B1

Tijdszinnen in het Baskisch

Denbora Perpausak

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Baskisch op Settemila Lingue.

In het kort

Een Baskische tijdszin eindigt meestal met de vorm die de tijdsrelatie aangeeft: etortzen denean ‘wanneer hij of zij komt’, etorri aurretik ‘vóór het komen’ en etorri arte ‘totdat hij of zij komt’. Waar het Nederlands vaak met een voegwoord begint, zet het Baskisch dus vaak een achtervoegsel of een woord als aurretik, ondoren, bitartean of arte achter de werkwoordsvorm.

Overzicht

Met een tijdszin geef je aan wanneer de gebeurtenis in de hoofdzin plaatsvindt. Je kunt ermee uitdrukken dat iets vóór of na iets anders gebeurt, dat twee situaties tegelijk duren, dat iets zich telkens herhaalt of dat een handeling tot een bepaald moment doorgaat. Een bijzin is daarbij een zinsdeel dat als onderdeel van een grotere zin werkt: in “Wanneer ik thuiskom, bel ik je” is “wanneer ik thuiskom” de bijzin.

Op B1-niveau helpen deze vormen je om niet langer alleen losse gebeurtenissen op te sommen. Ze zijn onmisbaar in verhalen, afspraken, recepten en instructies. Je kunt bijvoorbeeld vertellen wat je deed toen je aankwam, wat iemand vóór vertrek moet regelen en hoelang je zult wachten.

Voor Nederlandstaligen is vooral de richting wennen. Het Nederlands waarschuwt meteen met wanneer, voordat of terwijl dat er een tijdszin volgt. In het Baskisch herken je de relatie vaak pas aan het einde: etxera iristen naizenean eindigt op -nean, en zu hemen zauden bitartean eindigt op bitartean. Lees daarom eerst de hele woordgroep voordat je haar vertaalt.

Hoe het werkt

De belangrijkste patronen

Vorm Betekenis Typische bouw
-(e)nean wanneer, als, toen vervoegde werkwoordsgroep + -(e)nean
-tzean / -tean bij het, tijdens het, wanneer werkwoordstam + werkwoordelijk-naamwoorduitgang + -an
aurretik vóór, voordat voltooid deelwoord + aurretik
baino lehen vóór, voordat voltooid deelwoord + baino lehen
ondoren na, nadat voltooid deelwoord + ondoren
bitartean terwijl, zolang als werkwoordsvorm op -n + bitartean
bakoitzean telkens wanneer werkwoordsvorm op -n + bakoitzean
arte tot, totdat voltooid deelwoord + arte

Een vervoegde werkwoordsvorm laat tijd en betrokken personen zien, bijvoorbeeld naiz ‘ik ben’, da ‘hij/zij/het is’ of dut ‘ik heb het’. Een voltooid deelwoord is hier de basisvorm zoals die in woordenboeken staat, bijvoorbeeld etorri ‘komen’, jan ‘eten’ en amaitu ‘afmaken’. Het drukt in deze constructies niet automatisch Nederlandse voltooide tijd uit.

-(e)nean: wanneer, als of toen

-(e)nean wordt aan een vervoegde werkwoordsgroep gekoppeld. De precieze vorm hangt af van het laatste werkwoord:

Losse vorm Tijdsvorm Betekenis
naiz naizenean wanneer ik ben
zara zarenean wanneer jij bent
da denean wanneer hij/zij/het is
dut dudanean wanneer ik het heb/doe
duzu duzunean wanneer jij het hebt/doet
nintzen nintzenean toen ik was

In iristen naizenean ‘wanneer ik aankom’ staat het gewone werkwoord iritsi in de onvoltooide vorm iristen, gevolgd door naizenean. Het Nederlandse verschil tussen als/wanneer voor heden of herhaling en toen voor één gebeurtenis in het verleden wordt niet door een apart Baskisch voegwoord gemaakt. De werkwoordstijd maakt het duidelijk: iristen naizenean is ‘wanneer ik aankom’, maar iritsi nintzenean is ‘toen ik aankwam’.

De tijdszin kan vóór of na de hoofdzin staan:

  • Etxera iristen naizenean, afaria prestatuko dut. — Wanneer ik thuiskom, maak ik het avondeten.
  • Afaria prestatuko dut etxera iristen naizenean. — Ik maak het avondeten wanneer ik thuiskom.

-tzean en -tean: bij of tijdens een handeling

Met -tzean/-tean maak je van een handeling een tijdsbepaling. Deze vorm bevat een werkwoordelijk naamwoord (een werkwoordsvorm die als naamwoord kan functioneren) plus -an. Welke variant verschijnt, hangt van het werkwoord af: etorri → etortzean, sartu → sartzean, ikusi → ikustean.

Deze compacte vorm noemt gewoonlijk geen afzonderlijke persoon. Etxetik irtetean, atea itxi betekent ‘Sluit bij het weggaan de deur’; uit de situatie blijkt wie weggaat. Wil je juist duidelijk maken wie handelt, dan is een vervoegde vorm op -(e)nean vaak helderder: Aita etxetik irteten denean... ‘Wanneer vader van huis vertrekt...’.

aurretik en baino lehen: vóór(dat)

Na een voltooid deelwoord gebruik je aurretik:

  • Etorri aurretik, deitu ezazu. — Bel voordat je komt.
  • Lo egin aurretik, liburua irakurtzen dut. — Voor het slapengaan lees ik een boek.

Baino lehen geeft eveneens ‘voordat’ aan en betekent letterlijk ongeveer ‘eerder dan’:

  • Irten baino lehen, leihoak itxi ditut. — Voordat ik wegging, heb ik de ramen gesloten.

Bij aurretik kan ook een zelfstandig naamwoord staan, meestal met -ren, een uitgang die een relatie als ‘van’ aangeeft: bileraren aurretik ‘vóór de vergadering’. Vergelijk bilera ondoren of bileraren ondoren ‘na de vergadering’; beide typen komen voor, maar met een werkwoord is het patroon amaitu ondoren bijzonder doorzichtig.

ondoren: na(dat)

Ondoren staat na de handeling die eerst voltooid wordt:

  • Jan ondoren, paseatzen naiz. — Na het eten ga ik wandelen.
  • Bilera amaitu ondoren, mezu bat bidali genuen. — Nadat de vergadering was afgelopen, stuurden we een bericht.

Het Baskische voltooid deelwoord vertaalt hier vaak natuurlijk als Nederlands nadat ... was/heeft ..., maar bevat zelf geen persoon. De hoofdzin en de context leveren die informatie. Als de twee handelingen verschillende uitvoerders hebben en dat verschil belangrijk is, kies dan liever een explicietere vervoegde tijdszin op -(e)nean of noem beide uitvoerders.

bitartean: terwijl of zolang

Bitartean volgt doorgaans op een werkwoordsvorm met -n:

  • Zu hemen zauden bitartean, lagunduko didazu. — Zolang jij hier bent, zul je me helpen.
  • Ni lanean ari naizen bitartean, umeek jolasten dute. — Terwijl ik aan het werk ben, spelen de kinderen.

Let op zaude → zauden en naiz → naizen. Dat -n maakt van de vervoegde vorm een vorm die de bijzin met bitartean kan verbinden. Het Nederlandse terwijl kan ook tegenstelling uitdrukken, zoals in “hij houdt van koffie, terwijl zij thee kiest”. Bitartean drukt in de eerste plaats gelijktijdigheid of duur uit; gebruik het niet gedachteloos voor elke Nederlandse zin met terwijl.

bakoitzean: telkens wanneer

Bakoitzean betekent ‘elke keer’ en volgt eveneens op een vorm met -n. Een veelvoorkomend patroon is -tzen den bakoitzean:

  • Etortzen den bakoitzean, loreak ekartzen ditu. — Telkens wanneer hij of zij komt, brengt hij of zij bloemen mee.
  • Hori entzuten dudan bakoitzean, barre egiten dut. — Elke keer dat ik dat hoor, moet ik lachen.

De persoon verandert mee: niet altijd den, maar bijvoorbeeld dudan ‘dat ik het ...’ of duzun ‘dat jij het ...’. Leer dus het hele patroon, niet alleen de vaste reeks -tzen den bakoitzean.

arte: tot(dat)

Arte markeert het eindpunt van een duur. Na een handeling staat gewoonlijk het voltooid deelwoord:

  • Bueltatu arte itxarongo dut. — Ik zal wachten totdat je/hij/zij terugkomt.
  • Lana amaitu arte geratuko gara. — We blijven totdat het werk klaar is.

De persoon die terugkomt is in bueltatu arte niet grammaticaal uitgedrukt; de context moet hem duidelijk maken. Met een tijdstip of naamwoord betekent arte eenvoudig ‘tot’: bihar arte ‘tot morgen’, seiak arte ‘tot zes uur’.

Voorbeelden in context

Baskisch Nederlands Opmerking
Esnatzen naizenean, ura edaten dut. Wanneer ik wakker word, drink ik water. Gewoonte met -(e)nean
Geltokira iritsi ginenean, trena joana zen. Toen we op het station aankwamen, was de trein al weg. Eén moment in het verleden
Amaitzen duzunean, esan iezadazu. Zeg het me wanneer je klaar bent. Tijdszin na de hoofdzin
Etxetik irtetean, giltzak hartu. Neem bij het weggaan je sleutels mee. Compacte vorm op -tean
Etorri aurretik, deitu ezazu. Bel voordat je komt. Handeling + aurretik
Hitz egiten hasi baino lehen, pentsatu. Denk na voordat je begint te spreken. baino lehen
Jan ondoren, paseatzen naiz. Na het eten ga ik wandelen. Eerste handeling is afgerond
Haurrak lo dauden bitartean, sukaldea garbituko dugu. Terwijl de kinderen slapen, maken we de keuken schoon. Gelijktijdigheid
Zu hemen zauden bitartean, lasaiago nago. Zolang jij hier bent, ben ik rustiger. Duur van een toestand
Donostiara joaten garen bakoitzean, lagunak ikusten ditugu. Telkens wanneer we naar San Sebastián gaan, zien we vrienden. Herhaalde gebeurtenis
Abesti hori entzuten dudan bakoitzean, bidaia gogoratzen dut. Elke keer dat ik dat lied hoor, denk ik aan de reis. dudan, omdat ‘ik het hoor’
Bueltatu arte itxarongo dut. Ik zal wachten totdat je/hij/zij terugkomt. Eindgrens met arte
Euria gelditu arte ez gara irtengo. We gaan niet naar buiten totdat het ophoudt met regenen. Ontkenning staat in de hoofdzin

Veelgemaakte fouten

Een Nederlands voegwoord vooraan zetten

  • Fout: Bitartean zu hemen zaude, lan egingo dut.
  • Goed: Zu hemen zauden bitartean, lan egingo dut.
  • Waarom: Bitartean sluit de tijdszin af. Bovendien krijgt zaude de verbindende -n: zauden.

De losse werkwoordsvorm vóór -(e)nean laten staan

  • Fout: Etxera iristen naiz nean, deituko dizut.
  • Goed: Etxera iristen naizenean, deituko dizut.
  • Waarom: -nean wordt aan de werkwoordsvorm vast geschreven: naizenean.

Altijd den bakoitzean gebruiken

  • Fout: Hori ikusten den bakoitzean, harritzen naiz.
  • Goed: Hori ikusten dudan bakoitzean, harritzen naiz.
  • Waarom: In ‘telkens wanneer ik dat zie’ heeft zien een uitgedrukt lijdend voorwerp (wie of wat gezien wordt), hori, en is ‘ik’ de handelende persoon. Daarom is hier dudan nodig, niet het onpersoonlijk aangeleerde den.

Een persoonsvorm na aurretik of ondoren gebruiken

  • Fout: Jan dut ondoren, paseatzen naiz.
  • Goed: Jan ondoren, paseatzen naiz.
  • Waarom: In dit compacte patroon staat het voltooid deelwoord jan direct vóór ondoren. Wil je een volledig vervoegde bijzin, bouw die dan met een daarvoor geschikte constructie.

Nederlands ontkennend denken bij arte

  • Fout: Ez gara irtengo euria ez gelditu arte.
  • Goed: Ez gara irtengo euria gelditu arte.
  • Waarom: In ‘we gaan niet weg totdat de regen stopt’ staat de ontkenning bij ‘weggaan’. Het eindpunt zelf — de regen stopt — blijft bevestigend.

Gebruiksnotities

De komma volgt grotendeels de informatieopbouw. Een langere tijdszin vóór de hoofdzin wordt meestal duidelijk van de rest gescheiden: Lana amaitu ondoren, etxera joango gara. Bij een korte tijdsbepaling of een tijdszin achteraan is een komma vaak niet nodig. Laat de leestekens echter niet bepalen welke vorm je kiest; de grammaticale uitgang blijft beslissend.

-(e)nean is breed inzetbaar en maakt persoon en tijd zichtbaar. -tzean/-tean, aurretik, ondoren en arte zijn compacter en laten de handelende persoon vaak onuitgesproken. Gebruik zo'n compacte vorm vooral wanneer de context geen misverstand oplevert. In een zin als Jan ondoren, alde egin zuen zal de lezer normaal aannemen dat dezelfde persoon at en vertrok.

Voor Nederlandse leerders is een woord-voor-woordvertaling riskant. Nadat is geen los Baskisch woord vóór de zin, en Nederlands wanneer correspondeert niet altijd met precies één Baskische vorm. Kies eerst de relatie — moment, volgorde, gelijktijdigheid, herhaling of eindgrens — en bouw daarna de Baskische tijdszin.

Verder dan de basis

In verhalen werkt de tijdsvorm van het werkwoord samen met de tijdsmarkeerder. Vergelijk etortzen denean ‘wanneer hij/zij komt’ met etorri zenean ‘toen hij/zij kwam’. -(e)nean vertelt op zichzelf dus niet of iets heden, verleden of toekomst is; dat blijkt uit de vervoegde vorm en de hoofdzin.

Er bestaat bovendien een betekenisverschil tussen een exact moment en een duur. Iritsi zenean plaatst iets bij het moment van aankomst. Han zegoen bitartean beschrijft wat gedurende zijn of haar verblijf gebeurde. Met arte kijk je juist vooruit naar de grens waar de duur eindigt: han egon zen gauerdira arte ‘hij/zij bleef daar tot middernacht’.

De compacte constructies kunnen soms dubbelzinnig zijn omdat ze geen persoon tonen. Etorri aurretik, deitu zidan kan zonder verdere context vragen oproepen over wie kwam. Gevorderde schrijvers lossen dat niet op door willekeurig een voornaamwoord toe te voegen, maar door de zin anders te bouwen, een naam te noemen of een vervoegde tijdszin te kiezen.

Ten slotte kun je meerdere relaties combineren, zolang de lezer de volgorde kan volgen: Lana amaitu ondoren, etxera iritsi nintzenean, denak lotan zeuden. ‘Nadat ik mijn werk had afgemaakt, sliep iedereen toen ik thuiskwam.’ Zulke stapeling is grammaticaal mogelijk, maar twee kortere zinnen zijn vaak natuurlijker en duidelijker.

Oefentips

  1. Maak met één gebeurtenis een reeks van vijf: iristen naizenean, iritsi aurretik, iritsi ondoren, iristen naizen bitartean en iritsi arte. Niet elke zin zal even logisch zijn; juist dat dwingt je de tijdsrelatie te begrijpen.
  2. Vertel je dag in drie stappen. Gebruik aurretik voor wat eerst kwam, ondoren voor de volgende stap en bitartean voor twee gelijktijdige bezigheden.
  3. Onderstreep bij het lezen telkens het einde van de tijdszin. Markeer -nean, aurretik, ondoren, bitartean, bakoitzean en arte voordat je de zin vertaalt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Voegwoorden en verbindingswoorden in het BaskischA2

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Denbora Perpausak in Baskisch met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Baskisch · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen