinitief zonder at) krijgen. Na lade ‘laten’ staat bijvoorbeeld geen at: Lad ham tale ‘Laat hem spreken’. Ook bij sommige waarnemingsconstructies komt dit voor, zoals Jeg så hende gå ‘Ik zag haar weggaan’. Behandel zulke patronen als afzonderlijke constructies; breid de eenvoudige modale regel niet zonder meer naar elk werkwoord uit.
Een infinitiefgroep kan meer woorden bevatten
Een infinitief staat niet altijd alleen. Hij kan een lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat), een bijwoord of andere aanvullingen bij zich hebben:
- at læse bogen langsomt — het boek langzaam lezen
- at stå tidligt op — vroeg opstaan
- at tale dansk på arbejdet — Deens spreken op het werk
De hele woordgroep hoort bij de infinitief. Bij werkwoorden met een partikel blijft dat partikel behouden: stå op wordt at stå op.
Infinitief of volledige bijzin
Vergelijk twee verschillende soorten at:
- Hun håber at vinde. — Ze hoopt te winnen.
- Hun håber, at holdet vinder. — Ze hoopt dat het team wint.
In de eerste zin is degene die hoopt ook degene die wint. In de tweede zin heeft de bijzin een eigen onderwerp, holdet, en een persoonsvorm, vinder. Het tweede at is daarom het voegwoord ‘dat’, niet het infinitiefteken.
Oefentips
- Leer woordgroepen, geen losse regels. Maak kaartjes met prøve at, begynde at, huske at en pleje at en voeg telkens een andere infinitief toe.
- Doe de modale proef. Zet vóór een werkwoord achtereenvolgens kan, vil en skal: kan læse, vil læse, skal læse. Zo oefen je bewust het ontbreken van at.
- Vertaal niet alleen woord voor woord. Neem een Nederlandse zin als ‘Ik lees graag’ en zoek de natuurlijke Deense bouw: Jeg elsker at læse of, afhankelijk van de bedoeling, Jeg læser gerne. Markeer daarna waarom er wel of geen at staat.
Verwante onderwerpen
- Eerst: Tegenwoordige tijd — helpt je het verschil zien tussen de persoonsvorm op -r en de infinitief.
- Daarna: Infinitiefconstructies — bouwt verder met for at, uden at en i stedet for at.
Vereiste kennis
Tegenwoordige tijd in het DeensA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Oefen Infinitiv med At in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen