B1

Naamwoordelijke bijzinnen in het Turks

İsim Cümleleri

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Turks op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Turkse naamwoordelijke bijzin maakt van een hele handeling een zinsdeel: Geldiğini biliyorum betekent ‘Ik weet dat je gekomen bent’. Meestal krijgt de werkwoordstam -DIK of -mA, daarna een bezitsuitgang die aangeeft wie de handeling uitvoert, en ten slotte zo nodig een naamvalsuitgang die bij het hoofdwerkwoord hoort.

Overzicht

Een naamwoordelijke bijzin is een bijzin die in de grotere zin werkt als een naamwoord: als een persoon, zaak of idee waarover je iets weet, wilt of zegt. In het Nederlands gebruiken we daarvoor vaak dat of of, of een constructie met te: ‘Ik weet dat je komt’, ‘Hij wil dat ik ga’ en ‘Ik vind vroeg opstaan moeilijk’. Het Turks zet zulke bijzinnen meestal niet achter een los woord voor ‘dat’. Het maakt het werkwoord zelf naamwoordachtig met een reeks uitgangen.

Dit onderwerp hoort bij B1, omdat je er veel natuurlijkere en complexere zinnen mee kunt bouwen. Je komt de vormen voortdurend tegen na werkwoorden als bilmek ‘weten’, anlamak ‘begrijpen’, duymak ‘horen’, istemek ‘willen’, beklemek ‘verwachten/wachten op’ en inanmak ‘geloven’. De basis lijkt op de eerder geleerde Turkse deelwoorden (werkwoordsvormen die een zelfstandig naamwoord nader bepalen), maar nu is de hele bijzin zelf een onderdeel van de hoofdzin.

Voor Nederlandstaligen zijn vooral twee dingen nieuw. Ten eerste staat de bijzin vóór het hoofdwerkwoord: letterlijk ongeveer ‘jouw-gekomen-zijn weet-ik’. Ten tweede wordt de uitvoerder vaak niet met een los persoonlijk voornaamwoord aangegeven, maar door een bezitsuitgang op de werkwoordsvorm. Die uitgang drukt hier geen letterlijk bezit uit; hij vertelt wie komt, leest of vertrekt.

Zo werkt het

De basisbouw

De meest voorkomende opbouw is:

onderwerp in de genitief + werkwoordstam + -DIK/-mA + bezitsuitgang + eventuele naamvalsuitgang

De genitief is de naamval die normaal bezit of een relatie uitdrukt, zoals benim ‘van mij/mijn’ en Ayşe'nin ‘van Ayşe’. Een naamval is hier simpelweg een uitgang die aangeeft welke rol een zinsdeel heeft. De accusatief markeert bijvoorbeeld vaak het bepaalde lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat).

In Senin geldiğini biliyorum zijn de onderdelen:

  • sen-in: jij + genitief, ‘van jou’;
  • gel-diğ-in-i: kom + -DIK + jouw bezitsuitgang + accusatief;
  • bil-iyor-um: ‘ik weet’.

Het losse senin kan weg, omdat -in in geldiğin- al aangeeft dat ‘jij’ het onderwerp van de bijzin is: Geldiğini biliyorum. Zet je senin er wel bij, dan maak je het onderwerp duidelijker of leg je er nadruk op.

-DIK: een feit, waarneming of gedachte als zinsdeel

Gebruik -DIK vooral wanneer de bijzin de inhoud is van weten, merken, horen, begrijpen, denken of geloven. De hoofdletters in -DIK zijn een handige notatie voor veranderlijke klanken; je schrijft nooit letterlijk hoofdletters in een Turkse zin.

De klinker volgt de vierledige klinkerharmonie: -dık, -dik, -duk, -dük. Na een stemloze medeklinker wordt d meestal t: yap-tık, git-tik. Zodra er een bezitsuitgang met een klinker volgt, verzacht de k doorgaans tot ğ.

Stam Tussenstap Met ‘mijn’ Betekenis van de volledige vorm
gel- geldik geldiğim dat ik kom/kwam/gekomen ben
bak- baktık baktığım dat ik kijk/keek
oku- okuduk okuduğum dat ik lees/las
gör- gördük gördüğüm dat ik zie/zag
git- gittik gittiğim dat ik ga/ging

-DIK is op zichzelf geen gewone verleden tijd. De context, een tijdsbepaling en soms een andere constructie geven aan of de Nederlandse vertaling tegenwoordige of verleden tijd nodig heeft:

  • Her gün erken geldiğini biliyorum. — Ik weet dat hij/zij elke dag vroeg komt.
  • Dün erken geldiğini biliyorum. — Ik weet dat hij/zij gisteren vroeg is gekomen.

De persoonsreeks met gel- ziet er zo uit:

Uitvoerder van de bijzin Genitief onderwerp Vorm vóór een extra naamval Globale betekenis
ik benim geldiğim dat ik kom/kwam
jij senin geldiğin dat jij komt/kwam
hij/zij onun geldiği dat hij/zij komt/kwam
wij bizim geldiğimiz dat wij komen/kwamen
jullie/u sizin geldiğiniz dat jullie/u komen/komt
zij onların geldikleri dat zij komen/kwamen

-mA: een handeling, wens of gevraagde actie

Met -mA maak je van een werkwoord een handeling of gebeurtenis. De uitgang volgt de tweedelige klinkerharmonie: -ma of -me. Daarna komt opnieuw de bezitsuitgang:

Uitvoerder Vorm met git- Globale betekenis
ik gitmem mijn gaan / dat ik ga
jij gitmen jouw gaan / dat jij gaat
hij/zij gitmesi zijn/haar gaan / dat hij/zij gaat
wij gitmemiz ons gaan / dat wij gaan
jullie/u gitmeniz jullie/uw gaan
zij gitmeleri hun gaan / dat zij gaan

Deze vorm komt veel voor bij willen, vragen, toestaan, voorstellen, verwachten en reageren op een gebeurtenis:

  • Gitmemi istiyor. — Hij/zij wil dat ik ga.
  • Onun gelmesini bekliyoruz. — We wachten tot hij/zij komt.
  • Burada sigara içmeniz yasak. — Het is verboden dat u hier rookt; hier roken is verboden.

Vergelijk dit met -mAk, de onpersoonlijke infinitief (de woordenboeksvorm zoals gitmek ‘gaan’). Als de uitvoerder van beide werkwoorden dezelfde is, is -mAk vaak de eenvoudigste keuze: Gitmek istiyorum ‘Ik wil gaan’. Bij een andere of nadrukkelijk genoemde uitvoerder heb je juist vaak -mA met een bezitsuitgang nodig: Gitmemi istiyor ‘Hij wil dat ík ga’.

Het verschil tussen -DIK en -mA is geen harde tegenstelling tussen ‘feit’ en ‘geen feit’. -DIK presenteert meestal een inhoud die wordt vastgesteld, gedacht of waargenomen; -mA legt vaker de nadruk op de handeling als gebeurtenis, plan of gewenste actie. Het hoofdwerkwoord en de vaste combinatie bepalen uiteindelijk welke vorm natuurlijk is. Zo staat in Gelmesine sevindim ‘Ik was blij dat hij/zij kwam’ een werkelijke gebeurtenis toch met -mA.

De naamval komt pas aan het einde

De naamwoordelijke bijzin krijgt de naamval die het hoofdwerkwoord of de uitdrukking verlangt. Daardoor kan dezelfde basisvorm verschillende laatste uitgangen hebben.

Functie of vaste combinatie Vorm Voorbeeld Betekenis
onderwerp, geen extra naamval geldiği Onun geldiği belli. Het is duidelijk dat hij/zij is gekomen.
accusatief na bilmek geldiğini Geldiğini biliyorum. Ik weet dat je gekomen bent.
datief na inanmak geldiğine Geldiğine inanıyorum. Ik geloof dat hij/zij is gekomen.
ablatief na emin olmak geldiğinden Geldiğinden eminim. Ik weet zeker dat hij/zij is gekomen.
genitief vóór farkında olmak geldiğinin Geldiğinin farkındayım. Ik ben me ervan bewust dat hij/zij is gekomen.

Leer daarom niet alleen inanmak als ‘geloven’, maar de combinatie bir şeye inanmak ‘in iets geloven’. Het Nederlands helpt hier niet altijd: na ‘weten dat’ zie je geen naamvalsverschil, terwijl het Turks de relatie zichtbaar aan het einde van de hele bijzin markeert.

Geen werkwoordelijk gezegde? Gebruik olmak

Een Nederlandse dat-zin kan zeggen dat iemand ziek, leraar of thuis is. In het Turks wordt zo'n naamwoordelijk gezegde voor nominalisering meestal gekoppeld aan olmak ‘zijn/worden’, in de vorm olduğu:

  • Hasta olduğunu duydum. — Ik hoorde dat hij/zij ziek was.
  • Ayşe'nin öğretmen olduğunu bilmiyordum. — Ik wist niet dat Ayşe lerares was.
  • Evde olduğunu sanıyorum. — Ik denk dat hij/zij thuis is.
  • Parası olmadığını söyledi. — Hij/zij zei dat hij/zij geen geld had.

Bij een toekomstige inhoud gebruik je doorgaans -(y)AcAK + bezitsuitgang: geleceğini biliyorum ‘ik weet dat hij/zij zal komen’. Deze vorm gedraagt zich daarna net als een naamwoordelijke bijzin en kan dus ook een naamvalsuitgang krijgen.

Voorbeelden in context

Turks Nederlands Toelichting
Geldiğini biliyorum. Ik weet dat je gekomen bent. -in wijst hier naar ‘jij’; de accusatief hoort bij bilmek.
Benim ne demek istediğimi anladın mı? Begreep je wat ik bedoelde? istediğimi heeft ‘ik’ als uitvoerder.
Toplantının iptal edildiğini duydun mu? Heb je gehoord dat de vergadering is afgelast? De bijzin bevat ook een passieve vorm.
Her sabah erken kalktığını fark ettim. Ik merkte dat hij/zij elke ochtend vroeg opstond. De tijd komt uit de context, niet alleen uit -DIK.
Geleceğini söyledi. Hij/zij zei dat hij/zij zou komen. Toekomstige nominalisering met -(y)AcAK.
Gitmemi istiyor. Hij/zij wil dat ik ga. git-me-m-i: -mA + ‘mijn’ + accusatief.
Doktor daha çok dinlenmemi önerdi. De dokter raadde me aan meer rust te nemen. De gewenste handeling wordt met -mA gevormd.
Çocukların dışarıda oynamasına izin verdiler. Ze gaven de kinderen toestemming om buiten te spelen. izin vermek verlangt hier de datief.
Onun geç kalmasına kızdım. Ik was boos omdat hij/zij te laat kwam. Reactie op een gebeurtenis met -mA.
Hasta olduğunu bilmiyorduk. We wisten niet dat hij/zij ziek was. Niet-werkwoordelijk gezegde met olduğunu.
Ne söylediğini anlamadım. Ik begreep niet wat je zei. Een ingebed vraagwoord; er staat geen apart Turks woord voor ‘wat ... zei’.
Okuduğum şey beni şaşırttı. Wat ik las, verbaasde me. Letterlijk ‘het ding dat ik las’; okuduğum bepaalt şey.

Het laatste voorbeeld vormt een brug naar de deelwoorden. In okuduğum kitap ‘het boek dat ik las’ bepaalt okuduğum het naamwoord kitap. In okuduğumu hatırlıyorum ‘ik herinner me wat ik las/dat ik het las’ is okuduğumu zelf het lijdend voorwerp. De vormen lijken sterk op elkaar, maar hun taak in de zin verschilt.

Veelgemaakte fouten

1. Een Nederlandse dat-zin woord voor woord nabouwen

  • Fout: Biliyorum ki sen geldin. als neutrale standaardweergave in elke situatie
  • Goed: Senin geldiğini biliyorum.
  • Waarom: Een zin met ki bestaat wel en kan afhankelijk van context natuurlijk zijn, maar de gewone compacte constructie na bilmek gebruikt een genominaliseerde bijzin vóór het hoofdwerkwoord. Gebruik ki dus niet automatisch als vertaling van ieder Nederlands ‘dat’.

2. De bezitsuitgang vergeten

  • Fout: Senin geldik biliyorum.
  • Goed: Senin geldiğini biliyorum.
  • Waarom: -DIK heeft hier een persoonsuitgang nodig. Bovendien verzacht de k vóór de klinker: geldik + in wordt geldiğin-; daarna volgt de accusatief -i.

3. d gebruiken na een stemloze medeklinker

  • Fout: Gitdiğimi biliyor.
  • Goed: Gittiğimi biliyor.
  • Waarom: Na de stemloze t wordt de beginmedeklinker van -DIK ook stemloos: git-tiğ-im-i. Hetzelfde zie je in yaptığımı.

4. -DIK behandelen als een vaste verleden tijd

  • Fout idee: geldiği betekent altijd ‘dat hij kwam’.
  • Goed: Her gün erken geldiğini biliyorum betekent ‘Ik weet dat hij elke dag vroeg komt’.
  • Waarom: Tijdsbepalingen, context en toekomstige vormen bepalen de tijdsrelatie. Kies de Nederlandse tijd dus op grond van de hele zin.

5. De naamval van het hoofdwerkwoord negeren

  • Fout: Geldiğini inanıyorum.
  • Goed: Geldiğine inanıyorum.
  • Waarom: inanmak verbindt zich met de datief: bir şeye inanmak. Daarentegen vraagt bilmek meestal om de accusatief: geldiğini bilmek.

6. -mAk gebruiken terwijl de uitvoerder anders is

  • Fout: Onun gitmek istiyorum voor ‘Ik wil dat hij gaat’.
  • Goed: Onun gitmesini istiyorum.
  • Waarom: gitmek istiyorum betekent normaal dat ík wil gaan. Met onun ... gitmesini geef je expliciet aan dat iemand anders de gewenste handeling uitvoert.

Gebruiksnotities

Het onderwerp van de bijzin hoeft niet altijd genoemd te worden. Geldiğimi biliyorsun is volledig duidelijk als ‘Je weet dat ik gekomen ben’, omdat -im de eerste persoon enkelvoud markeert. Een los benim legt contrast: Benim geldiğimi biliyorsun, ama onun geldiğini bilmiyorsun ‘Je weet dat ik ben gekomen, maar je weet niet dat hij/zij is gekomen’.

In geschreven en zorgvuldig gesproken Turks zijn deze compacte vormen bijzonder gebruikelijk. In gesprekken hoor je daarnaast constructies met diye en ki, vooral bij citaten, gedachten, verklaringen en nadruk. Ze zijn geen willekeurig uitwisselbare vervangers. Welke vorm past, hangt af van het hoofdwerkwoord, de betekenis en het gewenste perspectief.

Let ook op geldiğinde. Die vorm lijkt op geldiğinden en geldiğini, maar betekent vaak ‘wanneer/toen hij of zij kwam’: Geldiğinde beni ara ‘Bel me wanneer je aankomt’. De uitgang -DA maakt dan een tijdsbepalende bijzin. Kijk dus altijd naar de laatste naamvalsuitgang én naar de functie in de hele zin.

Verder dan de basis

Ingebedde vragen

Een vraagwoord kan binnen de naamwoordelijke bijzin blijven. Het Turks gebruikt dan meestal geen Nederlandse omkering en ook geen extra woord voor ‘of/dat’:

  • Nereye gittiğini biliyor musun? — Weet je waar hij/zij heen is gegaan?
  • Bunu kimin yaptığını anlamadım. — Ik begreep niet wie dit had gedaan.
  • Gelip gelmeyeceğini sordu. — Hij/zij vroeg of de ander zou komen.

In gelip gelmeyeceğini vormt de herhaling ‘komen en niet-komen’ samen een of-vraag. Dit patroon is nuttig, maar kan na de B1-basis apart worden geoefend.

Meerdere lagen in één vorm

Turkse uitgangen kunnen zich opstapelen. Gelmediğini is bijvoorbeeld gel-me-dik-i-n-i: ‘kom’ + ontkenning + -DIK + derde persoon + accusatief. In Erken kalkmam gerektiğini biliyorum ‘Ik weet dat ik vroeg moet opstaan’ zit zelfs een nominalisering binnen een andere: kalkmam ‘mijn opstaan’ is verbonden met gerektiğini ‘dat het nodig is’.

Ontleed zulke vormen van rechts naar links. De laatste uitgang toont vaak de relatie met de hoofdzin; de bezitsuitgang toont de uitvoerder; dichter bij de stam staan ontkenning en de nominaliserende vorm.

De grens met betrekkelijke bijzinnen

Dezelfde -DIK-vorm kan een naamwoord bepalen: okuduğum kitap ‘het boek dat ik las’. Dat is een betrekkelijke bijzin, omdat hij vertelt welk boek bedoeld wordt. Zonder zo'n volgend naamwoord kan de vorm zelfstandig functioneren of een woord als şey ‘ding/datgene’ bepalen: Okuduğum şey... ‘Wat ik las...’. Voor gevorderde lezers is daarom de zinsfunctie belangrijker dan alleen de zichtbare uitgang.

Bij indirecte rede komen deze vormen eveneens veel voor: Geleceğini söyledi ‘Hij zei dat hij zou komen’. De keuze tussen een letterlijke uitspraak met dedi, een constructie met diye en een nominalisering krijgt een uitgebreidere behandeling bij indirecte rede.

Oefentips

  1. Bouw één vorm in lagen. Neem gel- en maak achtereenvolgens geldik → geldiğim → geldiğimi. Zeg bij elke laag hardop wat zij toevoegt: nominalisering, uitvoerder, naamval.
  2. Leer hoofdwerkwoorden met hun naamval. Maak setjes als geldiğini bilmek, geldiğine inanmak, geldiğinden emin olmak en gelmesine izin vermek. Zo voorkom je dat je de Nederlandse constructie kopieert.
  3. Vergelijk dezelfde en verschillende uitvoerders. Zet naast elkaar: Gitmek istiyorum ‘Ik wil gaan’, Gitmeni istiyorum ‘Ik wil dat jij gaat’ en Gitmemi istiyor ‘Hij/zij wil dat ik ga’. Wissel daarna persoon en werkwoord.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Turkse sıfat-fiiller: de basisA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen İsim Cümleleri in Turks met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Turks · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen