C2

Middeleeuws en literair Catalaans

Català Antic i Literari

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.

Kort samengevat

Middeleeuws Catalaans lees je het best als een historische vorm van een taal die je al kent: zoek eerst de moderne Catalaanse vorm achter spellingen als e, ab, lo en dix, en ontleed daarna de zin. Het belangrijkste doel is herkennen, niet zelf archaïsch schrijven. Houd bovendien rekening met de uitgave: dezelfde passage kan diplomatisch, gedeeltelijk gemoderniseerd of volledig hertaald zijn weergegeven.

Overzicht

Onder middeleeuws Catalaans verstaan we hier vooral Catalaans uit teksten van de dertiende tot en met de vijftiende eeuw, zoals het werk van Ramon Llull, de Crònica de Jaume I en de poëzie van Ausiàs March. Het moderne standaard-Catalaans bestond toen nog niet in zijn huidige genormeerde spelling. Schrijvers, kopiisten en streken konden daarom verschillende schrijfwijzen gebruiken voor vormen die inhoudelijk nauw bij elkaar lagen.

Literair Catalaans is ruimer. Ook een latere schrijver kan een plechtige woordvolgorde, zeldzame woorden of oudere vormen kiezen. Tijdens de Renaixença, de negentiende-eeuwse heropleving van de Catalaanse literatuur, grepen auteurs geregeld terug op oudere bronnen en registers. Dat maakt hun taal echter niet automatisch middeleeuws: een negentiende-eeuwse tekst kan historische trekken combineren met toenmalig of modern aandoend Catalaans.

Dit is een onderwerp op C2-niveau. Je moet tegelijk grammatica, tekstsoort, periode en stijl kunnen beoordelen. De syntaxis (de manier waarop woorden tot een zin zijn geordend) kan door poëtische omkering of geleerd taalgebruik minder direct zijn dan in hedendaags proza. Voor Nederlandstaligen lijkt de opgave enigszins op het lezen van Middelnederlands: veel woorden zijn herkenbaar, maar vertrouwde letters en uitgangen gedragen zich niet altijd zoals nu. Kennis van het passat simple, de enkelvoudige literaire verleden tijd, is daarbij onmisbaar.

Hoe het werkt

Lees altijd op drie niveaus

Stel bij een moeilijke vorm drie afzonderlijke vragen:

  1. Welke moderne vorm kan erachter zitten? E kan bijvoorbeeld modern i “en” zijn.
  2. Welke grammaticale functie heeft de vorm? Dixem is een werkwoord in de eerste persoon meervoud: “wij zeiden”.
  3. Waarom staat juist deze vorm hier? Het kan gaan om de ouderdom van de tekst, rijm en metrum, een plechtig register of de keuze van de moderne bezorger.

Zo voorkom je dat je iedere afwijking “middeleeuws” noemt. Sommige vormen zijn ook dialectaal blijven voortleven; andere zijn in modern literair Catalaans nog begrijpelijk of bruikbaar. Historische taal kent geen harde grens waarachter alles ineens anders wordt.

Spelling: zoek overeenkomsten, geen vaste omzetcode

Er was variatie tussen auteurs en handschriften. De volgende koppelingen zijn daarom herkenningshulpen, geen mechanische regels waarmee je elke oude vorm kunt moderniseren.

Oudere vorm of schrijfwijze Vaak modern equivalent Betekenis of functie
e i en
ab amb met
lo, los el, els mannelijk lidwoord; de precieze functie volgt uit de zin
ço / ço que això, allò / allò que dat, datgene (wat)
aprés després daarna, na
rahó raó reden
feyt fet gedaan; feit
aygua aigua water

Een oude h, y of medeklinkercombinatie hoeft dus geen andere uitspraak of betekenis aan te geven. Omgekeerd mag je uit één spelling niet te veel afleiden over de precieze uitspraak van een schrijver. Een handschrift geeft bovendien de gewoonten van een kopiist weer, niet noodzakelijk exact die van de auteur.

Interpunctie en hoofdletters vragen extra aandacht. Moderne komma’s, punten en aanhalingstekens kunnen door een tekstbezorger zijn toegevoegd. Lees een lange passage daarom ook eens zonder blind op de moderne leestekens te vertrouwen: zoek de vervoegde werkwoorden, voegwoorden en betrekkelijke voornaamwoorden die de zinsdelen verbinden.

Werkwoorden: herken eerst persoon, tijd en stam

Oudere teksten gebruiken vaak enkelvoudige verleden tijden waar hedendaagse spreektaal een omschrijving met va zou kiezen. Daarnaast kunnen oude sterke stammen verschijnen. Sterk betekent hier dat niet alleen een gewone uitgang wordt toegevoegd, maar ook de stam een opvallende vorm heeft.

Oudere of literaire vorm Moderne leessteun Nederlandse lezing
dix digué / va dir hij/zij zei
dixem diguérem / vam dir wij zeiden
fo fou / va ser hij/zij was
féu va fer hij/zij deed, maakte
partiren van partir zij vertrokken
ploreu imperatief van plorar huil, jullie; huilt, ogen

De moderne omschrijving in de middelste kolom is een hulp bij de betekenis, geen woord-voor-woordvervanging voor elke context. Kijk ook naar het onderwerp. In E nós dixem maakt nós duidelijk dat dixem “wij zeiden” betekent.

Let vooral op het verschil tussen een infinitief en een voltooid deelwoord. De infinitief is de onverbogen vorm, zoals Nederlands “vervullen”; het voltooid deelwoord is een vorm als “vervuld”. In han mos desigs complir staat complir, niet complert. De combinatie haver + infinitief kan in oudere taal noodzaak of toekomstige gerichtheid uitdrukken: “moeten/zullen mijn verlangens vervullen”. Wie automatisch het moderne haver + voltooid deelwoord verwacht, leest ten onrechte “hebben vervuld”.

Lidwoorden, voornaamwoorden en bezitsvormen

Oudere korte vormen kunnen meerdere grammaticale rollen hebben. Bepaal dus altijd welk woord erop volgt en bij welk werkwoord de vorm hoort.

Vorm Functie in oudere of literaire tekst Moderne vergelijking
lo, los mannelijk bepaald lidwoord meestal el, els
nós beklemtoond “wij” meestal nosaltres
vós beklemtoond of eerbiedig “u/jullie” vaak vosaltres of een beleefdheidsvorm, afhankelijk van de tekst
mos mannelijk meervoud “mijn” els meus
mes vrouwelijk meervoud “mijn” les meves
ço aanwijzend woord: “dat(gene)” això, allò

De accenten in nós en vós helpen in moderne edities om deze beklemtoonde vormen te onderscheiden. Neem zulke redactionele hulpmiddelen niet zonder meer over als bewijs voor de oorspronkelijke schrijfwijze.

Voor een Nederlandstalige is vooral het bezittelijk patroon verraderlijk. In mos desigs staat geen los lidwoord vóór mos, terwijl modern Catalaans doorgaans els meus desigs heeft. Vertaal de vorm niet als een onbekend woord: controleer of hij in geslacht en getal aansluit bij het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) dat erachter staat.

Zinsbouw: herstel de neutrale volgorde

Poëzie en plechtig proza kunnen woorden voor nadruk, ritme of rijm verplaatsen. Zo’n omkering heet ook hyperbaton: woorden die grammaticaal bij elkaar horen, staan uit elkaar. Zoek dan in deze volgorde:

  1. het vervoegde werkwoord;
  2. het onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert);
  3. het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat);
  4. de korte voornaamwoorden en bepalingen die bij het werkwoord horen.

In Veles e vents han mos desigs complir is veles e vents het onderwerp, mos desigs het lijdend voorwerp en complir de infinitief. Zet voor jezelf eerst een neutralere leesvolgorde neer: Veles i vents han de complir els meus desigs. Pas daarna maak je een natuurlijke Nederlandse vertaling.

Ouder proza kan daarnaast veel zinnen met e aan elkaar rijgen. Dat betekent niet dat iedere e in het Nederlands letterlijk “en” moet worden. Afhankelijk van het verband kan een punt, “toen”, “maar” of een bijzin natuurlijker zijn. Ook deelwoordconstructies komen in verzorgd en literair proza voor. Een deelwoord is een werkwoordsvorm als “gedaan” of “gekomen”; in een constructie als Feta la pau, partiren geeft feta la pau de omstandigheid aan: “Nadat de vrede was gesloten, vertrokken zij.”

Voorbeelden in context

De eerste drie regels hieronder zijn de kerncitaten bij dit onderwerp; de overige zinnen zijn didactische voorbeelden in historiserende stijl. Ze laten herkenningspatronen zien, maar bootsen geen specifieke auteur of exact jaartal na.

Catalaans Nederlands Opmerking
E nós dixem que... En wij zeiden dat… Uit de Crònica de Jaume I: e, nós en dixem markeren de oudere taal.
Veles e vents han mos desigs complir. Zeilen en winden moeten mijn verlangens vervullen. Vers van Ausiàs March; haver + infinitief drukt hier noodzaak of gerichtheid uit.
Ploreu, mes ulls, e destil·lau en plor. Huil, mijn ogen, en vloei weg in tranen. Aanspreking van ulls; mes is een oude bezitsvorm.
Lo cavaller dix ço que havia vist. De ridder zei wat hij had gezien. lo = el, dix = “zei”, ço que = “datgene wat”.
E lo rei fo molt meravellat. En de koning was zeer verbaasd. fo is een oude verleden vorm van ser.
Partiren ab gran goig. Zij vertrokken met grote vreugde. ab komt overeen met modern amb.
Aprés tornaren a la ciutat. Daarna keerden zij terug naar de stad. aprés helpt de volgorde van het verhaal te volgen.
Vós, senyor, sabeu la rahó. U, heer, kent de reden. Eerbiedig vós en oude spelling rahó.
Los missatgers portaren noves al rei. De boden brachten nieuws aan de koning. Oud meervoudig lidwoord los.
Feta la pau, partiren les hosts. Nadat de vrede was gesloten, vertrokken de legers. Absolute deelwoordconstructie; hosts heeft hier de historische betekenis “legers”.
Gran era la dolor que sentia. Groot was het verdriet dat hij/zij voelde. Vooropplaatsing voor nadruk; dolor kon anders gebruikt worden dan modern Nederlands doet vermoeden.
No sabia ço que havia esdevingut. Hij/zij wist niet wat er was gebeurd. esdevenir betekent hier “gebeuren”.

Veelgemaakte fouten

Oude spelling behandelen als een vaste geheimcode

  • Onjuiste aanpak: y altijd door i vervangen en h altijd schrappen.
  • Betere aanpak: vergelijk de hele vorm, de grammaticale functie en de context.
  • Waarom: spelling varieert per periode, streek, kopiist en editie. Een lijst met overeenkomsten is een zoekhulp, geen omzetalgoritme.

Haver + infinitief als een voltooide tijd lezen

  • Onjuiste lezing: han ... complir = “hebben … vervuld”.
  • Juiste lezing in het vers: han ... complir = “moeten/zullen … vervullen”.
  • Waarom: een moderne voltooide tijd vereist een voltooid deelwoord, bijvoorbeeld han complert. Complir is een infinitief.

De moderne woordvolgorde woord voor woord volgen

  • Onhandige lezing: elk woord vertalen in precies de volgorde waarin het staat.
  • Beter: verbind eerst onderwerp, werkwoord en voorwerp en herstel daarna een neutrale volgorde.
  • Waarom: vooral poëzie zet woorden uit elkaar voor metrum, rijm en nadruk. Het Nederlands verdraagt niet altijd dezelfde omkering.

Iedere oude vorm zelf gaan gebruiken

  • Niet passend in een gewoon bericht: E nós dixem ço…
  • Modern: I nosaltres vam dir això…
  • Waarom: herkenningskennis en actieve stijlbeheersing zijn niet hetzelfde. Onbedoeld mengen van eeuwen en registers klinkt eerder kunstmatig dan literair.

Een historische vorm verwarren met een fout

  • Te snelle correctie: lo rei zonder meer verbeteren tot el rei.
  • Beter: noteer dat lo in de betreffende historische tekst als lidwoord functioneert.
  • Waarom: moderne spellingcontrole beoordeelt een oude bron met moderne normen. Beschrijf eerst wat er staat; moderniseer alleen als dat het doel van je opdracht is.

De Nederlandse vertaling even ouderwets maken als de bron

  • Overdreven vertaling: elk dix weergeven met “sprak aldus”.
  • Gewoonlijk beter: “zei”, tenzij de Nederlandse vertaling zelf een historische stijl moet oproepen.
  • Waarom: grammaticale ouderdom en vertaalregister zijn afzonderlijke keuzes. Een nauwkeurige moderne vertaling mag natuurlijk Nederlands gebruiken.

Gebruiksnotities

De vorm van de editie bepaalt hoeveel historisch Catalaans je werkelijk ziet. Een diplomatische editie probeert de spelling en indeling van het handschrift nauwkeurig weer te geven. Een kritische editie vergelijkt bronnen en legt redactionele keuzes uit. Een gemoderniseerde editie past bijvoorbeeld spelling en interpunctie aan om het lezen makkelijker te maken. Controleer daarom altijd het voorwoord, de gebruikte tekens en de woordenlijst.

Maak ook onderscheid tussen proza en poëzie. Kroniekproza kan lange ketens van gebeurtenissen hebben, met veel e en verleden vormen. In poëzie wegen metrum, rijm, beeldspraak en aanspreking zwaar mee. De zin Ploreu, mes ulls is niet zomaar een mededeling: de dichter spreekt zijn eigen ogen rechtstreeks toe. Dat stijlmiddel heet apostrofe (een afwezige persoon, een zaak of een lichaamsdeel direct aanspreken).

Bij de Renaixença en later literair taalgebruik moet je niet automatisch dezelfde regels toepassen als bij een middeleeuws handschrift. Een auteur kan archaïsmen bewust selecteren om waardigheid, historische kleur of aansluiting bij de literaire traditie op te roepen. De rest van de zin kan ondertussen veel moderner zijn. Dateer een tekst dus nooit op basis van één woord als car, hom, ço of llur.

Verder dan de basis: analyse op C2-niveau

Van vormherkenning naar stijlinterpretatie

Op gevorderd niveau is de vraag niet alleen “wat betekent dit?”, maar ook “welk effect heeft deze keuze?”. Vergelijk drie mogelijke manieren om een verleden gebeurtenis te vertellen:

Vorm Globale waarde Mogelijk effect
va dir modern passat perifràstic neutraal, vooral gewoon in hedendaags gebruik
digué modern literair passat simple compact, verhalend, geschreven
dix historische sterke vorm duidelijk oud of bewust archaïserend in een latere tekst

Dit onderscheid is geen absolute dateringstabel. Dialect, genre en redactionele modernisering kunnen het beeld veranderen. Het is wel een nuttige schaal om hypotheses te formuleren en daarna aan de hele passage te toetsen.

Latijnse invloed zonder elk lastig zinsdeel “Latijns” te noemen

Geleerde middeleeuwse en latere auteurs kenden vaak Latijnse teksttradities. Dat kan zichtbaar zijn in lange perioden, deelwoordconstructies, abstracte woordenschat en een zorgvuldig opgebouwde woordvolgorde. Toch blijft Catalaans een Romaanse taal met een eigen ontwikkeling. Een omgekeerde woordvolgorde kan evengoed door poëzie, nadruk of vertelritme ontstaan. Gebruik “Latijnse invloed” dus als onderbouwde stijlanalyse, niet als restcategorie voor iedere moeilijke zin.

Woordenboeken en corpusgebruik

Zoek een onbekende vorm in stappen op. Probeer eerst de vorm letterlijk, daarna een vermoedelijke moderne spelling en ten slotte het lemma (de woordenboekvorm). Zoek dixem dus ook onder dir, en feyt onder fet en fer. Noteer bij elke vondst periode, betekenis en bronzin. Historische woorden kunnen vertrouwd ogen maar een andere betekenis hebben; host kan bijvoorbeeld “leger” betekenen en niet alleen de moderne betekenis die je misschien al kent.

Vergelijk waar mogelijk twee betrouwbare edities van dezelfde passage. Verschillen in leestekens of woordkeuze laten zien welke interpretatie van de bezorger komt. Voor een serieuze analyse citeer je de gebruikte editie, niet alleen de naam van de middeleeuwse auteur.

Oefentips

  1. Maak een driekolommenlijst. Schrijf per passage de aangetroffen vorm, de vermoedelijke moderne vorm en de functie op: dixem — vam dir — eerste persoon meervoud, verleden. Zo leer je patronen in plaats van losse curiositeiten.
  2. Ontleed vóór je vertaalt. Onderstreep de vervoegde werkwoorden, omcirkel voegwoorden en verbind onderwerp en voorwerp met een lijn. Schrijf daarna pas een natuurlijke Nederlandse zin.
  3. Vergelijk edities. Leg een historische of diplomatische tekst naast een gemoderniseerde versie. Markeer afzonderlijk wat spelling, grammatica en woordenschat betreft.
  4. Lees hardop, maar voorzichtig. Hardop lezen maakt herhaling en zinsritme hoorbaar. Gebruik het niet om zonder fonologische bron een exacte middeleeuwse uitspraak te reconstrueren.

Verwante begrippen

  • Voorwaarde: Passat simple — nodig om enkelvoudige literaire verleden vormen en hun verhalende functie te herkennen.

Vereiste kennis

Passat simple in het CatalaansC1

Meer C2-concepten