De toekomst met going to in het Engels
Going to Future
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.
In het kort
Gebruik am/is/are going to + basisvorm voor een plan of bedoeling die al bestaat, en voor een voorspelling waarvoor je nu aanwijzingen hebt: I'm going to study medicine en Look at those clouds. It's going to rain. Anders dan in het Nederlands mag be niet ontbreken: niet I going to call, maar I'm going to call.
Overzicht
Met be going to praat je over de toekomst vanuit het heden. Je vertelt bijvoorbeeld wat je al van plan bent: We're going to paint the kitchen this weekend. Je kunt er ook mee voorspellen wat er waarschijnlijk zal gebeuren doordat je nu iets ziet of weet: That glass is going to fall. De constructie hoort bij niveau A2 en komt voortdurend voor in alledaagse gesprekken.
Voor Nederlandstaligen lijkt de vorm vertrouwd. Het Nederlandse “Ik ga vanavond koken” ligt dicht bij I'm going to cook tonight. Toch kun je de Nederlandse woorden niet één voor één vervangen. In het Engels heb je altijd een passende vorm van be nodig: am, is of are. Daarna volgen going to en de basisvorm van het werkwoord, bijvoorbeeld cook, leave of be.
Engels heeft geen enkele vorm die altijd “de toekomst” uitdrukt. Naast going to bestaan onder meer will en de present continuous. Het verschil draait vaak om het perspectief. Going to wijst terug naar een bestaand voornemen of naar bewijs in de huidige situatie. Dat betekent niet automatisch dat de gebeurtenis honderd procent zeker is.
Hoe het werkt
De bouwstenen
De kern is:
onderwerp + am/is/are + going to + basisvorm
Het onderwerp is de persoon of zaak waarover de zin gaat, zoals I, Maya of the shops. De basisvorm is het werkwoord zonder uitgang en zonder to, zoals work, study en open. Deze vorm heet ook wel de infinitief zonder to (de onverbogen vorm van het werkwoord).
| Onderwerp | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| I | am going to | I am going to study. |
| you | are going to | You are going to study. |
| he / she / it | is going to | She is going to study. |
| we | are going to | We are going to study. |
| they | are going to | They are going to study. |
In gewone gesproken taal en informele teksten zijn samentrekkingen heel normaal:
| Voluit | Samentrekking |
|---|---|
| I am | I'm |
| you are | you're |
| he is / she is / it is | he's / she's / it's |
| we are / they are | we're / they're |
Zo klinkt We're going to leave at six meestal natuurlijker dan de volledig uitgesproken vorm We are going to leave at six. Beide zijn correct.
Bevestigende zinnen
Na going to verandert het hoofdwerkwoord niet. Ook bij he, she en it komt er geen -s achter:
- He's going to work from home.
- My sister is going to learn Arabic.
- The shop is going to close early.
Ook be zelf kan de basisvorm zijn: It's going to be difficult. De eerste vorm van be (is) draagt de grammatica van de constructie; de tweede (be) is het hoofdwerkwoord.
Ontkenningen
Zet not direct na am, is of are:
onderwerp + am/is/are + not + going to + basisvorm
| Voluit | Gewone samentrekking | Voorbeeld |
|---|---|---|
| am not going to | 'm not going to | I'm not going to drive. |
| is not going to | isn't going to | He isn't going to stay. |
| are not going to | aren't going to | They aren't going to complain. |
Bij I am not bestaat geen standaardvorm amn't. Gebruik I'm not. Bij is not en are not zijn zowel isn't/aren't als he's not/they're not mogelijk.
Vragen en korte antwoorden
Voor een ja-neevraag komt am/is/are vóór het onderwerp:
am/is/are + onderwerp + going to + basisvorm?
- Are you going to buy that?
- Is Lena going to join us?
- Are the children going to stay awake?
Een vraagwoord is een woord als what, where, when, why of how. Zet het vóór be:
- What are you going to cook?
- Where is he going to live?
- How are they going to pay for it?
In korte antwoorden herhaal je alleen het onderwerp en be, niet de hele constructie:
- Are you going to apply? — Yes, I am.
- Is she going to sell her bike? — No, she isn't.
De twee belangrijkste betekenissen
1. Een bestaand plan of een bedoeling
Gebruik going to als iemand vóór het spreekmoment al het plan of de bedoeling had.
- I'm going to study medicine.
- They're going to get married.
- We're not going to renew the contract.
Het plan hoeft nog niet volledig geregeld te zijn. I'm going to travel through Canada next year kan een serieus voornemen zijn, ook als er nog geen ticket is geboekt.
2. Een voorspelling op basis van huidige aanwijzingen
Gebruik going to als iets in de huidige situatie je reden geeft voor een voorspelling.
- Look at the clouds! It's going to rain.
- You're carrying too much. You're going to drop something.
- The team is ten points behind. They're going to lose.
De aanwijzing kan zichtbaar zijn, maar dat hoeft niet. Ook bekende feiten of de huidige ontwikkeling kunnen als basis dienen: Costs keep rising. The project is going to exceed its budget.
Going to, will en de present continuous
Deze vormen overlappen soms. Kies de vorm die laat zien hoe jij de situatie presenteert.
| Situatie | Gebruikelijke vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bestaand voornemen | going to | I'm going to ask for a day off. |
| spontane beslissing tijdens het spreken | will | The phone is ringing — I'll answer it. |
| voorspelling door huidige aanwijzingen | going to | Careful! You're going to spill your coffee. |
| mening of algemene voorspelling | vaak will | I think prices will fall next year. |
| concrete afspraak of regeling | present continuous | I'm meeting the dentist at ten. |
De present continuous is de vorm am/is/are + werkwoord op -ing. Bij toekomstige afspraken ligt de nadruk op wat al geregeld is, vaak met tijd, plaats of andere betrokkenen. Vergelijk:
- I'm going to visit Sam. — dit is mijn plan of bedoeling.
- I'm visiting Sam at three tomorrow. — de afspraak staat concreet vast.
In werkelijkheid kunnen beide zinnen passend zijn. Ook will en going to zijn niet altijd strikt gescheiden. I think it's going to rain is mogelijk als de spreker aanwijzingen ervaart; I think it will rain klinkt eerder als een voorspelling of mening zonder nadruk op zichtbaar bewijs.
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| I'm going to study medicine. | Ik ga geneeskunde studeren. | Een bestaand toekomstplan. |
| We're going to repaint the bedroom this weekend. | We gaan dit weekend de slaapkamer opnieuw schilderen. | Het plan bestaat al. |
| They're going to get married in May. | Ze gaan in mei trouwen. | Een bedoeling, waarschijnlijk met voorbereidingen. |
| I'm not going to buy a new phone yet. | Ik ga voorlopig geen nieuwe telefoon kopen. | Ontkennend voornemen. |
| Are you going to buy that? | Ga je dat kopen? | Vraag naar iemands bedoeling. |
| What are you going to do after work? | Wat ga je na het werk doen? | Vraag met what. |
| Look at the clouds! It's going to rain. | Kijk eens naar de wolken! Het gaat regenen. | Voorspelling op basis van zichtbaar bewijs. |
| That shelf is going to collapse. | Die plank gaat instorten. | De huidige toestand wijst op het gevolg. |
| Slow down! We're going to miss the turn. | Rustiger! We gaan de afslag missen. | Onmiddellijke aanwijzing in de situatie. |
| The baby's going to be hungry soon. | De baby zal binnenkort honger hebben. | Voorspelling op grond van wat je weet. |
| Is the meeting going to be online? | Gaat de vergadering online plaatsvinden? | Be is hier ook het hoofdwerkwoord. |
| She's going to tell them the truth. | Ze gaat hun de waarheid vertellen. | Na to staat de basisvorm tell. |
| We aren't going to wait any longer. | We gaan niet langer wachten. | Not hoort bij de vorm van be. |
Veelgemaakte fouten
De vorm van be weglaten
- Fout: I going to call him tonight.
- Goed: I'm going to call him tonight.
- Waarom: Going to heeft hier altijd am, is of are nodig. In snel gesproken Engels kan I'm kort klinken, maar grammaticaal is de vorm wel aanwezig.
Het Nederlandse gaan letterlijk met do vertalen
- Fout: Do you go to buy that?
- Goed: Are you going to buy that?
- Waarom: Een vraag met be going to maak je door be naar voren te halen. Je gebruikt geen do of does.
Een verbogen werkwoord na to zetten
- Fout: She is going to studies medicine.
- Goed: She is going to study medicine.
- Waarom: Na going to staat altijd de basisvorm. De persoon wordt al aangegeven door is.
Twee keer to gebruiken
- Fout: We're going to to visit Edinburgh.
- Goed: We're going to visit Edinburgh.
- Waarom: De vaste constructie bevat al to. Daarna volgt rechtstreeks de basisvorm visit.
Going to voor elke toekomstige situatie kiezen
- Minder passend: The doorbell is ringing. I'm going to open the door.
- Natuurlijker bij een spontane beslissing: The doorbell is ringing. I'll open the door.
- Waarom: Als je pas op dat moment beslist, is will vaak de gewone keuze. Was je al van plan de deur te openen, dan kan going to wel kloppen.
Beweging verwarren met de toekomstconstructie
- Beweging: I'm going to London. — Ik ga naar Londen.
- Toekomstconstructie: I'm going to visit London. — Ik ga Londen bezoeken.
- Waarom: In de eerste zin is to London een bestemming. In de tweede zin leidt going to de basisvorm visit in. De context en het woord na to maken het verschil duidelijk.
Gebruiksnotities
Going to is neutraal en heel gebruikelijk in zowel Brits als Amerikaans Engels. Samentrekkingen zoals I'm, she's en aren't passen goed in gesprekken en de meeste alledaagse teksten. In zeer formele teksten kan de volledige vorm rustiger ogen, maar de grammaticale betekenis verandert niet.
In informele uitspraak wordt going to vaak gereduceerd tot iets dat klinkt als gonna. In dialogen, songteksten en berichten zie je daarom soms I'm gonna call her. In verzorgde schrijftaal schrijf je doorgaans going to. Bovendien vervangt gonna alleen de toekomstconstructie vóór een werkwoord: I'm gonna leave komt voor, maar bij echte beweging blijft het I'm going to London, niet I'm gonna London.
Een tijdsbepaling als tomorrow, next week of soon is nuttig, maar niet verplicht. De constructie zelf en de context kunnen al duidelijk maken dat het om later gaat: Careful! It's going to fall.
Let ten slotte op een verschil met het Nederlands. “Zullen” kan een voorspelling, aanbod, belofte of voorstel uitdrukken, terwijl Engels daarvoor verschillende keuzes maakt. Vertaal “zal/zullen” dus niet automatisch met will, en vertaal “gaan” niet automatisch met going to. Vraag jezelf af: bestond het plan al, of is er nu bewijs voor de voorspelling?
Verder dan de basis
Je hoeft deze details op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.
Was/were going to: een plan vanuit het verleden
Met was/were going to kijk je vanuit een moment in het verleden vooruit. Vaak vertelt de verdere context dat het plan niet is uitgevoerd, maar dat volgt niet noodzakelijk uit de vorm zelf.
- I was going to call you, but I fell asleep. — Ik was van plan je te bellen, maar ik viel in slaap.
- They were going to move in June, and in the end they did. — Ze waren van plan in juni te verhuizen, en uiteindelijk deden ze dat ook.
Daarom betekent was going to niet op zichzelf “het gebeurde niet”. De rest van de zin bepaalt dat.
Was/were going to voor een verwachting die niet uitkwam
Dezelfde vorm kan een voorspelling vanuit het verleden weergeven:
- We thought the storm was going to pass quickly. — We dachten dat de storm snel voorbij zou trekken.
Of de verwachting uitkwam, moet opnieuw uit de context blijken.
Going to is geen vaste maat voor zekerheid
Lesboeken vatten het verschil soms samen als “going to is zekerder dan will”. Dat is te grof. Een plan met going to kan veranderen: I'm going to start running, but I haven't chosen a day yet. Een voorspelling met will kan juist zeer stellig zijn: The sun will rise tomorrow. De keuze vertelt vooral waarop de uitspraak berust: een huidige bedoeling of aanwijzing bij going to, tegenover onder meer een spontane beslissing, belofte of neutralere voorspelling bij will.
Nabije en verre toekomst
Going to is niet beperkt tot de nabije toekomst. Zowel I'm going to make coffee now als Scientists are going to study this question for decades is mogelijk. Belangrijker dan de afstand in tijd is het verband met een huidig plan of huidige ontwikkeling.
Opzettelijke weigering
I'm not going to... kan meer zijn dan een neutraal plan. Met nadruk kan het een krachtige weigering uitdrukken:
- I'm not going to apologise for telling the truth. — Ik ga geen excuses aanbieden omdat ik de waarheid heb gezegd.
De intonatie en context bepalen hoe beslist of emotioneel de zin klinkt.
Oefentips
- Maak drietallen. Kies elke dag drie situaties: één bestaand plan, één ontkennend voornemen en één voorspelling op basis van wat je ziet. Schrijf bijvoorbeeld I'm going to..., I'm not going to... en It's going to....
- Oefen dezelfde zin als mededeling, ontkenning en vraag. Zet She is going to apply om in She isn't going to apply en Is she going to apply? Zo automatiseer je de plaats van be.
- Vergelijk bewust met will en de present continuous. Noteer bij toekomstige zinnen waarom de spreker een vorm kiest: bestaand plan, concrete afspraak, zichtbaar bewijs of spontane beslissing. Het gaat niet alleen om vertalen, maar om het perspectief van de spreker.
Verwante begrippen
- Voorkennis: Present Continuous — helpt je de vorm be + werkwoord op -ing herkennen en maakt het contrast tussen een bedoeling en een concrete afspraak duidelijk.