A1

Berfenwau in het Welsh

Berfenwau

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Welsh op Settemila Lingue.

In het kort

Een berfenw is de basisvorm van een Welsh werkwoord, bijvoorbeeld darllen ‘lezen’, bwyta ‘eten’ en mynd ‘gaan’. Voor gewone zinnen in de tegenwoordige tijd gebruikt het Welsh meestal een vorm van bod ‘zijn’ + yn + berfenw: Dw i’n darllen kan zowel ‘Ik lees’ als ‘Ik ben aan het lezen’ betekenen.

Overzicht

De term berfenw (meervoud berfenwau) betekent letterlijk ongeveer ‘werkwoord-naam’. In Nederlandse woordenboeken wordt deze vorm vaak met een infinitief vertaald: darllen ‘lezen’, cysgu ‘slapen’, gwneud ‘doen/maken’. Toch is hij niet precies hetzelfde als de Nederlandse infinitief op -en. Een Welshe berfenw heeft geen vaste uitgang waaraan je hem altijd herkent, en hij kan zich in sommige constructies ook naamwoordachtig gedragen.

Dit onderwerp hoort bij A1 omdat de berfenw nodig is voor bijna elke eenvoudige mededeling over wat iemand doet. Eerst leer je de tegenwoordige vormen van bod. Daarna hoef je voor elke persoon alleen de juiste vorm van bod te kiezen; de berfenw zelf verandert niet. Dat maakt het basissysteem overzichtelijker dan de Nederlandse reeks ik lees, jij leest, hij leest.

Voor Nederlandstaligen zit de grootste valkuil niet in de vorm, maar in de bouw van de zin. Het Welsh zegt letterlijk iets als ‘ik ben + verbindingswoord + lezen’, ook wanneer het Nederlands gewoon ‘ik lees’ gebruikt. Het verschil tussen een handeling die nu bezig is en een gewoonte blijkt vaak uit de context, niet uit een andere werkwoordsvorm.

Hoe het werkt

De basisvorm

Leer een nieuw Welsh werkwoord in de vorm waarin het in het woordenboek staat:

Berfenw Nederlandse betekenis
darllen lezen
bwyta eten
mynd gaan
gwneud doen, maken
siarad spreken, praten
gweithio werken
cysgu slapen
ysgrifennu schrijven

Er bestaat geen algemene uitgang zoals Nederlands -en. Sommige berfenwau eindigen op -u, andere op -o, -i of een medeklinker. Probeer daarom niet zelf een basisvorm te raden: leer vorm en betekenis samen.

De beginnersregel: bod + yn + berfenw

De gewone bevestigende zin heeft deze structuur:

onderwerpvorm van bod + yn + berfenw + rest van de zin

Het onderwerp is degene die de handeling uitvoert. In Mae hi’n bwyta is hi ‘zij’ het onderwerp en bwyta ‘eten’ de berfenw.

Welsh Nederlands Opmerking
Dw i’n darllen. Ik lees / Ik ben aan het lezen. eerste persoon enkelvoud
Wyt ti’n darllen? Lees jij / Ben jij aan het lezen? informele vraag
Mae e’n darllen. Hij leest / Hij is aan het lezen. in delen van Wales hoor je ook o
Mae hi’n darllen. Zij leest / Zij is aan het lezen. derde persoon enkelvoud
Dyn ni’n darllen. Wij lezen / Wij zijn aan het lezen. gesproken vorm voor ‘wij’
Dych chi’n darllen. U leest / Jullie lezen. beleefd enkelvoud of meervoud
Maen nhw’n darllen. Zij lezen / Zij zijn aan het lezen. derde persoon meervoud

Voor een klinker wordt yn verkort tot ’n en aan het voorafgaande woord vast geschreven: i’n, hi’n, ni’n, chi’n, nhw’n. Het apostrof hoort dus bij de spelling. Na een medeklinker blijft doorgaans yn staan, zoals in Dyw e ddim yn gweithio.

De berfenw wordt niet aangepast aan de persoon:

  • Dw i’n bwyta — ik eet.
  • Mae hi’n bwyta — zij eet.
  • Maen nhw’n bwyta — zij eten.

Alle informatie over persoon en getal zit in dw i, wyt ti, mae hi, dyn ni, dych chi, maen nhw. Dit is anders dan in het Nederlands, waar eten verandert in eet bij ik, jij en zij.

Eén vorm voor ‘ik lees’ en ‘ik ben aan het lezen’

Dw i’n darllen kan een actuele bezigheid of een algemene gewoonte uitdrukken. Tijdsbepalingen maken de bedoeling duidelijk:

  • Dw i’n darllen nawr. — Ik ben nu aan het lezen.
  • Dw i’n darllen bob nos. — Ik lees elke avond.

Vertaal bod + yn + berfenw daarom niet automatisch met ‘aan het’. Natuurlijk Nederlands is soms een gewone tegenwoordige tijd. Andersom mag je bij een Nederlandse zin als ‘Wij gaan elke vrijdag’ niet vergeten dat de Welshe zin nog steeds bod en yn nodig heeft: Dyn ni’n mynd bob dydd Gwener.

Vragen en ontkenningen

In een vraag komt de vragende vorm van bod vooraan; de berfenw blijft gelijk:

  • Wyt ti’n gweithio heddiw? — Werk je vandaag?
  • Ydy hi’n dysgu Cymraeg? — Leert zij Welsh?

In een ontkenning staat bij de veelgebruikte gesproken vormen ddim. Omdat ddim tussen bod en de werkwoordelijke verbinding komt, verschijnt yn daarna voluit:

  • Dw i ddim yn gweithio heddiw. — Ik werk vandaag niet.
  • Dyw e ddim yn cysgu. — Hij slaapt niet.
  • Dydyn ni ddim yn mynd. — Wij gaan niet.

De precieze vormen van bod en hun regionale varianten horen bij het afzonderlijke onderwerp over de tegenwoordige tijd van bod. Voor dit onderwerp is de hoofdregel: ook in vragen en ontkenningen blijft de berfenw onveranderd.

Wanneer staat er géén yn?

Niet elke berfenw wordt door yn voorafgegaan. Yn hoort bij de perifrastische constructie (een constructie met een hulpwerkwoord) met bod. Na veel andere woorden staat de berfenw rechtstreeks:

  • Dw i’n hoffi darllen. — Ik houd van lezen / Ik lees graag.
  • Dw i eisiau mynd. — Ik wil gaan.
  • Mae hi’n gallu nofio. — Zij kan zwemmen.
  • Ceisia gysgu. — Probeer te slapen.

In Mae hi’n gallu nofio hoort het eerste yn bij bod + gallu. Voor nofio komt geen tweede yn: gallu ‘kunnen’ wordt rechtstreeks gevolgd door de volgende berfenw.

Ook twee handelingen kunnen zo op elkaar volgen. Welke verbinding natuurlijk is, hangt van het eerste werkwoord af. Leer daarom korte combinaties, bijvoorbeeld hoffi darllen ‘graag lezen’, gallu helpu ‘kunnen helpen’ en mynd i brynu ‘gaan kopen’.

Betekenis en aanvullingen

Een berfenw kan zonder aanvulling staan: Mae’r babi’n cysgu ‘De baby slaapt’. Andere werkwoorden krijgen een voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat): Dw i’n darllen llyfr ‘Ik lees een boek’. Weer andere worden gevolgd door een vast voorzetsel, zoals edrych ar ‘kijken naar’. Het woord na de berfenw bepaalt niet de vorm van de berfenw zelf.

Let wel op beginmedeklinkermutaties: daarbij verandert de eerste medeklinker van een woord door zijn grammaticale omgeving. Zulke veranderingen kunnen na voorzetsels of bezittelijke woorden optreden. Ze zijn geen vervoegingsuitgang van de berfenw. In de veelgehoorde vraag Beth wyt ti’n wneud? ‘Wat doe je?’ verschijnt wneud naast de woordenboekvorm gwneud. Leer zulke zeer frequente vormen eerst als geheel; je hoeft op A1 nog niet elke mutatieregel te beheersen.

Voorbeelden in context

Welsh Nederlands Toelichting
Dw i’n darllen llyfr. Ik lees een boek. darllen blijft de basisvorm.
Mae hi’n bwyta brechdan. Zij eet een boterham. Een handeling die nu bezig kan zijn.
Dyn ni’n mynd i’r dref. Wij gaan naar de stad. mynd is een onregelmatig ogende basisvorm.
Beth wyt ti’n wneud? Wat ben je aan het doen? Veelgebruikte vorm wneud in deze omgeving.
Mae’r plant yn chwarae yn yr ardd. De kinderen spelen in de tuin. Na plant blijft yn voluit staan.
Dych chi’n siarad Cymraeg? Spreekt u Welsh? / Spreken jullie Welsh? chi kan beleefd enkelvoud of meervoud zijn.
Maen nhw’n gweithio yng Nghaerdydd. Zij werken in Cardiff. Gewone tegenwoordige tijd in het Nederlands.
Dw i’n codi am saith bob bore. Ik sta elke ochtend om zeven uur op. De tijdsbepaling maakt er een gewoonte van.
Mae hi’n gwrando ar gerddoriaeth nawr. Zij luistert nu naar muziek. nawr wijst op dit moment.
Wyt ti’n ysgrifennu neges? Schrijf je een bericht? Vraag met dezelfde berfenw.
Dw i ddim yn yfed coffi. Ik drink geen koffie. Na ddim staat yn voluit.
Dyw e ddim yn dod heddiw. Hij komt vandaag niet. Ontkenning; dod verandert niet.
Dw i’n hoffi coginio. Ik kook graag. Geen yn tussen hoffi en coginio.
Mae hi’n gallu nofio’n dda. Zij kan goed zwemmen. Geen tweede yn vóór nofio.
Dyn ni’n mynd i brynu bara. Wij gaan brood kopen. mynd i + berfenw drukt een doel uit.

Veelgemaakte fouten

De vorm van bod weglaten

  • Onjuist: Fi darllen llyfr.
  • Juist: Dw i’n darllen llyfr.
  • Waarom: Het Nederlands kan ‘ik lees’ met één vervoegd werkwoord bouwen. In de gewone Welshe tegenwoordige constructie zijn een vorm van bod, het onderwerp en yn nodig.

De berfenw naar de persoon proberen te vervoegen

  • Onjuist: een zelfbedachte persoonsvorm van darllen na mae hi’n.
  • Juist: Mae hi’n darllen.
  • Waarom: In deze constructie draagt mae de grammaticale informatie. Darllen blijft voor alle personen gelijk.

yn vergeten of overal toevoegen

  • Onjuist: Dw i darllen bob nos.
  • Juist: Dw i’n darllen bob nos.
  • Waarom: Na bevestigend dw i verbindt yn de vorm van bod met de berfenw.

Maar het omgekeerde gaat ook mis:

  • Onjuist: Dw i’n hoffi yn darllen.
  • Juist: Dw i’n hoffi darllen.
  • Waarom: Het eerste yn hoort bij dw i + hoffi. Na hoffi volgt de tweede berfenw rechtstreeks.

De apostrof verkeerd plaatsen

  • Onjuist: Dw in gweithio.
  • Juist: Dw i’n gweithio.
  • Waarom: ’n is de verkorte vorm van yn en wordt aan het voorafgaande woord gehecht. Het voornaamwoord blijft i.

Elke zin met ‘aan het’ vertalen

  • Welsh: Dw i’n gweithio bob dydd.
  • Stroef Nederlands: ‘Ik ben elke dag aan het werken.’
  • Natuurlijk Nederlands: ‘Ik werk elke dag.’
  • Waarom: De Welshe constructie dekt zowel een lopende handeling als een gewoonte. De context kiest de natuurlijke Nederlandse tijd.

yn na ddim samentrekken

  • Onjuist: Dw i ddim ’n gweithio.
  • Juist: Dw i ddim yn gweithio.
  • Waarom: De verkorting ontstaat na een woord dat op een klinker eindigt, zoals i in Dw i’n. Na ddim wordt yn apart en voluit geschreven.

Gebruiksnotities

In hedendaags gesproken Welsh is bod + yn + berfenw buitengewoon frequent. De vormen van bod verschillen enigszins per regio en register. Zo komen voor ‘hij’ zowel e als o voor, en naast gesproken dyn ni zie je in formelere taal ook andere vormen. Kies in het begin één samenhangend model uit je cursus of de streek waarop je je richt, maar leer andere veelvoorkomende vormen herkennen.

Een Nederlandse vertaling laat de structuur vaak niet zien. Dych chi’n siarad Cymraeg? wordt gewoon ‘Spreekt u Welsh?’ en niet noodzakelijk ‘Bent u Welsh aan het spreken?’. Gebruik een vertaling dus om de betekenis te controleren, maar ontleed de Welshe zin apart: waar staat bod, waar staat yn en wat is de berfenw?

Niet elk woord na yn is trouwens een werkwoord. Yn komt ook voor bij eigenschappen en rollen, bijvoorbeeld in constructies met ‘gelukkig’ of ‘leraar’. Je herkent de berfenw aan zijn werkwoordelijke betekenis en aan de woordenboekingang, niet alleen aan het voorafgaande yn.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je later vaak tegenkomt.

Andere hulpwoorden met dezelfde basisvorm

De berfenw blijft belangrijk in constructies voor andere tijdsbetekenissen. Na woorden als wedi ‘na/voltooid’, newydd ‘zojuist’ en heb ‘zonder/niet hebben’ staat geen yn vóór de berfenw:

  • Dw i wedi bwyta. — Ik heb gegeten.
  • Mae hi newydd gyrraedd. — Zij is zojuist aangekomen.
  • Dw i heb orffen. — Ik ben nog niet klaar / Ik heb het niet afgemaakt.

Hier kunnen beginmedeklinkers veranderen. Dat is een mutatie die door de constructie wordt veroorzaakt, niet een nieuwe tijdsuitgang op het werkwoord.

Een berfenw kan naamwoordachtige functies hebben

Omdat de vorm historisch en grammaticaal ook naamwoordachtige eigenschappen heeft, kan een berfenw verwijzen naar de activiteit zelf. In het Nederlands gebruiken we daarvoor soms ‘het + infinitief’, zoals ‘het lezen’, of een zelfstandig naamwoord zoals ‘lezing’. De precieze Welshe bouw kan bezittelijke woorden en mutaties bevatten. Zulke patronen zijn belangrijk voor gevorderd lezen, maar voor een beginner is het veiliger om eerst complete uitdrukkingen te leren.

Voornaamwoorden als voorwerp

Bij gevorderde constructies kan het voorwerp niet simpelweg als een los Nederlands voornaamwoord achter de berfenw worden gezet. Welsh gebruikt onder meer bezittelijke vormen vóór een berfenw, vaak samen met een hernemend voornaamwoord erna. Daardoor kan een vorm die letterlijk naamwoordachtig lijkt in het Nederlands gewoon een werkwoord met ‘mij’, ‘hem’ of ‘haar’ betekenen. Behandel dit later als een apart patroon; het verandert niets aan de A1-regel voor Dw i’n darllen llyfr.

Berfenw tegenover verbogen werkwoordsvormen

Welsh heeft ook korte, verbogen werkwoordsvormen: vormen waarin een uitgang of aparte vorm persoon en tijd aangeeft. Die komen onder meer in verhalende verleden tijden en in formelere taal voor, al zijn sommige heel gewoon in gesprekken. Dan staat er niet altijd een vorm van bod vóór. De berfenw blijft echter de woordenboekvorm en het vertrekpunt voor veel constructies. Verwar ‘basisvorm’ dus niet met ‘de enige werkwoordsvorm die Welsh heeft’.

Samengestelde berfenwau

Later kom je langere of samengestelde berfenwau tegen, waaronder vormen met voorvoegsels zoals ym-. Voor de zinsbouw gedragen die zich vaak net als eenvoudige vormen: Dw i’n ymddiheuro ‘Ik bied mijn excuses aan’. Hun vorming en mogelijke mutaties verdienen een afzonderlijk hoofdstuk.

Oefentips

  1. Bouw één zin om voor alle personen. Neem darllen llyfr en zeg achtereenvolgens Dw i’n…, Wyt ti’n…, Mae hi’n…, Dyn ni’n…, Dych chi’n… en Maen nhw’n…. Zo merk je dat alleen het deel met bod verandert.
  2. Maak paren met ‘nu’ en ‘elke dag’. Vergelijk Dw i’n gweithio nawr met Dw i’n gweithio bob dydd. Vertaal de eerste met ‘ben aan het’ als dat natuurlijk klinkt en de tweede met de gewone Nederlandse tegenwoordige tijd.
  3. Leer werkwoorden in kleine combinaties. Noteer niet alleen mynd ‘gaan’, maar ook mynd i’r gwaith ‘naar het werk gaan’ en mynd i brynu bara ‘brood gaan kopen’. Markeer daarbij of vóór een volgende berfenw i staat of helemaal niets.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Bod in de tegenwoordige tijd in het WelshA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Oefen Berfenwau in Welsh met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Welsh · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen