Basisontkenning in het Spaans
Negación Básica
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.
In het kort
Zet no direct vóór het vervoegde werkwoord: Trabajo wordt No trabajo en Entiendo wordt No entiendo. Woorden als nada, nadie en nunca mogen na het werkwoord samen met no staan: No veo a nadie. Staat zo'n negatief woord vóór het werkwoord, dan valt no juist weg: Nadie viene.
Overzicht
Een bevestigende zin vertelt dat iets zo is of gebeurt; een ontkennende zin zegt dat dit niet zo is. In het Spaans maak je de eenvoudigste ontkenning met no. Dat woord staat normaal gesproken meteen vóór het vervoegde werkwoord (de werkwoordsvorm die bij de persoon en tijd past): Hablo español → No hablo español. Dit is een van de basisregels op A1-niveau en werkt bij vrijwel alle tijden en soorten werkwoorden.
Voor Nederlandstaligen is de plaats van no even wennen. Het Nederlandse niet staat vaak later in de zin: “Ik begrijp het niet.” In het Spaans komt no juist vóór de werkwoordsvorm: No lo entiendo. Bouw een Spaanse zin daarom niet woord voor woord vanuit het Nederlands op. Denk liever: eerst het ontkenningswoord, dan het vervoegde werkwoord.
Daarnaast gebruikt het Spaans negatieve woorden als nada (niets), nadie (niemand) en nunca (nooit). Een combinatie als no ... nada heet soms een dubbele ontkenning, maar is in het Spaans geen logische bevestiging en ook geen fout. Het is de gewone grammaticale manier om “niets” uit te drukken wanneer nada na het werkwoord staat.
Hoe het werkt
De basisregel: no vóór het werkwoord
De gewone zinsbouw is eenvoudig:
| Betekenis | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bevestiging | onderwerp + werkwoord + rest | Ana trabaja hoy. |
| Ontkenning | onderwerp + no + werkwoord + rest | Ana no trabaja hoy. |
Het onderwerp (wie of wat iets doet) kan in het Spaans vaak worden weggelaten, omdat de werkwoordsvorm al veel informatie geeft:
- Entiendo. — Ik begrijp het.
- No entiendo. — Ik begrijp het niet.
- Vivimos aquí. — Wij wonen hier.
- No vivimos aquí. — Wij wonen hier niet.
Ook bij een samengestelde werkwoordsvorm staat no vóór het vervoegde deel, niet ergens tussen de werkwoorden:
- No quiero salir. — Ik wil niet uitgaan.
- No puedo ayudarte. — Ik kan je niet helpen.
- No he terminado. — Ik ben nog niet klaar / Ik heb het niet afgemaakt.
- No está trabajando. — Hij/zij is niet aan het werk.
Voor een infinitief (de onbepaalde vorm, zoals “werken” of “gaan”) kan no rechtstreeks vóór die infinitief staan als er geen vervoegd werkwoord bij hoort. Dat zie je bijvoorbeeld op borden en in korte instructies: No fumar — Niet roken.
No in vragen en korte antwoorden
Een vraag wordt op dezelfde manier ontkend:
- ¿No trabajas mañana? — Werk je morgen niet?
- ¿No tienes hambre? — Heb je geen honger?
Let op de bedoeling. Een ontkennende vraag kan verbazing uitdrukken of laten merken dat de spreker iets verwachtte: ¿No vienes? betekent vaak “Kom je niet?” met de bijgedachte dat men dacht dat je wel zou komen.
Als kort antwoord betekent no gewoon “nee”:
- ¿Hablas alemán? — No. — Spreek je Duits? — Nee.
Wil je een volledige ontkennende zin geven, dan gebruik je no opnieuw vóór het werkwoord:
- ¿Hablas alemán? — No, no hablo alemán. — Spreek je Duits? — Nee, ik spreek geen Duits.
Het eerste no beantwoordt de vraag; het tweede ontkent de zin. De herhaling is dus normaal.
Negatieve woorden na het werkwoord
Staan nada, nadie, nunca of een vergelijkbaar negatief woord ná het werkwoord, dan heeft de zin ook no vóór het werkwoord nodig.
| Spaans patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| no + werkwoord + nada | niets / helemaal niet | No compro nada. |
| no + werkwoord + nadie | niemand | No conozco a nadie. |
| no + werkwoord + nunca | nooit | No viajamos nunca en invierno. |
| no + werkwoord + tampoco | ook niet | Yo no voy tampoco. |
Nada kan “niets” zijn, maar bij sommige werkwoorden versterkt het vooral de ontkenning: No me gusta nada betekent “Ik vind het helemaal niet leuk.”
Nadie verwijst naar personen. Als nadie het lijdend voorwerp is (de persoon die de handeling ondergaat), staat vaak het persoonlijke voorzetsel a ervoor: No veo a nadie — Ik zie niemand. Die a betekent hier niet letterlijk “aan” of “naar”; hij markeert een persoon als voorwerp.
Nunca kan na het werkwoord staan, zoals No voy nunca allí. In veel situaties klinkt No voy allí nunca ook natuurlijk. Voor een beginner is no + werkwoord + nunca een veilig patroon.
Een negatief woord vóór het werkwoord
Een belangrijk verschil: staat nada, nadie, nunca, tampoco of ni al vóór het werkwoord, dan gebruik je normaal geen no meer.
| Negatief woord na het werkwoord | Negatief woord vóór het werkwoord |
|---|---|
| No viene nadie. — Er komt niemand. | Nadie viene. — Niemand komt. |
| No funciona nada. — Niets werkt. | Nada funciona. — Niets werkt. |
| No viajo nunca en enero. — Ik reis nooit in januari. | Nunca viajo en enero. — Ik reis nooit in januari. |
| Yo no lo sé tampoco. — Ik weet het ook niet. | Tampoco lo sé. — Ik weet het ook niet. |
Het Nederlands helpt hier maar gedeeltelijk. “Niemand komt niet” heeft in het Standaardnederlands een andere of onduidelijke betekenis, maar Spaans No viene nadie is juist volkomen standaard. Onthoud daarom niet “Spaans gebruikt altijd twee negatieve woorden”, maar deze nauwkeuriger regel:
- negatief woord na het werkwoord → zet ook no vóór het werkwoord;
- negatief woord vóór het werkwoord → laat no weg.
Ni en tampoco
Ni betekent “noch”, “en ook niet” of in een opsomming “zelfs geen”. Het kan woorden en zinsdelen verbinden:
- No bebe café ni té. — Hij/zij drinkt geen koffie en ook geen thee.
- Ni Juan ni Marta vienen. — Noch Juan noch Marta komt.
- No tengo ni tiempo ni dinero. — Ik heb tijd noch geld / Ik heb geen tijd en geen geld.
Tampoco betekent “ook niet”. Het sluit aan bij een eerdere negatieve mededeling:
- Lucía no conduce. Yo tampoco. — Lucía rijdt niet. Ik ook niet.
- No quiero café. — Yo tampoco. — Ik wil geen koffie. — Ik ook niet.
Verwar tampoco niet met también (“ook” in een bevestigende zin): Yo también voy — Ik ga ook; Yo tampoco voy — Ik ga ook niet.
Voorbeelden in context
| Spaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| No entiendo. | Ik begrijp het niet. | Eenvoudige ontkenning met no. |
| No tengo dinero. | Ik heb geen geld. | Nederlands gebruikt “geen”; Spaans gebruikt no vóór het werkwoord. |
| Marta no trabaja los domingos. | Marta werkt niet op zondag. | No staat direct vóór trabaja. |
| No queremos salir esta noche. | We willen vanavond niet uitgaan. | No staat vóór het vervoegde werkwoord queremos. |
| No puedo abrir la puerta. | Ik kan de deur niet openen. | Niet: puedo no abrir voor deze gewone betekenis. |
| ¿No tienes frío? | Heb je het niet koud? | Ontkennende vraag, vaak met een verwachting. |
| No, no vivo aquí. | Nee, ik woon hier niet. | Het eerste no is het antwoord; het tweede ontkent de zin. |
| No veo a nadie en la calle. | Ik zie niemand op straat. | Nadie staat na het werkwoord, dus no is nodig. |
| Nadie sabe la respuesta. | Niemand weet het antwoord. | Nadie staat vóór het werkwoord, dus geen no. |
| No hay nada en la caja. | Er zit niets in de doos. | Gewone Spaanse dubbele ontkenning. |
| Nada funciona sin electricidad. | Niets werkt zonder elektriciteit. | Nada is het onderwerp en staat vooraan. |
| No como nunca carne. | Ik eet nooit vlees. | Nunca na het werkwoord gaat samen met no. |
| Nunca llegamos tarde. | Wij komen nooit te laat. | Nunca vóór het werkwoord is zelf voldoende. |
| Ella no bebe café y yo tampoco. | Zij drinkt geen koffie en ik ook niet. | Tampoco sluit aan bij een ontkenning. |
| No hablamos ni francés ni italiano. | We spreken geen Frans en geen Italiaans. | Ni ... ni ... verbindt twee ontkende mogelijkheden. |
Veelgemaakte fouten
No op de Nederlandse plaats zetten
- Fout: Entiendo no.
- Goed: No entiendo.
- Waarom: Nederlands “niet” staat vaak na het werkwoord of later in de zin. Spaans no staat normaal direct vóór het vervoegde werkwoord.
No weglaten vóór een negatief woord dat achteraan staat
- Fout: Veo a nadie.
- Goed: No veo a nadie.
- Waarom: Nadie staat na het werkwoord. Daarom moet no vóór het werkwoord de ontkenning inleiden.
Twee ontkenningen gebruiken wanneer het negatieve woord vooraan staat
- Fout: Nadie no viene. (als je gewoon “Niemand komt” bedoelt)
- Goed: Nadie viene.
- Waarom: Nadie staat al vóór het werkwoord en ontkent de zin zelf. De combinatie met no kan in bijzondere contexten een andere, ingewikkelde betekenis oproepen, maar is niet de basisconstructie.
Nada en nadie verwisselen
- Fout: No conozco nada. (als je bedoelt dat je geen personen kent)
- Goed: No conozco a nadie.
- Waarom: Nadie verwijst naar mensen; nada naar zaken of naar “niets”. Bij een persoon als lijdend voorwerp verschijnt bovendien vaak a.
También gebruiken na een negatieve mededeling
- Fout: Ana no viene y yo también.
- Goed: Ana no viene y yo tampoco.
- Waarom: También betekent “ook” bij een bevestiging. Voor “ook niet” gebruik je tampoco.
Nederlands “geen” letterlijk proberen te vervangen
- Fout: zoeken naar één apart Spaans woord dat altijd gelijk is aan “geen”.
- Goed: No tengo coche — Ik heb geen auto; No hay leche — Er is geen melk.
- Waarom: Spaans ontkent hier meestal het werkwoord met no. Het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) hoeft niet nog een apart equivalent van “geen” te krijgen.
Gebruiksnotities
No ontkent precies wat erop volgt
Meestal ontkent no de hele mededeling. De plaats kan op hoger niveau echter een betekenisverschil geven:
- No quiero ir. — Ik wil niet gaan.
- Quiero no ir. — Ik wil níét gaan / Ik wil ervoor kiezen niet te gaan.
De eerste zin is verreweg de gewone formulering. In de tweede hoort no bij de infinitief ir en krijgt het niet-gaan extra nadruk. Voor alledaagse A1-zinnen zet je no dus vóór het vervoegde werkwoord.
Lidwoorden na de ontkenning
Na no tener en no hay staat bij een algemene, niet-specifieke hoeveelheid vaak geen onbepaald lidwoord:
- No tengo coche. — Ik heb geen auto.
- No hay agua. — Er is geen water.
Met een lidwoord wordt de betekenis specifieker of krijgt het zelfstandig naamwoord extra kwalificatie:
- No tengo un coche grande. — Ik heb geen grote auto.
- No tengo el coche hoy. — Ik heb de auto vandaag niet.
Dit is geen absolute regel voor elk zelfstandig naamwoord, maar het verklaart waarom een letterlijke omzetting van Nederlands “een/geen” vaak onnatuurlijk klinkt.
Nadruk in spreken en schrijven
In gesproken Spaans kan de spreker een negatief woord benadrukken: No sé nada (“Ik weet echt niets”). In geschreven tekst gebeurt dat zonder de hoofdletters of opeenstapeling die je soms online ziet. Constructies als no ... nada en no ... nunca zijn niet informeel of slordig; ze horen ook bij verzorgd Standaardspaans.
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.
Meer negatieve woorden
Naast nada, nadie en nunca werkt dezelfde plaatsingsregel onder meer bij:
| Spaans | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ninguno / ninguna | geen enkele | No tengo ninguna pregunta. |
| jamás | nooit, beslist nooit | Jamás lo olvidaré. |
| en absoluto | absoluut niet | No estoy de acuerdo en absoluto. |
| ni siquiera | zelfs niet | Ni siquiera llamó. |
Ninguno past zich soms aan het zelfstandig naamwoord aan: ninguna pregunta. Vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt ninguno meestal ningún: No tengo ningún problema. Dat hoort bij een breder onderwerp over onbepaalde woorden.
No es que ...
Met no es que corrigeert of nuanceert een spreker een mogelijke verklaring:
- No es que no quiera ir; es que estoy cansado. — Het is niet dat ik niet wil gaan; ik ben gewoon moe.
Na no es que staat vaak de aanvoegende wijs (een speciale werkwoordsvorm voor onder meer twijfel, beoordeling en niet als feit gepresenteerde informatie): No es que sea difícil... Dit is duidelijk gevorderde grammatica; herken voorlopig vooral de vaste opening.
Ontkenning en bereik
Een ontkenning kan verschillende delen van een boodschap treffen. Vergelijk:
- No todos vienen. — Niet iedereen komt.
- Todos no vienen. — Deze volgorde is in de bedoelde betekenis vaak onnatuurlijk of dubbelzinnig.
- Ninguno viene. — Geen van hen komt.
Niet iedereen is dus niet hetzelfde als niemand. Net als in het Nederlands moet je goed letten op het bereik: welk deel van de zin wordt precies ontkend?
No solo ... sino también ...
Niet ieder no maakt de hele mededeling negatief. In no solo ... sino también ... betekent het “niet alleen ... maar ook ...”:
- No solo habla español, sino también portugués. — Hij/zij spreekt niet alleen Spaans, maar ook Portugees.
Dit is een vaste verbindingsconstructie. Verwar haar niet met de gewone ontkenning van habla.
Oefentips
- Maak elke dag vijf tegenparen. Schrijf eerst een bevestiging en zet die daarna in de ontkenning: Trabajo hoy → No trabajo hoy. Gebruik ook werkwoordgroepen: Quiero salir → No quiero salir.
- Oefen de plaatsingsregel hardop. Maak van No viene nadie ook Nadie viene, en van No funciona nada ook Nada funciona. Zo leer je dat no afhangt van de positie van het andere negatieve woord.
- Vertaal betekenis, geen losse Nederlandse woorden. Neem korte zinnen met “niet”, “geen”, “niemand”, “niets”, “nooit” en “ook niet”. Controleer daarna vooral waar het Spaanse negatieve woord ten opzichte van het vervoegde werkwoord staat.
Verwante onderwerpen
- Vereiste basis: Regelmatige werkwoorden op -AR — helpt je het vervoegde werkwoord te herkennen waar no vóór komt.
- Veel later: Informele spreektaal — laat zien hoe ontkenningen voorkomen tussen tussenwerpsels, stopwoorden en andere kenmerken van spontaan Spaans.
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden op -ar in het SpaansA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Negación Básica in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen