A2

Werkwoorden vóór zelfstandige naamwoorden in het Koreaans

관형형

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Koreaans op Settemila Lingue.

In het kort

In het Koreaans komt een werkwoordelijke beschrijving vóór het zelfstandig naamwoord: 먹는 사람 is letterlijk ongeveer “etende persoon”, maar natuurlijk Nederlands is “de persoon die eet”. Bij actiewerkwoorden gebruik je in de basis -는 voor een huidige handeling, -(으)ㄴ voor een afgeronde handeling en -(으)ㄹ voor iets toekomstigs of iets wat gepland is. Beschrijvende werkwoorden krijgen voor een gewone huidige eigenschap meestal -(으)ㄴ: 예쁜 꽃, “een mooie bloem”.

Overzicht

De Koreaanse naam voor deze vorm is 관형형. Daarmee laat je een werkwoord of beschrijvend werkwoord direct een zelfstandig naamwoord bepalen. Een zelfstandig naamwoord is eenvoudig gezegd een woord voor bijvoorbeeld een persoon, voorwerp, plaats of idee: 사람 “persoon”, 책 “boek”, 집 “huis” of 생각 “gedachte”.

In het Nederlands gebruiken we vaak een betrekkelijke bijzin: een stukje zin met “die”, “dat” of “waar”, zoals “de vriend die in Seoel woont” of “het boek dat ik gisteren kocht”. Koreaans heeft daar geen apart woord voor “die” of “dat” nodig. De hele beschrijving staat vóór het naamwoord: 서울에 사는 친구 en 어제 산 책. Het naamwoord waarop alle informatie slaat, verschijnt dus pas aan het einde.

Dit patroon hoort bij A2, maar je komt het overal tegen: in gesprekken, berichten, menukaarten en uitdrukkingen met “ding”. Het bouwt voort op Koreaanse beschrijvende werkwoorden, de woorden die in een woordenboek vaak als “bijvoeglijk naamwoord” worden vertaald maar zich grammaticaal als werkwoorden gedragen. Leer eerst de drie basisvormen; uitzonderingen en fijnere tijdsnuances staan verderop apart.

Hoe het werkt

Stap 1: herken een actie of een beschrijving

Er zijn twee hoofdgroepen:

  • Een actiewerkwoord noemt een handeling: 먹다 “eten”, 읽다 “lezen”, 살다 “wonen”, 만들다 “maken”.
  • Een beschrijvend werkwoord noemt een eigenschap of toestand: 작다 “klein zijn”, 좋다 “goed zijn”, 예쁘다 “mooi zijn”, 어렵다 “moeilijk zijn”. In het Nederlands gebruiken we hiervoor meestal een bijvoeglijk naamwoord, een woord als “klein” of “mooi” dat een eigenschap uitdrukt.

Verwijder bij beide groepen eerst -다 van de woordenboekvorm. Daarna kies je de passende uitgang.

Actiewerkwoorden: -는, -(으)ㄴ en -(으)ㄹ

Betekenis Koreaanse vorm Voorbeeld Nederlandse weergave
huidig, bezig of gewoonlijk -는 읽는 책 het boek dat iemand leest
afgerond of eerder gebeurd -(으)ㄴ 읽은 책 het boek dat iemand heeft gelezen
toekomstig, gepland of bedoeld -(으)ㄹ 읽을 책 het boek dat iemand gaat lezen; een boek om te lezen

Voor -는 maakt een slotmedeklinker normaal geen verschil: 먹다 → 먹는, 가다 → 가는. Bij -(으)ㄴ en -(으)ㄹ is die wel belangrijk. Zo’n slotmedeklinker onderaan een lettergreep heet 받침.

Stam Afgerond -(으)ㄴ Toekomstig/bedoeld -(으)ㄹ
eindigt op medeklinker 먹다 → 먹은 먹다 → 먹을
eindigt op klinker 가다 → 가다 →
eindigt op ㄹ 살다 → 살다 →

De drie vormen van 하다 zijn bijzonder nuttig om als reeks te onthouden: 하는 “dat doet”, “dat heeft gedaan” en “dat zal doen/om te doen”.

De vorm geeft niet altijd één vaste Nederlandse werkwoordstijd. 먹을 음식 kan “eten dat we zullen eten” zijn, maar ook “eten dat bestemd is om te eten”. Kijk daarom naar tijdwoorden en naar de rest van de zin.

Beschrijvende werkwoorden: meestal -(으)ㄴ

Voor een eigenschap die nu geldt, gebruik je meestal -(으)ㄴ. Na een medeklinker komt -은; na een klinker komt -ㄴ.

Woordenboekvorm Vorm vóór het naamwoord Voorbeeld Betekenis
작다 작은 작은 방 een kleine kamer
좋다 좋은 좋은 생각 een goed idee
크다 큰 집 een groot huis
예쁘다 예쁜 예쁜 꽃 een mooie bloem
어렵다 어려운 어려운 문제 een moeilijke vraag/opgave

Bij 예쁘다 verdwijnt de ㅡ: 예쁘- + -ㄴ → 예쁜. Veel beschrijvende werkwoorden op ㅂ veranderen vóór een uitgang die met een klinker begint: 어렵다 → 어려운, 아름답다 → 아름다운. Leer zulke vormen liefst meteen samen met een veelgebruikt naamwoord.

있다, 없다 en samenstellingen

있다 “er zijn/hebben” en 없다 “er niet zijn/niet hebben” gedragen zich vóór een naamwoord niet als gewone beschrijvende werkwoorden. Ze gebruiken -는:

  • 시간이 있는 사람 — iemand die tijd heeft
  • 돈이 없는 학생 — een student die geen geld heeft

Hetzelfde patroon zie je in veel woorden die op 있다 of 없다 eindigen: 맛있는 음식 “lekker eten”, 재미있는 영화 “een interessante/leuke film” en 맛없는 빵 “brood dat niet lekker is”. Vormen als 맛있은 en 없는다 zijn dus niet juist.

ㄹ-stammen: de ㄹ verdwijnt vóór -는 en -ㄴ

Eindigt de stam op ㄹ, dan valt die ㄹ weg wanneer er direct ㄴ volgt. Daardoor krijg je:

Woordenboekvorm Huidig Afgerond Toekomstig/bedoeld
살다 “wonen” 사는 사람 산 집 살 집
만들다 “maken” 만드는 음식 만든 음식 만들 음식

Bij de toekomstige vorm staat er niet tweemaal ㄹ: 살 집, niet 살ㄹ 집. De ㄹ van de stam geeft hier al de juiste vorm.

De hele kleine zin komt vóór het naamwoord

In 제가 어제 산 책 betekent alleen “boek”. Alles ervoor vertelt welk boek:

Onderdeel Functie
제가 degene die kocht: ik
어제 wanneer: gisteren
afgeronde vorm van 사다 “kopen”
het bepaalde naamwoord: boek

Samen is dat “het boek dat ik gisteren heb gekocht”. Koreaans gebruikt geen betrekkelijk voornaamwoord — geen apart equivalent van Nederlands “dat”. Ook zet je normaal geen komma tussen de beschrijving en het naamwoord.

Het ontbrekende zinsdeel wordt uit de betekenis afgeleid:

  • 제가 만난 사람 — de persoon die ik heb ontmoet; 사람 is logisch het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat) van 만나다.
  • 저를 만난 사람 — de persoon die mij heeft ontmoet; 사람 is logisch degene die de handeling uitvoert.
  • 제가 사는 집 — het huis waar ik woon.

De deeltjes in de kleine zin zijn daarom belangrijk. 제가 en 저를 verwisselen verandert wie wie ontmoet.

Voorbeelden in context

Koreaans Nederlands Opmerking
지금 커피를 마시는 사람이 민수 씨예요. De persoon die nu koffie drinkt, is Minsu. huidige handeling: -는
한국어를 가르치는 선생님을 만났어요. Ik heb de docent ontmoet die Koreaans geeft. 가르치다 → 가르치는
서울에 사는 친구에게 전화했어요. Ik heb de vriend gebeld die in Seoel woont. ㄹ valt weg vóór -는
어제 본 영화가 정말 재미있었어요. De film die ik gisteren zag, was erg leuk. 보다 → 본, afgerond
이건 제가 아침에 만든 김밥이에요. Dit is de gimbap die ik vanochtend heb gemaakt. 만들다 → 만든
제가 먹은 음식은 비빔밥이었어요. Het gerecht dat ik heb gegeten, was bibimbap. afgeronde handeling
회의에 참석한 사람은 열 명이었어요. Er waren tien mensen die aan de vergadering deelnamen. 참석하다 → 참석한
주말에 읽을 책을 도서관에서 빌렸어요. Ik heb in de bibliotheek een boek geleend dat ik dit weekend ga lezen. plan of bedoeling
내일 입을 옷을 준비했어요. Ik heb de kleren klaargelegd die ik morgen zal dragen. 입다 → 입을
냉장고에 먹을 것이 있어요. Er is iets te eten in de koelkast. 것 is “ding/iets”
예쁜 꽃을 샀어요. Ik heb mooie bloemen gekocht. beschrijvend werkwoord
이 근처에 좋은 식당이 있어요. Er is een goed restaurant in deze buurt. 좋다 → 좋은
오늘은 어려운 문제를 풀었어요. Vandaag heb ik een moeilijke opgave opgelost. ㅂ-verandering
시간이 없는 사람도 참여할 수 있어요. Ook iemand die geen tijd heeft, kan deelnemen. 없다 → 없는
비가 오는 날에는 집에서 운동해요. Op dagen dat het regent, sport ik thuis. een terugkerende situatie

Veelgemaakte fouten

1. -는 gebruiken bij elke tegenwoordige beschrijving

  • Niet goed: 예쁘는 꽃
  • Wel goed: 예쁜 꽃
  • Waarom: 예쁘다 is een beschrijvend werkwoord. Voor een huidige eigenschap gebruikt het -(으)ㄴ, niet -는. Vergelijk 먹는 사람, waar 먹다 wel een actie is.

2. -(으)ㄴ verwarren met uitsluitend “verleden”

  • Niet goed: 작는 방
  • Wel goed: 작은 방
  • Waarom: bij een actiewerkwoord kan -(으)ㄴ een afgeronde handeling aangeven, maar bij een beschrijvend werkwoord is dezelfde vorm de gewone huidige beschrijving. 작은 방 is dus gewoon “een kleine kamer”.

3. 있다 en 없다 als gewone beschrijvende werkwoorden behandelen

  • Niet goed: 맛있은 음식, 시간이 없은 사람
  • Wel goed: 맛있는 음식, 시간이 없는 사람
  • Waarom: 있다, 없다 en veel samenstellingen daarmee gebruiken in deze betekenis -는.

4. ㄹ laten staan vóór -는

  • Niet goed: 서울에 살는 친구
  • Wel goed: 서울에 사는 친구
  • Waarom: bij een ㄹ-stam verdwijnt ㄹ vóór ㄴ. Hetzelfde gebeurt in 만드는 음식, van 만들다.

5. De Nederlandse woordvolgorde overnemen

  • Niet goed: 사람 제가 어제 만난
  • Wel goed: 제가 어제 만난 사람
  • Waarom: Nederlands noemt eerst “de persoon” en zet “die ik gisteren ontmoette” erachter. Koreaans zet de volledige bepaling ervoor en bewaart het naamwoord tot het einde.

6. Het verkeerde deeltje gebruiken in de beschrijving

  • Verkeerde betekenis: 저를 만난 사람 als je “de persoon die ik ontmoette” bedoelt
  • Bedoelde vorm: 제가 만난 사람
  • Waarom: 저를 is “mij” als lijdend voorwerp; 제가 is “ik” als uitvoerder. De eerste zin betekent daarom “de persoon die mij ontmoette”.

Gebruiksnotities

Eén vorm kan verschillende Nederlandse vertalingen hebben

Vertaal niet woord voor woord. 가는 버스 kan afhankelijk van de context “de bus die gaat”, “de rijdende bus” of “de bus naar …” betekenen. 할 일 is letterlijk “werk/dingen die gedaan zullen worden”, maar natuurlijk Nederlands is “werk dat nog gedaan moet worden” of simpelweg “wat ik moet doen”. De Koreaanse vorm geeft een verhouding aan; tijdwoorden en context maken die preciezer.

것 is bijzonder productief

betekent letterlijk “ding”, maar na een 관형형 werkt het vaak als “iets”, “dat wat” of als onderdeel van een vaste constructie:

  • 먹는 것 — eten als activiteit; dat wat iemand eet
  • 먹은 것 — wat iemand heeft gegeten
  • 먹을 것 — iets te eten

is een afhankelijk naamwoord: het heeft hier een voorafgaande bepaling nodig en wordt los geschreven. In alledaagse taal wordt het vaak : 뭐 먹을 거예요? “Wat ga je eten?” Met deeltjes hoor en zie je ook samentrekkingen als 것이 → 게, 것은 → 건 en 것을 → 걸.

Geen aanpassing aan geslacht of aantal

De vorm vóór het naamwoord verandert niet voor enkelvoud, meervoud of natuurlijk geslacht. 예쁜 꽃 kan “een mooie bloem” of, als de context meervoud duidelijk maakt, “mooie bloemen” zijn. Dat is anders dan de Nederlandse uitgang in bijvoorbeeld “een mooi huis” tegenover “een mooie bloem”.

사람 en 분

Voor “persoon” is 사람 neutraal. is beleefder en wordt gebruikt wanneer je respect toont: 기다리는 분 “de persoon die wacht”, 오신 분 “de persoon die gekomen is”. De uitgang -시- in 오신 is een beleefdheidselement dat respect voor de handelende persoon uitdrukt.

Verder dan de basis

De volgende nuances hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

Eerdere toestanden en herinnerde handelingen: -던 en -았/었던

-던 kijkt terug op iets dat bezig, herhaald of nog niet duidelijk afgerond was. -았/었던 kijkt terug op een vroegere situatie of ervaring en zet die vaak duidelijker los van het heden.

Koreaans Nederlands Nuance
자주 가던 카페 het café waar ik vaak kwam vroegere gewoonte of herinnering
읽던 책 het boek waarin ik aan het lezen was de handeling was gaande of niet af
어제 입었던 옷 de kleren die ik gisteren droeg concrete eerdere gebeurtenis
좋았던 시절 de tijd die goed/mooi was vroegere toestand, terugblik

De grens is contextgevoelig; probeer deze vormen eerst te herkennen in verhalen en herinneringen, in plaats van ze tot één Nederlandse tijd te reduceren.

Ook beschrijvingen kunnen toekomstig zijn

Een beschrijvend werkwoord met -(으)ㄹ kan een verwachte toekomstige eigenschap noemen: 좋을 날 “een dag die goed zal zijn” of 필요할 물건 “een voorwerp dat nodig zal zijn”. Vergelijk 필요한 물건 “een voorwerp dat nodig is”. Voor een vroegere eigenschap komen vormen als 예뻤던 거리 “de straat die mooi was” voor.

Naamwoorden met 이다

Ook “zijn” na een naamwoord heeft bepalende vormen:

  • 학생인 사람 — iemand die student is
  • 학생이었던 사람 — iemand die student was
  • 학생일 사람 — iemand die student zal zijn; alleen natuurlijk wanneer de context zo’n verwachting ondersteunt

De huidige vorm komt zeer vaak voor, bijvoorbeeld 제 친구인 수진 씨 “Sujin, die mijn vriendin is”.

Lange bepalingen blijven vóór het naamwoord

Een bepaling kan veel informatie bevatten: 제가 작년에 부산에서 처음 만난 친구 betekent “de vriend die ik vorig jaar voor het eerst in Busan ontmoette”. In geschreven Koreaans kunnen zulke bepalingen nog langer worden. Zoek dan eerst het naamwoord aan het einde en werk vervolgens terug: wie deed wat, waar en wanneer?

Oefentips

  1. Maak drietallen met één actiewerkwoord. Schrijf bijvoorbeeld 만드는 음식, 만든 음식, 만들 음식 en vertaal elk geheel natuurlijk. Doe hetzelfde met 읽다, 보다, 먹다 en 살다.
  2. Bouw van rechts naar links. Begin met 책, zet er 읽을 voor en voeg daarna 주말에 toe: 책 → 읽을 책 → 주말에 읽을 책. Zo wen je aan de Koreaanse volgorde zonder een Nederlandse zin woord voor woord om te draaien.
  3. Markeer de kern tijdens het lezen. Onderstreep eerst het laatste naamwoord in combinaties als 제가 어제 산 책. Zet daarna haakjes om alles wat ervoor staat: [제가 어제 산] 책. Controleer ten slotte welke rol het kernwoord binnen de beschrijving heeft.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Beschrijvende werkwoorden in het KoreaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Oefen 관형형 in Koreaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Koreaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen