B1

Infinitiefvormen in het Fins

Infinitiivit

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Fins op Settemila Lingue.

In het kort

Het Fins heeft niet één infinitief die overal past. De eerste infinitief is de woordenboekvorm (puhua, spreken), de tweede infinitief drukt vooral een gelijktijdige handeling of manier uit (puhuessa, tijdens het spreken), en de derde infinitief combineert een werkwoordstam met naamvalsuitgangen: puhumassa, puhumaan en puhumasta geven onder meer plaats, richting en vertrek bij een handeling aan.

Overzicht

Een infinitief is een niet-vervoegde werkwoordsvorm: de vorm zegt op zichzelf niet zoals puhun ‘ik spreek’ wie de handeling uitvoert. In het Nederlands gebruiken we vaak de vorm op -en, soms met te: ‘spreken’, ‘om te spreken’, ‘door te spreken’. Het Fins verdeelt die functies over meerdere infinitieven. De uitgang vertelt daardoor vaak hoe de ene handeling zich tot de andere verhoudt.

Op B1-niveau kom je vooral drie groepen tegen. De eerste infinitief benoemt de handeling en volgt vaak op werkwoorden als ‘willen’ en ‘kunnen’. De tweede infinitief betekent vaak ‘terwijl’ of ‘door’. De derde infinitief behandelt de handeling bijna als een plaats: je kunt ‘in het spreken zijn’, ‘naar het spreken gaan’ of ‘uit het spreken komen’. Dat klinkt letterlijk vreemd in het Nederlands, maar levert heel gewone Finse zinnen op.

Voor de vorming heb je kennis van de Finse werkwoordtypen nodig. Vooral bij de derde infinitief kunnen stamveranderingen optreden. Leer daarom niet alleen puhua, maar meteen een klein rijtje als puhua – puhuessa – puhumaan.

Hoe het werkt

1. De eerste infinitief: de basisvorm

De korte eerste infinitief is de vorm in het woordenboek. Hij eindigt op -a/-ä of op een combinatie als -da/-dä, -la/-lä, -na/-nä, -ra/-rä of -ta/-tä, afhankelijk van het werkwoordtype.

Fins Nederlands Gebruik
puhua spreken werkwoordtype 1
syödä eten werkwoordtype 2
tulla komen werkwoordtype 3
tavata ontmoeten werkwoordtype 4
tarvita nodig hebben werkwoordtype 5
vanheta ouder worden werkwoordtype 6

Deze vorm staat veelal na een ander werkwoord dat wens, mogelijkheid, vaardigheid, bedoeling of poging uitdrukt:

  • Haluan puhua. — Ik wil spreken.
  • Osaan uida. — Ik kan zwemmen (ik heb die vaardigheid).
  • Voimme lähteä. — We kunnen vertrekken.
  • Yritän muistaa. — Ik probeer het te onthouden.

Zet er niet automatisch een Fins woord voor Nederlands te tussen. In haluan puhua staan de twee werkwoorden gewoon naast elkaar. Wel bepaalt elk hoofdwerkwoord zijn eigen constructie; zo vraagt pitää in de betekenis ‘moeten’ om een bezitter in de genitief (de vorm die hier aangeeft voor wie de noodzaak geldt): Minun pitää lähteä ‘Ik moet vertrekken’.

Er bestaat ook een lange eerste infinitief op -akse-/-äkse- met een bezitsuitgang: puhuakseni ‘om te spreken’, nähdäksemme ‘om te zien’. Deze doelconstructie hoort bij gevorderder taalgebruik en komt later uitgebreider aan bod.

2. De tweede infinitief: gelijktijdigheid en manier

De tweede infinitief heeft een stam met e en komt hoofdzakelijk in twee naamvallen voor. Een naamval is een uitgang die de functie of verhouding van een vorm aangeeft.

Vorm Patroon Hoofdbetekenis Voorbeeld
inessief tweede stam + -ssa/-ssä tijdens, terwijl puhuessa
instructief tweede stam + -n door/op een bepaalde manier puhuen

De inessief (de ‘in’-vorm) vervangt vaak een bijzin met kun ‘toen/terwijl’:

  • Syödessä luen uutisia. — Tijdens het eten lees ik het nieuws.
  • Opiskellessani asuin Turussa. — Toen ik studeerde, woonde ik in Turku.

De uitvoerder moet duidelijk zijn. Is die dezelfde als het onderwerp (wie of wat de hoofdhandeling uitvoert) van de hoofdzin, dan krijgt de vorm in verzorgde standaardtaal vaak een bezitsuitgang:

Uitvoerder Vorm van puhua Betekenis
ik puhuessani terwijl ik spreek/sprak
jij puhuessasi terwijl jij spreekt/sprak
hij/zij puhuessaan terwijl hij/zij spreekt/sprak
wij puhuessamme terwijl wij spreken/spraken
jullie puhuessanne terwijl jullie spreken/spraken
zij puhuessaan terwijl zij spreken/spraken

Heeft de verkorte handeling een andere, genoemde uitvoerder, dan staat die in de genitief: Mikon puhuessa muut kuuntelivat ‘Terwijl Mikko sprak, luisterden de anderen.’ De tijd haal je uit de hoofdzin of de context; puhuessa is zelf niet tegenwoordige of verleden tijd.

De instructief geeft vooral de manier of begeleidende handeling aan. Hän tuli juosten betekent ‘Hij/zij kwam aanrennen’, letterlijk ongeveer ‘rennend’. Veelvoorkomende vormen zijn hymyillen ‘glimlachend’, itkien ‘huilend’ en nauraen ‘lachend’. Niet elk Nederlands ‘door te’ klinkt natuurlijk als Finse instructief; vaak is een gewone bijzin duidelijker.

Ook de lijdende vorm bestaat: asiasta puhuttaessa betekent ‘wanneer er over de zaak wordt gesproken’. Er wordt dan geen afzonderlijke uitvoerder genoemd.

3. De derde infinitief: de -ma/-mä-vorm

De derde infinitief bouw je met de werkwoordstam + -ma/-mä en een naamvalsuitgang. De klinkerharmonie bepaalt a of ä: puhumassa, maar syömässä. De stam is vaak niet simpelweg de woordenboekvorm zonder de laatste letter.

Woordenboekvorm -ma/-mä-stam Voorbeeldvorm Nederlands
puhua puhuma- puhumaan gaan spreken
lukea lukema- lukemassa bezig met lezen
syödä syömä- syömästä van het eten vandaan
tulla tulema- tulematta zonder te komen
tavata tapaama- tapaamalla door te ontmoeten
tehdä tekemä- tekemään gaan doen

De belangrijkste uitgangen vormen samen een logisch ruimtelijk systeem:

Naamval Uitgang Kernidee Typische combinatie
inessief -massa/-mässä in/bij de handeling olla tekemässä
elatief -masta/-mästä uit/van de handeling tulla uimasta
illatief -maan/-mään naar de handeling toe mennä syömään
adessief -malla/-mällä door middel van oppia tekemällä
abessief -matta/-mättä zonder lähteä sanomatta

Inessief: bezig zijn of ergens voor een handeling zijn

Olen puhumassa betekent ‘Ik ben aan het spreken’ of, afhankelijk van de context, ‘Ik ben ergens om te spreken’. De constructie olla + -massa legt nadruk op een handeling die daadwerkelijk gaande is of waarvoor iemand op de betreffende plek aanwezig is. Gebruik haar niet als automatische vertaling van elke Nederlandse zin met ‘aan het’. Het gewone presens is vaak genoeg: Luen kirjaa ‘Ik lees een boek’.

Illatief en elatief: naar een handeling toe en ervan terug

Na bewegingswerkwoorden is het contrast bijzonder helder:

  • Menen syömään. — Ik ga eten.
  • Tulen syömästä. — Ik kom terug van het eten/ik heb net gegeten en kom terug.

Ook niet-letterlijke werkwoorden kunnen een richting oproepen. Aloin opiskelemaan of aloin opiskella betekent ‘Ik begon te studeren’; beide constructies komen voor. Bij andere werkwoorden moet je de vereiste vorm meele­ren: ryhtyä tekemään ‘beginnen/overgaan tot doen’, maar lopettaa tekeminen ‘ophouden met doen’ gebruikt doorgaans een werkwoordelijk zelfstandig naamwoord, niet -masta.

Adessief en abessief: middel en afwezigheid

De adessief noemt de methode: Kieltä oppii käyttämällä sitä ‘Je leert een taal door haar te gebruiken.’ De abessief betekent ‘zonder te’: Hän lähti hyvästelemättä ‘Hij/zij vertrok zonder afscheid te nemen.’ Bij de abessief kan een bezitsuitgang de uitvoerder verduidelijken, bijvoorbeeld tietämättäni ‘zonder dat ik het wist’.

Voorbeelden in context

Fins Nederlands Opmerking
Haluan puhua suomea rohkeammin. Ik wil vrijmoediger Fins spreken. eerste infinitief na haluta
Emme voi jäädä tänne. We kunnen hier niet blijven. eerste infinitief na voida
Opiskellessani kuuntelen usein musiikkia. Tijdens het studeren luister ik vaak naar muziek. dezelfde uitvoerder: ‘ik’
Lasten nukkuessa talo on hiljainen. Terwijl de kinderen slapen, is het huis stil. andere uitvoerder in de genitief
Hän vastasi hymyillen. Hij/zij antwoordde glimlachend. tweede infinitief, manier
Suomea puhuttaessa ääntäminen on tärkeää. Wanneer er Fins wordt gesproken, is de uitspraak belangrijk. lijdende tweede infinitief
Olen puhumassa asiakkaan kanssa. Ik ben met een klant in gesprek. derde infinitief, inessief
Menen syömään lounasta. Ik ga lunchen. derde infinitief, illatief
Lapset tulivat uimasta. De kinderen kwamen terug van het zwemmen. derde infinitief, elatief
Sanaston oppii parhaiten käyttämällä sitä. Woordenschat leer je het best door die te gebruiken. derde infinitief, adessief
Hän poistui sanomatta mitään. Hij/zij ging weg zonder iets te zeggen. derde infinitief, abessief
Tulimme auttamaan ystäväämme. We kwamen onze vriend(in) helpen. beweging met een doel

Veelgemaakte fouten

1. Overal de woordenboekvorm gebruiken

  • Onjuist: Menen syödä.
  • Juist: Menen syömään.
  • Waarom: Na mennä drukt de illatief van de derde infinitief beweging naar de handeling uit. Nederlands ‘gaan eten’ gebruikt tweemaal een infinitief; het Fins doet dat niet.

2. -massa als vaste vertaling van ‘aan het’ zien

  • Minder natuurlijk zonder bijzondere context: Olen lukemassa joka ilta.
  • Gewoonlijk natuurlijker: Luen joka ilta.
  • Waarom: Een gewoonte staat normaal in het presens. Olla lukemassa zoomt in op het bezig zijn of op de plaats waar het lezen gebeurt.

3. De uitvoerder bij de tweede infinitief onduidelijk laten

  • Onjuist in de bedoelde standaardbetekenis: Opiskellessa asuin Helsingissä als je nadrukkelijk ‘toen ik studeerde’ bedoelt.
  • Juist: Opiskellessani asuin Helsingissä.
  • Waarom: De bezitsuitgang -ni maakt duidelijk dat ‘ik’ zowel studeerde als in Helsinki woonde.

4. Een Nederlandse te-constructie woord voor woord overzetten

  • Onjuist: Yritän että muistaa sen.
  • Juist: Yritän muistaa sen.
  • Waarom: Na yrittää volgt de eerste infinitief rechtstreeks. Er is geen apart woord dat met Nederlands te overeenkomt.

5. Een verkeerde stam voor de derde infinitief maken

  • Onjuist: menen lukemaan wordt bijvoorbeeld foutief lukeamaan.
  • Juist: Menen lukemaan.
  • Waarom: lukea heeft hier de stam lukema-. Bij tavata krijg je juist tapaamaan. Leer de stam samen met een voorbeeldvorm.

6. Richting en vertrek verwisselen

  • Onjuist: Tulen syömään wanneer je bedoelt dat je terugkomt van het eten.
  • Juist: Tulen syömästä.
  • Waarom: -maan/-mään wijst naar de handeling; -masta/-mästä wijst ervandaan. Let wel: Tulen syömään is op zichzelf correct en betekent ‘Ik kom om te eten’.

Gebruiksnotities

In gesproken Fins worden bezitsuitgangen soms minder consequent gebruikt dan in verzorgde schrijftaal. Als leerder is puhuessani voor ‘terwijl ik spreek’ een veilige en duidelijke keuze. Een volledige kun-bijzin is bovendien vaak natuurlijker in spontaan gesprek: Kun opiskelin, asuin Turussa naast het compactere Opiskellessani asuin Turussa.

De constructie olla + -massa kan zowel voortgang als aanwezigheid met een doel uitdrukken. Anna on laulamassa kan betekenen dat Anna nu aan het zingen is, maar ook dat ze ergens is om op te treden. Situatie en woordkeuze beslissen. Het Fins heeft dus geen één-op-één-equivalent van Nederlands ‘aan het zijn’.

Bij vaste combinaties bepaalt het eerste werkwoord welke infinitief of naamval volgt. Probeer daarom niet alleen algemene regels te onthouden. Noteer combinaties als een geheel: haluta tehdä, mennä tekemään, tulla tekemästä, olla tekemässä en oppia tekemällä.

Verder dan de basis

De infinitieven kunnen hele bijzinnen compact maken; zulke constructies heten zinsvervangende constructies (vormen die de inhoud van een bijzin zonder een volledig vervoegd werkwoord weergeven). Mikon tullessa lähdimme komt overeen met Kun Mikko tuli, lähdimme: ‘Toen Mikko kwam, vertrokken we.’ De compacte versie is vooral nuttig in geschreven, informatieve taal. Ze geeft minder expliciet tijd aan, zodat de hoofdzin en context het tijdsverband moeten leveren.

De tweede infinitief heeft ook een lijdende vorm: tehtäessä ‘wanneer er gedaan wordt’ en puhuttaessa ‘wanneer er gesproken wordt’. In formele teksten zie je bijvoorbeeld päätöstä tehtäessä ‘bij het nemen van de beslissing’. Gebruik zo’n vorm alleen wanneer de uitvoerder algemeen of niet relevant is.

De lange eerste infinitief drukt doel uit en heeft normaal een bezitsuitgang die naar de uitvoerder verwijst:

  • Tulin auttaakseni sinua. — Ik kwam om je te helpen.
  • Lähdimme ajoissa ehtiäksemme junaan. — We vertrokken op tijd om de trein te halen.

In alledaagse taal is een derde infinitief vaak gewoner na een bewegingswerkwoord: Tulin auttamaan sinua. De lange vorm kan formeler of nadrukkelijk doelgericht klinken.

Ten slotte lijkt de -ma/-mä-vorm soms op andere werkwoordelijke vormen. In minun tekemäni työ ‘het werk dat ik heb gemaakt’ is tekemäni een handelend deelwoord (een werkwoordsvorm die als bijvoeglijke bepaling werkt), niet de derde infinitief met een van de hier behandelde naamvalsuitgangen. Dezelfde stamvorm betekent dus niet dat de grammaticale functie gelijk is.

Oefentips

  1. Maak richtingstrio’s. Kies vijf werkwoorden en maak telkens olen tekemässä – menen tekemään – tulen tekemästä. Spreek de ruimtelijke tegenstelling ‘erin – ernaartoe – ervandaan’ hardop uit.
  2. Herschrijf bijzinnen. Verander Kun minä opiskelen, kuuntelen musiikkia in Opiskellessani kuuntelen musiikkia. Oefen daarna met een andere uitvoerder: Kun lapset nukkuvatlasten nukkuessa.
  3. Leer vaste combinaties, geen losse uitgangen. Maak kaartjes met aan de ene kant ‘willen doen’, ‘gaan doen’, ‘terugkomen van het doen’ en ‘zonder te doen’, en aan de andere kant haluta tehdä, mennä tekemään, tulla tekemästä en olla tekemättä.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Finse werkwoordtypen 1–3A1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Infinitiivit in Fins met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Fins · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen