B1

Onpersoonlijke constructies in het Tsjechisch

Neosobní Konstrukce

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Tsjechisch op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Tsjechische onpersoonlijke zin noemt geen concrete handelende persoon. Je gebruikt bijvoorbeeld je třeba + infinitief voor ‘het is nodig om’, dá se + infinitief voor ‘het kan/men kan’, en een werkwoord zonder onderwerp voor het weer: Prší betekent ‘Het regent’. Het Nederlandse lege onderwerp het krijgt daarbij meestal géén Tsjechisch equivalent.

Overzicht

In een gewone zin is er een onderwerp: iemand of iets doet of ondergaat iets. In een onpersoonlijke constructie staat de gebeurtenis, mogelijkheid, noodzaak of toestand centraal en niet de persoon die handelt. Het Tsjechisch kan zo'n zin vaak zonder uitgesproken onderwerp vormen. Dat voelt voor Nederlandstaligen eerst onvolledig, omdat het Nederlands vrijwel altijd een woord als het, je of men verlangt.

Dit onderwerp hoort bij B1, maar de bouwstenen zijn al bekend: vormen van být (‘zijn’), de infinitief (de onvervoegde vorm, zoals udělat, ‘doen’) en het woordje se. Samen leveren die zeer gangbare patronen op: je třeba ‘het is nodig’, je možné ‘het is mogelijk’, dá se ‘het kan’ en stmívá se ‘het wordt donker’.

Niet elke Nederlandse zin met het is in het Tsjechisch onpersoonlijk. In Je to studené (‘Het is koud’, over bijvoorbeeld eten) verwijst to wel naar iets. In Je zima (‘Het is koud’ als algemene toestand) of Je mi zima (‘Ik heb het koud’) is er geen zaak waarnaar een onderwerp verwijst. Dat verschil is belangrijker dan een woord-voor-woordvertaling.

Zo werkt het

1. Je + beoordeling of noodzaak + infinitief

Het meest bruikbare patroon is:

je / není + uitdrukking + infinitief

Hier is je de derde persoon enkelvoud van být. De infinitief noemt de handeling. De zin zegt dat die handeling nodig, mogelijk, moeilijk of wenselijk is, zonder meteen te zeggen wie haar uitvoert.

Tsjechisch patroon Betekenis Opmerking
Je třeba odejít. Het is nodig om te vertrekken. třeba verandert niet van vorm.
Je potřeba odejít. Het is nodig om te vertrekken. Zeer gangbaar, ook in alledaagse taal.
Je nutné odejít. Het is noodzakelijk om te vertrekken. Sterker en vaak formeler.
Je možné odejít. Het is mogelijk om te vertrekken. možné staat in de onzijdige enkelvoudsvorm.
Je těžké rozhodnout se. Het is moeilijk om te beslissen. Een beoordeling van de handeling.
Není snadné začít znovu. Het is niet gemakkelijk opnieuw te beginnen. Ontken je als není.

Bij woorden als možné, nutné, důležité en těžké staat de vorm gewoonlijk in het onzijdig enkelvoud. De hele handeling geldt als datgene wat mogelijk, nodig, belangrijk of moeilijk is. Het Nederlands gebruikt hier het als opvulling; het Tsjechisch doet dat niet.

De tijd wordt uitgedrukt met být:

  • Bylo třeba čekat. — Het was nodig te wachten.
  • Nebude možné přijet autem. — Het zal niet mogelijk zijn met de auto te komen.
  • Bylo těžké mu rozumět. — Het was moeilijk hem te begrijpen.

In de verleden tijd verschijnt daarom meestal het onzijdige bylo, niet byl of byla. De zin heeft immers geen mannelijk of vrouwelijk onderwerp waarmee het werkwoord overeenkomt.

De infinitief laat de uitvoerder vaak algemeen of uit de context begrijpelijk. Als de uitvoerder uitdrukkelijk genoemd moet worden, is een bijzin met aby bruikbaar:

  • Je třeba přijít včas. — Het is nodig op tijd te komen.
  • Je třeba, abyste přišli včas. — Het is nodig dat u/jullie op tijd komt/komen.

2. Dá se + infinitief: iets is uitvoerbaar

Dá se + infinitief drukt uit dat iets mogelijk of uitvoerbaar is. Afhankelijk van de context vertaalt het Nederlands dit met het kan, men kan of een passieve zin.

dá se + infinitief

nedá se + infinitief

  • Dá se to opravit. — Het kan gerepareerd worden.
  • Nedá se tam zaparkovat. — Je kunt daar niet parkeren.
  • Dalo se s ním domluvit. — Er viel met hem te praten / Je kon afspraken met hem maken.

Het woord se hoort bij de constructie. Zonder se kan gewoon ‘hij/zij/het geeft’ of, in een andere constructie, ‘hij/zij kan’ betekenen. Dá se to opravit? vraagt neutraal of reparatie mogelijk is; het vraagt niet welke specifieke persoon daartoe in staat is.

Een verwant patroon gebruikt een ander werkwoord met se:

  • Tady se dobře pracuje. — Hier werkt het prettig / Hier kun je prettig werken.
  • V Praze se dobře žije. — Het is prettig leven in Praag.
  • O tom se často mluví. — Daar wordt vaak over gesproken.

Deze zinnen presenteren een algemene ervaring of gewoonte. Het Nederlandse je, men of de lijdende vorm is alleen een vertaalmiddel; er staat geen apart Tsjechisch woord voor een algemeen ‘men’.

3. Een ervaarder in de derde naamval

Bij lichamelijke en emotionele toestanden noemt het Tsjechisch de persoon vaak in de datief, de naamval die hier aangeeft aan wie de toestand zich voordoet. Nederlandse voornaamwoorden krijgen dan vormen als mi ‘mij’, ti ‘jou’, mu ‘hem’, ‘haar’, nám ‘ons’ en vám ‘u/jullie’.

Tsjechisch Nederlands Letterlijk patroon
Je mi zima. Ik heb het koud. Aan mij is het koud.
Je ti dobře? Voel je je goed? Is het jou goed?
Bylo mu špatně. Hij voelde zich niet goed. Het was hem slecht.
Je nám líto, že odcházíte. Het spijt ons dat u weggaat. Het is ons spijtig.
Je jí třicet let. Ze is dertig jaar. Aan haar is het dertig jaar.

De persoon is hier dus niet het grammaticale onderwerp. Daarom blijft het onpersoonlijke deel enkelvoudig: Je nám zima, niet een meervoudsvorm van být. Voor een Nederlandstalige is vooral je mi zima lastig, omdat de Nederlandse gewoonte ik heb het koud gemakkelijk leidt tot een fout met of mám.

Zonder datief beschrijft de zin de algemene omgeving: Je zima betekent ‘Het is koud’. Met een datief gaat het om iemands ervaring: Je mi zima betekent ‘Ik heb het koud’.

4. Weer, licht en verandering van toestand

Veel Tsjechische weerwerkwoorden staan vanzelf in de derde persoon enkelvoud en hebben geen onderwerp. Voeg dus geen equivalent van Nederlands het toe.

  • Prší. — Het regent.
  • Sněží. — Het sneeuwt.
  • Mrzne. — Het vriest.
  • Fouká. — Het waait.
  • Stmívá se. — Het wordt donker.
  • Rozednívá se. — Het wordt licht.

In de verleden tijd hebben vormen met een voltooid deelwoord (een werkwoordsvorm zoals pršelo of ochladilo) onzijdig enkelvoud:

  • Včera pršelo. — Gisteren regende het.
  • Brzy se setmělo. — Het werd vroeg donker.
  • V noci se ochladilo. — 's Nachts werd het kouder.

Ook naamwoordelijke toestanden komen voor: Je teplo (‘Het is warm’), Je zataženo (‘Het is bewolkt’) en Bylo mlhavo (‘Het was mistig’). Ze beschrijven de situatie als geheel.

5. Woordvolgorde met korte woordjes

Korte vormen als se en mi zijn clitica: onbeklemtoonde woordjes die meestal vroeg in de zin staan, vaak direct na het eerste zinsdeel. Leer daarom niet alleen losse woorden, maar complete ritmes:

  • Dnes se tu dobře pracuje. — Vandaag is het hier prettig werken.
  • V zimě je mi často zima. — In de winter heb ik het vaak koud.
  • To se nedá vysvětlit. — Dat valt niet uit te leggen.

Zet se niet automatisch naast de infinitief. In Dá se to opravit staat het bij het vervoegde werkwoord . Als to vooropstaat, krijg je To se dá opravit.

Voorbeelden in context

Tsjechisch Nederlands Toelichting
Je třeba to udělat dnes. Het is nodig dit vandaag te doen. Noodzaak zonder genoemde uitvoerder.
Je možné zaplatit kartou? Is het mogelijk met de kaart te betalen? Neutrale vraag naar een mogelijkheid.
Není snadné najít levný byt. Het is niet gemakkelijk een goedkope woning te vinden. Beoordeling plus infinitief.
Bylo nutné zavolat policii. Het was noodzakelijk de politie te bellen. Verleden tijd: onzijdig bylo.
Dá se to opravit? Kan dit gerepareerd worden? Vraag naar uitvoerbaarheid.
Tahle skvrna se nedá odstranit. Deze vlek kan niet verwijderd worden. Het betrokken ding staat vooraan.
Z nádraží se tam dá dojít pěšky. Vanaf het station kun je erheen lopen. Algemene mogelijkheid.
V této kavárně se dobře pracuje. In dit café kun je prettig werken. Algemene ervaring.
Je mi dnes nějak špatně. Ik voel me vandaag niet zo goed. De ervaarder staat in de datief.
Dětem byla zima. De kinderen hadden het koud. dětem is datief; in het verleden staat byla hier bij zima.
Ráno pršelo, ale odpoledne se oteplilo. 's Ochtends regende het, maar 's middags werd het warmer. Twee onpersoonlijke weerszinnen.
Už se stmívá. Het wordt al donker. Verandering van licht.
Je zataženo a fouká. Het is bewolkt en het waait. Twee weerpatronen zonder leeg onderwerp.
Je důležité, aby tomu všichni rozuměli. Het is belangrijk dat iedereen dit begrijpt. Een bijzin noemt de betrokken personen.

Veelgemaakte fouten

Een Nederlands leeg het toevoegen

  • Fout: To prší.
  • Goed: Prší.
  • Waarom: Het Nederlandse het verwijst hier nergens naar en wordt in een neutrale Tsjechische weerzin niet vertaald. To is normaal een aanwijzend voornaamwoord: ‘dat/dit’.

Je vóór een weerwerkwoord zetten

  • Fout: Je prší.
  • Goed: Prší.
  • Waarom: Prší is al een vervoegd werkwoord. Het heeft geen extra vorm van být nodig. Gebruik je wel in een patroon als Je zataženo.

De persoon tot onderwerp maken bij zima

  • Fout: Já jsem zima. of Mám zima.
  • Goed: Je mi zima.
  • Waarom: Tsjechisch stelt de kou als toestand voor en zet de ervaarder in de datief. Nederlands kiest juist de constructie ik heb het koud.

se vergeten bij dá se

  • Fout: Dá to opravit? wanneer je ‘Kan het gerepareerd worden?’ bedoelt.
  • Goed: Dá se to opravit?
  • Waarom: se maakt de vraag onpersoonlijk. Zonder se krijgt een andere grammaticale lezing en is de bedoelde algemene mogelijkheid niet duidelijk.

možná en možné verwarren

  • Fout: Je možná přijít později.
  • Goed: Je možné přijít později.
  • Ook goed, andere betekenis: Možná přijde později. — Misschien komt hij/zij later.
  • Waarom: možné hoort bij je en betekent ‘mogelijk’. možná is hier een bijwoord en betekent ‘misschien’.

se op een Nederlandse plaats zetten

  • Fout: Dá to se opravit.
  • Goed: Dá se to opravit. / To se dá opravit.
  • Waarom: Het onbeklemtoonde se staat gewoonlijk vroeg in de zin, niet willekeurig vlak vóór de infinitief.

Gebruiksnotities

Je třeba en je potřeba betekenen beide ‘het is nodig’. Je potřeba is zeer gewoon in gesproken taal; je třeba klinkt neutraal tot enigszins verzorgd. Je nutné drukt een sterkere noodzaak uit en past goed in instructies en formele teksten. Het nog compactere nutno komt vooral in zakelijke, officiële of bondige formuleringen voor.

Voor mogelijkheid is dá se heel natuurlijk wanneer de praktische uitvoerbaarheid centraal staat: Dá se tam dostat autobusem? (‘Kun je er met de bus komen?’). Je možné klinkt neutraler of formeler en beoordeelt of iets toegestaan of mogelijk is. In officiële taal zie je ook lze ‘het is mogelijk/men kan’ en de ontkenning nelze: Vstupenky nelze vrátit (‘Kaartjes kunnen niet worden teruggebracht’).

Het patroon met se is niet automatisch een letterlijke passieve vorm. Tady se dobře pracuje beschrijft hoe men het werken op die plek ervaart; Nederlands heeft daarvoor geen identieke constructie. Kies in de vertaling wat natuurlijk klinkt: hier werkt het prettig, hier kun je prettig werken of soms hier wordt prettig gewerkt.

Bij nadruk kan een lange datiefvorm vooraan staan: Mně je zima, ale Petrovi ne (‘Ik heb het koud, maar Petr niet’). De korte vorm mi is onbeklemtoond en kan niet dezelfde sterke tegenstelling dragen.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Onpersoonlijke en passiefachtige se-zinnen lopen in elkaar over. Vergelijk:

  • O problému se často mluví. — Over het probleem wordt vaak gesproken. Er is geen grammaticaal onderwerp.
  • Ta kniha se dobře čte. — Dat boek leest prettig. Ta kniha staat in de nominatief (de basisnaamval) en gedraagt zich als onderwerp.
  • Ty knihy se dobře čtou. — Die boeken lezen prettig. Het meervoud blijkt uit čtou.

Bij het laatste type beïnvloedt het genoemde ding dus de werkwoordsvorm. Dat is anders dan bij het volledig onpersoonlijke Tady se dobře pracuje, dat altijd derde persoon enkelvoud blijft.

Een andere gevorderde keuze is die tussen een infinitief en een bijzin. Je možné přijít dřív noemt geen aparte uitvoerder. Je možné, že přijde dřív betekent ‘Het is mogelijk dat hij/zij eerder komt’ en doet een uitspraak over de waarschijnlijkheid van een hele gebeurtenis. Je důležité, abyste přišli dřív noemt met abyste uitdrukkelijk wie eerder moet komen.

Formele teksten stapelen vaak compacte onpersoonlijke middelen:

  • Je nutno žádost podepsat. — Het is noodzakelijk de aanvraag te ondertekenen.
  • Žádost lze podat elektronicky. — De aanvraag kan elektronisch worden ingediend.
  • V budově se nesmí kouřit. — In het gebouw mag niet worden gerookt.

Ten slotte kan de derde persoon meervoud een onbekende bron aanduiden: Říkají, že bude pršet (‘Ze zeggen dat het gaat regenen’). Dit heet nauwkeuriger een onbepaald-persoonlijke zin: er zijn wel mensen die iets zeggen, maar hun identiteit blijft open. Bij Prší is er helemaal geen handelende persoon. Dat onderscheid helpt bij het kiezen tussen Tsjechisch oni, een werkwoord in het meervoud en een echt onpersoonlijk patroon.

Oefentips

  1. Zet Nederlandse zinnen om zonder het. Neem vijf zinnen als Het regent, Het is nodig te wachten en Het wordt donker. Zoek eerst het Tsjechische patroon en controleer pas daarna of er werkelijk een to nodig is.
  2. Leer vaste blokken met hun woordvolgorde. Oefen hardop met je třeba, je mi zima, dá se to en tady se dobře.... Vervang telkens alleen de infinitief, plaats of persoon.
  3. Maak drietallen in verschillende tijden. Bijvoorbeeld Je možné přijít – Bylo možné přijít – Nebude možné přijít en Prší – Pršelo – Bude pršet. Zo leer je tegelijk welke vormen onzijdig zijn en welke werkwoorden zelfstandig vervoegen.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste basis: Het werkwoord být — de vormen je, bylo en bude dragen tijd en ontkenning in veel onpersoonlijke patronen.
  • Volgende stap: Infinitiefconstructies — verdiept het gebruik van de infinitief als onderwerp, aanvulling en doelbepaling.

Vereiste kennis

Být in het TsjechischA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Neosobní Konstrukce in Tsjechisch met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Tsjechisch · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen