B1

Zwakke werkwoorden in het Arabisch

الأفعال المعتلة

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Arabisch op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een zwak Arabisch werkwoord heeft و of ي als een van de drie letters van zijn wortel. Zo'n letter kan verdwijnen, van klinker veranderen of als lange klinker verschijnen: وَصَلَ → يَصِلُ, قَالَ → يَقُولُ, مَشَى → يَمْشِي. Leer daarom niet alleen de woordenboekvorm, maar steeds het paar ‘hij deed’ en ‘hij doet’.

Overzicht

Arabische werkwoorden worden vaak opgebouwd rond een wortel van drie medeklinkers. Bij كَتَبَ ‘hij schreef’ zijn dat ك–ت–ب. Bij zwakke werkwoorden is een van die wortelletters و of ي. Die twee letters kunnen zowel medeklinker als drager van een lange klinker zijn. Daardoor blijft de wortel herkenbaar, maar ziet de stam er niet in elke tijd en bij elke persoon hetzelfde uit.

Op B1-niveau kom je vooral drie groepen tegen. Bij een beginzwak werkwoord staat de zwakke letter vooraan, zoals و–ص–ل in وَصَلَ. Een hol werkwoord heeft de zwakke letter in het midden, zoals ق–و–ل in قَالَ. Een eindzwak werkwoord eindigt ermee, zoals م–ش–ي in مَشَى en د–ع–و in دَعَا. De Nederlandse term ‘zwak werkwoord’ is hier misleidend: het gaat niet om de Nederlandse tegenstelling werken–werkte tegenover lopen–liep. In het Arabisch zegt ‘zwak’ iets over de letters van de wortel.

Deze patronen zijn belangrijk omdat het Arabisch het onderwerp vaak niet apart noemt. De werkwoordsvorm zelf laat zien wie handelt. Als een zwakke letter verandert, moet je dus nog steeds de persoonsuitgang herkennen.

Zo werkt het

Eerst de drie hoofdtypen herkennen

Type Arabische term Plaats van و of ي Voorbeeld Belangrijkste verandering
beginzwak مِثَال eerste wortelletter وَصَلَ → يَصِلُ de begin-و valt vaak weg in de tegenwoordige tijd
hol أَجْوَف middelste wortelletter قَالَ → يَقُولُ de middenletter verschijnt vaak als lange klinker
eindzwak نَاقِص laatste wortelletter مَشَى → يَمْشِي de eindletter verandert bij bepaalde uitgangen
eindzwak نَاقِص laatste wortelletter دَعَا → يَدْعُو dezelfde groep, maar met و als laatste wortelletter

De wortelletter is een letter die bij de woordfamilie hoort. In قَالَ, يَقُولُ en قَوْل ‘uitspraak, woorden’ blijft de wortel ق–و–ل dezelfde, ook al is de و niet steeds op dezelfde manier zichtbaar.

Beginzwak: وَصَلَ → يَصِلُ

Bij veel werkwoorden van vorm I met een eerste wortelletter و verdwijnt die و in de tegenwoordige tijd. De persoonsvoorvoegsels blijven gewoon staan:

Persoon Verleden tijd Tegenwoordige tijd
ik وَصَلْتُ أَصِلُ
jij (m.) وَصَلْتَ تَصِلُ
jij (v.) وَصَلْتِ تَصِلِينَ
hij وَصَلَ يَصِلُ
zij وَصَلَتْ تَصِلُ
wij وَصَلْنَا نَصِلُ
jullie وَصَلْتُمْ تَصِلُونَ
zij (m./gemengd) وَصَلُوا يَصِلُونَ

De gebiedende wijs (de vorm voor een bevel of verzoek) heeft evenmin een و: صِلْ! ‘kom aan!’ of ‘bereik!’. Niet ieder werkwoord met een begin-و volgt echter precies dezelfde klinkers. Controleer daarom ook bij beginzwakke werkwoorden de tegenwoordige tijd in een woordenboek.

Hol: قَالَ → يَقُولُ

Bij een hol werkwoord wordt de zwakke middenletter vaak een lange ا, و of ي. Zodra er direct een uitgang met een medeklinker achter de stam komt, wordt die lange klinker meestal verkort. Vergelijk قَالَ ‘hij zei’ met قُلْتُ ‘ik zei’.

Persoon Verleden tijd Tegenwoordige tijd
أنا قُلْتُ أَقُولُ
نحن قُلْنَا نَقُولُ
أنتَ قُلْتَ تَقُولُ
أنتِ قُلْتِ تَقُولِينَ
أنتما قُلْتُمَا تَقُولَانِ
أنتم قُلْتُمْ تَقُولُونَ
أنتنّ قُلْتُنَّ تَقُلْنَ
هو قَالَ يَقُولُ
هي قَالَتْ تَقُولُ
هما (m.) قَالَا يَقُولَانِ
هما (v.) قَالَتَا تَقُولَانِ
هم قَالُوا يَقُولُونَ
هنّ قُلْنَ يَقُلْنَ

Deze tabel laat een belangrijk verschil zien. Voor هي blijft de lange klinker in قَالَتْ, maar voor أنا wordt hij kort in قُلْتُ. Het gaat dus niet simpelweg om ‘iedere uitgang laat de klinker verdwijnen’. De vorm hangt af van de lettergreep die door de uitgang ontstaat.

De gebiedende wijs van قَالَ is قُلْ ‘zeg!’. Ook na لَمْ ‘niet’ wordt de stam kort: لَمْ يَقُلْ ‘hij zei niet’. Een ander veelgebruikt hol werkwoord kan een andere korte klinker hebben: بَاعَ → يَبِيعُ → بِعْ ‘verkopen → hij verkoopt → verkoop!’. Leer die klinker dus met het werkwoord mee.

Eindzwak op و: دَعَا → يَدْعُو

Bij دَعَا is de laatste wortelletter و. In de verleden tijd van ‘hij’ wordt die als ا geschreven; met sommige uitgangen komt de و weer tevoorschijn.

Persoon of omgeving Vorm Betekenis
hij دَعَا hij riep / nodigde uit
zij دَعَتْ zij riep / nodigde uit
ik دَعَوْتُ ik riep / nodigde uit
wij دَعَوْنَا wij riepen / nodigden uit
zij (m./gemengd) دَعَوْا zij riepen / nodigden uit
hij, tegenwoordige tijd يَدْعُو hij roept / nodigt uit
jij (v.) تَدْعِينَ jij roept / nodigt uit
zij (m./gemengd) يَدْعُونَ zij roepen / nodigen uit

Let op de spelling van دَعَوْا: de extra alif na de groeps-waw wordt niet uitgesproken. Dat is een spellingsconventie van de uitgang وا.

Eindzwak op ي: مَشَى → يَمْشِي

Bij مَشَى is de laatste wortelletter ي. De ى in de verleden tijd heet alif maqṣūra: hij ziet eruit als een ي zonder punten, maar geeft hier een lange aa-klank weer. Voor bepaalde uitgangen verschijnt de ي weer.

Persoon of omgeving Vorm Betekenis
hij مَشَى hij liep
zij مَشَتْ zij liep
ik مَشَيْتُ ik liep
wij مَشَيْنَا wij liepen
zij (m./gemengd) مَشَوْا zij liepen
hij, tegenwoordige tijd يَمْشِي hij loopt
jij (v.) تَمْشِينَ jij loopt
zij (m./gemengd) يَمْشُونَ zij lopen

Een Nederlandse leerder wil soms één vaste stam zoeken, zoals bij loop–loopt–lopen. Bij مَشَى moet je juist meerdere stamvormen leren: مَشَى، مَشَيْـ، يَمْشِي، يَمْشُـ. De persoonsuitgang bepaalt welke variant verschijnt.

Na لَنْ en لَمْ

De conjunctief (een werkwoordsvorm die onder meer na لَنْ staat) en de verkorte vorm of jussief (onder meer na لَمْ) maken de veranderingen extra zichtbaar. In een tekst zonder klinkertekens kunnen sommige verschillen onzichtbaar blijven.

Basisvorm Na لَنْ ‘zal niet’ Na لَمْ ‘deed niet’ Gebiedende wijs
يَقُولُ لَنْ يَقُولَ لَمْ يَقُلْ قُلْ
يَدْعُو لَنْ يَدْعُوَ لَمْ يَدْعُ اُدْعُ
يَمْشِي لَنْ يَمْشِيَ لَمْ يَمْشِ اِمْشِ

Na لَمْ verdwijnt bij een eindzwak werkwoord de laatste zwakke letter: يَدْعُو → يَدْعُ en يَمْشِي → يَمْشِ. De korte eindklinker helpt de oorspronkelijke wortelletter nog te herkennen. In ongevocaliseerde tekst staan er geen tekens voor u en i, zodat je لم يدع en لم يمش uit de grammaticale omgeving moet herkennen.

Voorbeelden in context

Arabisch Nederlands Toelichting
وَصَلَ القِطَارُ مُبَكِّرًا. De trein kwam vroeg aan. beginzwak, verleden tijd
نَصِلُ إِلَى العَمَلِ فِي الثَّامِنَةِ. We komen om acht uur op het werk aan. de و van وصل is weggevallen
قَالَتْ لِي الحَقِيقَةَ. Ze vertelde me de waarheid. hol werkwoord; lange ا blijft
قُلْتُ إِنِّي مُتْعَبٌ. Ik zei dat ik moe was. korte stam قُلْـ voor ـتُ
مَاذَا تَقُولِينَ؟ Wat zeg je? vrouwelijke jij-vorm
لَمْ يَقُلْ شَيْئًا. Hij zei niets. verkorte vorm na لَمْ
دَعَا أَصْدِقَاءَهُ إِلَى العَشَاءِ. Hij nodigde zijn vrienden uit voor het eten. eindzwak op و
دَعَوْنَا الطَّبِيبَ. We riepen de dokter. de و verschijnt voor ـنَا
لَنْ أَدْعُوَهُ اليَوْمَ. Ik zal hem vandaag niet uitnodigen. conjunctief na لَنْ
اُدْعُ سَلْمَى أَيْضًا. Nodig Salma ook uit. gebiedende wijs
مَشَيْنَا إِلَى البَيْتِ. We liepen naar huis. de ي verschijnt in مَشَيْـ
هُمْ يَمْشُونَ كُلَّ صَبَاحٍ. Ze wandelen elke ochtend. meervoud: يَمْشُونَ
لَمْ أَمْشِ بَعِيدًا. Ik ben niet ver gelopen. laatste ي valt weg na لَمْ
اِمْشِ بِبُطْءٍ. Loop langzaam. gebiedende wijs van مَشَى

Veelgemaakte fouten

De begin-و in de tegenwoordige tijd laten staan

  • Niet: يَوْصِلُ voor ‘hij komt aan’
  • Wel: يَصِلُ
  • Waarom: bij vorm I وَصَلَ valt de eerste wortelletter و weg in deze stam. يُوصِلُ bestaat wel, maar is een andere afgeleide vorm en betekent ‘hij brengt’ of ‘hij bezorgt’.

De lange klinker van een hol werkwoord overal behouden

  • Niet: قَالْتُ
  • Wel: قُلْتُ
  • Waarom: voor de uitgang ـتُ wordt de lange middenklinker verkort. Hetzelfde patroon zie je in قُلْتَ en قُلْنَا.

Na لَمْ de gewone tegenwoordige vorm gebruiken

  • Niet: لَمْ يَقُولُ
  • Wel: لَمْ يَقُلْ
  • Waarom: لَمْ vraagt om de verkorte vorm. Bij het holle قَالَ verdwijnt daardoor de lange klinker.

Een eindzwakke stam rechtstreeks aan ـتُ plakken

  • Niet: مَشَىتُ
  • Wel: مَشَيْتُ
  • Waarom: voor ـتُ verschijnt de onderliggende ي: مَشَيْـ. Bij دَعَا verschijnt op dezelfde plaats و: دَعَوْتُ.

De slotletter na لَمْ laten staan

  • Niet: لَمْ يَمْشِي
  • Wel: لَمْ يَمْشِ
  • Waarom: de laatste ي valt in de verkorte vorm weg. Zonder klinkertekens schrijf je لم يمش.

Denken dat iedere و of ي een werkwoord zwak maakt

  • Niet als redenering: ‘In كَاتَبَ staat een ي-achtige lange klinker, dus het werkwoord is zwak.’
  • Wel: kijk naar de wortelletters.
  • Waarom: een lange klinker kan bij het patroon horen en hoeft geen wortelletter te zijn. Omgekeerd kan een zwakke wortelletter in een bepaalde vorm juist onzichtbaar zijn, zoals و in يَصِلُ.

Gebruik

In modern Standaardarabisch worden volledige persoonsvormen gebruikt in formele gesprekken, nieuws, boeken en schrijftaal. Alledaagse dialecten hebben hun eigen uitspraak en soms andere stammen. Egyptisch Arabisch gebruikt bijvoorbeeld vormen die niet altijd precies gelijklopen met de volledig gevocaliseerde standaardtaal. Gebruik de tabellen hierboven daarom voor modern Standaardarabisch; neem dialectvormen als een apart systeem op.

Gewone Arabische teksten laten meestal de korte klinkertekens weg. قلت kan daardoor, afhankelijk van de context en de ontbrekende klinkers, onder meer قُلْتُ ‘ik zei’, قُلْتَ ‘jij zei’ of قُلْتِ ‘jij zei’ zijn. Dit is geen afwijking van het patroon: de spelling noteert eenvoudigweg niet alle informatie. Het onderwerp, de rest van de zin en de context lossen de dubbelzinnigheid meestal op.

Bij het opzoeken van een werkwoord is alleen de Nederlandse vertaling niet genoeg. Noteer minstens:

  1. de hij-vorm van de verleden tijd: قَالَ;
  2. de hij-vorm van de tegenwoordige tijd: يَقُولُ;
  3. bij een hol of eindzwak werkwoord een korte stamvorm: قُلْتُ of لَمْ يَمْشِ;
  4. het vaste voorzetsel als het werkwoord er een heeft, zoals وَصَلَ إِلَى ‘aankomen bij/in’.

Verdieping

Dubbel zwakke wortels

Sommige wortels bevatten twee zwakke letters. Dat heet لَفِيف. Voorbeelden zijn وَفَى ‘nakomen, vervullen’ en رَوَى ‘vertellen; van water voorzien’. Zulke werkwoorden combineren kenmerken van meer dan één groep. Behandel ze niet als een vierde eenvoudig schema: leer hun verleden en tegenwoordige stam afzonderlijk.

Afgeleide werkwoordsvormen

De indeling beginzwak, hol en eindzwak verwijst naar de plaats van de zwakke letter in de wortel, niet naar haar zichtbare plaats in één vervoegde vorm. Diezelfde wortel kan ook in afgeleide vormen voorkomen. Zo horen وَصَلَ ‘aankomen’ en أَوْصَلَ ‘brengen, bezorgen’ bij dezelfde wortel و–ص–ل, maar hun vervoegingspatroon is niet hetzelfde. Pas dus niet automatisch de regel وَصَلَ → يَصِلُ toe op iedere afgeleide vorm.

Lijdende vorm en deelwoorden

In de lijdende vorm (waarbij degene die de handeling ondergaat centraal staat) kunnen nieuwe klinkerwisselingen optreden. Van قَالَ komt قِيلَ ‘er werd gezegd’; van بَاعَ komt بِيعَ ‘het werd verkocht’. Ook het actieve deelwoord (een vorm zoals Nederlands zeggend of een zelfstandig gebruikte handelende persoon) kan bijzonder zijn: قَائِل ‘zeggend; spreker’ bevat een hamza.

Bij een eindzwak actief deelwoord kan de uitgang afhangen van bepaaldheid en naamval. Zo staat naast الدَّاعِي ‘de oproeper/degene die uitnodigt’ ook دَاعٍ in een onbepaalde vorm. Dit is gevorderde woordvorming; voor actief gebruik op B1 is het belangrijker dat je دَعَا، يَدْعُو، دَعَوْتُ betrouwbaar herkent en vormt.

Niet verwarren met andere onregelmatige groepen

Werkwoorden met een hamza als wortelletter, zoals أَكَلَ ‘eten’, en verdubbelde werkwoorden, zoals مَدَّ ‘uitstrekken’, kunnen ook van stam veranderen. Ze heten in de Arabische grammatica echter niet zwak in deze beperkte betekenis: hun wortel bevat geen و of ي. Ze verdienen dus hun eigen patroon.

Oefentips

  1. Leer viertallen in plaats van losse woorden. Schrijf bijvoorbeeld قَالَ – يَقُولُ – قُلْتُ – لَمْ يَقُلْ en مَشَى – يَمْشِي – مَشَيْتُ – لَمْ يَمْشِ op één kaart. Zo oefen je meteen de lange én de korte stam.
  2. Markeer de drie wortelletters. Neem een korte tekst en zoek vormen van وصل, قول, دعو en مشي. Schrijf de ontbrekende و of ي er in een andere kleur naast. Dat helpt vooral bij ongevocaliseerde tekst.
  3. Vervoeg vanuit een signaalwoord. Maak zinnen met أَمْسِ ‘gisteren’, كُلَّ يَوْمٍ ‘elke dag’, لَنْ en لَمْ. Zeg bijvoorbeeld eerst هُوَ يَمْشِي, daarna لَمْ يَمْشِ. Zo leer je de verandering als onderdeel van een echte zin.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

De verleden tijd in het ArabischA1

Meer B1-concepten

Oefen الأفعال المعتلة in Arabisch met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Arabisch · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen