A1

有: ‘hebben’ en ‘er is’ in het Kantonees

動詞「有」

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Kantonees op Settemila Lingue.

In het kort

有 jau5 betekent zowel ‘hebben’ als ‘er is/er zijn’. Je ontkent niet met 唔有, maar vervangt 有 door 冇 mou5: 我冇錢 ‘ik heb geen geld’. Voor een ja-neevraag zet je beide vormen achter elkaar: 有冇 jau5 mou5 ‘heb je/is er …?’.

Overzicht

有 is een van de nuttigste werkwoorden in het Kantonees. Je gebruikt het om te zeggen dat iemand iets bezit of tot zijn beschikking heeft, maar ook om aan te geven dat iets of iemand ergens aanwezig is. Het Nederlandse verschil tussen hebben en er is/er zijn wordt in het Kantonees dus vaak met hetzelfde woord uitgedrukt.

Dit onderwerp hoort bij A1, omdat je er meteen alledaagse vragen mee kunt stellen: heb je tijd, is hier een toilet, zijn er nog plaatsen? De basis is overzichtelijk. Het werkwoord verandert niet met de persoon of het aantal: 我有 ‘ik heb’, 佢有 ‘hij/zij heeft’ en 我哋有 ‘wij hebben’ bevatten allemaal precies dezelfde vorm 有.

Voor Nederlandstaligen zijn vooral de ontkenning en de vraagvorm even wennen. Waar het Nederlands woorden als niet, geen en omkering van onderwerp en werkwoord gebruikt, heeft het Kantonees de speciale negatieve vorm 冇 en het vaste paar 有冇.

Hoe werkt het?

Uitspraak en basisvormen

Jyutping (een systeem om de Kantonese uitspraak met Latijnse letters en toontijfers weer te geven) schrijft 有 als jau5 en 冇 als mou5. Het cijfer hoort bij de lettergreep: 5 geeft een lage, stijgende toon aan.

Functie Kantonees Jyutping Nederlandse betekenis
bevestigend 有 jau5 hebben; er is/zijn
ontkennend 冇 mou5 niet hebben; er is/zijn geen
ja-neevraag 有冇 jau5 mou5 heb/heeft …?; is/zijn er …?
kort bevestigend antwoord 有 jau5 ja, wel
kort ontkennend antwoord 冇 mou5 nee, niet/geen

Bezit: iemand heeft iets

Bij bezit staat eerst het onderwerp (de persoon of zaak over wie de zin gaat), daarna 有 en vervolgens wat die persoon of zaak heeft:

bezitter + 有 + bezit

  • 我有錢。 ngo5 jau5 cin2 — Ik heb geld.
  • 佢有一架車。 keoi5 jau5 jat1 gaa3 ce1 — Hij/Zij heeft een auto.
  • 間酒店有泳池。 gaan1 zau2 dim3 jau5 wing6 ci4 — Het hotel heeft een zwembad.

Het Kantonees vervoegt 有 niet. Anders dan bij Nederlands ik heb tegenover hij heeft blijft het werkwoord altijd 有. Ook een afzonderlijk woord voor ‘een’ is niet altijd nodig; als je wel telt, staat er normaal een maatwoord tussen het getal en het zelfstandig naamwoord. Een maatwoord is een telwoord dat aangeeft in welke eenheid je iets telt, zoals 個 go3 bij veel personen en voorwerpen, 本 bun2 bij boeken en 架 gaa3 bij voertuigen.

Bestaan of aanwezigheid: ergens is iets

Om te zeggen dat iets op een plaats aanwezig is, zet je de plaats meestal vooraan:

plaats + 有 + aanwezige persoon of zaak

  • 呢度有廁所。 ni1 dou6 jau5 ci3 so2 — Hier is een toilet.
  • 枱面有一本書。 toi2 min6 jau5 jat1 bun2 syu1 — Er ligt een boek op tafel.
  • 雪櫃入面有啲牛奶。 syut3 gwai6 jap6 min6 jau5 di1 ngau4 naai5 — Er staat wat melk in de koelkast.

Het eerste zinsdeel is hier het thema (waarover de rest van de zin informatie geeft). Het Nederlands voegt vaak het plaatshoudende woord er toe: ‘er ligt een boek’. Het Kantonees heeft in deze bouw geen apart equivalent van dat Nederlandse er nodig. Vertaal dus niet woord voor woord.

Een plaats hoeft niet altijd genoemd te worden als iedereen uit de situatie begrijpt waar het over gaat:

  • 有冇問題? jau5 mou5 man6 tai4 — Zijn er vragen?
  • 冇位喇。 mou5 wai2 laa3 — Er is geen plaats meer.

Ontkenning met 冇

De negatieve vorm van 有 is 冇 mou5. Zie 冇 hier niet als een los woord dat je vóór 有 zet: het vervangt 有 volledig.

bezitter of plaats + 冇 + persoon/zaak

Bevestigend Ontkennend Betekenis
我有錢。 我冇錢。 Ik heb geld. → Ik heb geen geld.
呢度有廁所。 呢度冇廁所。 Hier is een toilet. → Hier is geen toilet.
佢有時間。 佢冇時間。 Hij/Zij heeft tijd. → Hij/Zij heeft geen tijd.

Bij veel andere Kantonese werkwoorden gebruik je 唔 m4 voor een gewone ontkenning, maar 唔有 is niet de standaardontkenning van 有. Leer daarom 有—冇 meteen als een vast paar.

Het Nederlands kiest afhankelijk van de zin voor niet of geen: ‘ik heb geen geld’, maar ‘ik heb niet veel tijd’. In beide gevallen gebruikt het Kantonees hier 冇: 我冇錢 en 我冇好多時間.

Ja-neevragen met 有冇

Voor een vraag waarop ‘ja’ of ‘nee’ kan volgen, zet je de positieve en negatieve vorm samen:

bezitter of plaats + 有冇 + persoon/zaak?

  • 你有冇時間? nei5 jau5 mou5 si4 gaan3 — Heb je tijd?
  • 呢度有冇廁所? ni1 dou6 jau5 mou5 ci3 so2 — Is hier een toilet?
  • 今日有冇堂? gam1 jat6 jau5 mou5 tong4 — Is er vandaag les?

Dit heet een A-niet-A-vraag: je biedt als het ware de positieve en de negatieve mogelijkheid tegelijk aan. In het Nederlands verandert de woordvolgorde vaak van ‘je hebt’ naar ‘heb je?’. In het Kantonees blijft de rest van de zin op zijn plaats; alleen 有 wordt 有冇.

Een natuurlijk kort antwoord herhaalt het werkwoord, niet een algemeen woord voor ‘ja’ of ‘nee’:

  • 有。 jau5 — Ja, ik heb het / ja, dat is er.
  • 冇。 mou5 — Nee, ik heb het niet / nee, dat is er niet.

Wil je preciezer antwoorden, dan kun je meer van de zin herhalen: 有時間。 ‘Ja, ik heb tijd’ of 冇時間。 ‘Nee, ik heb geen tijd’.

有 is niet hetzelfde als 嘅

Nederlandse zinnen met hebben drukken bezit uit: 我有一本書 ‘ik heb een boek’. Een bezitsgroep zoals mijn boek gebruikt daarentegen meestal 嘅 ge3:

Bedoeling Kantonees Nederlands
zeggen wat je hebt 我有一本書。 Ik heb een boek.
aangeven van wie het boek is 我嘅書 mijn boek

Verwissel deze twee patronen niet. 有 is een werkwoord en vormt een hele mededeling; 嘅 koppelt een bezitter aan een zelfstandig naamwoord.

有 tegenover 喺

有 meldt dat iets bestaat of aanwezig is. 喺 hai2 vertelt waar een al bekende persoon of zaak zich bevindt. Het verschil lijkt op dat tussen ‘er ligt een boek op tafel’ en ‘het boek ligt op tafel’:

Nieuwe informatie Bekende zaak lokaliseren
枱面有一本書。 本書喺枱面。
Er ligt een boek op tafel. Het boek ligt op tafel.

Dit onderscheid is nuttig, maar voor een beginner is de eenvoudige vuistregel genoeg: gebruik plaats + 有 + zaak om te melden wat er ergens is; gebruik zaak + 喺 + plaats om te zeggen waar die zaak is.

Voorbeelden in context

Kantonees Jyutping Nederlands Opmerking
我有兩個妹妹。 ngo5 jau5 loeng5 go3 mui6 mui2 Ik heb twee jongere zussen. Bezit; 個 is het maatwoord.
佢有一架車。 keoi5 jau5 jat1 gaa3 ce1 Hij/Zij heeft een auto. 架 is een maatwoord voor voertuigen.
我哋屋企有三個人。 ngo5 dei6 uk1 kei2 jau5 saam1 go3 jan4 Ons huishouden bestaat uit drie personen. Letterlijk: ‘ons huis heeft drie mensen’.
我有問題。 ngo5 jau5 man6 tai4 Ik heb een vraag. Probleem of vraag blijkt uit de context.
你有冇時間? nei5 jau5 mou5 si4 gaan3 Heb je tijd? Een gewone ja-neevraag.
我冇錢。 ngo5 mou5 cin2 Ik heb geen geld. 冇 vervangt 有.
呢度有冇廁所? ni1 dou6 jau5 mou5 ci3 so2 Is hier een toilet? De plaats staat vooraan.
有冇問題? jau5 mou5 man6 tai4 Zijn er vragen? De plaats of situatie is duidelijk.
雪櫃入面有啲牛奶。 syut3 gwai6 jap6 min6 jau5 di1 ngau4 naai5 Er staat wat melk in de koelkast. 啲 betekent hier ‘wat’.
附近冇銀行。 fu6 gan6 mou5 ngan4 hong4 Er is geen bank in de buurt. Ontkennende bestaanszin.
今日有冇堂? gam1 jat6 jau5 mou5 tong4 Is er vandaag les? 今日 vormt het tijdskader.
間酒店有泳池。 gaan1 zau2 dim3 jau5 wing6 ci4 Het hotel heeft een zwembad. Een zaak kan ook de bezitter zijn.
枱面有一本書。 toi2 min6 jau5 jat1 bun2 syu1 Er ligt een boek op tafel. Introduceert een boek als nieuwe informatie.
本書喺枱面。 bun2 syu1 hai2 toi2 min6 Het boek ligt op tafel. 喺 lokaliseert een al bekend boek.

Veelgemaakte fouten

1. 唔 vóór 有 zetten

  • Onjuist: 我唔有錢。
  • Juist: 我冇錢。 ngo5 mou5 cin2
  • Waarom: de vaste ontkennende tegenhanger van 有 is 冇. Gebruik niet het algemene ontkenningswoord 唔.

2. De Nederlandse vraagvolgorde nabootsen

  • Onjuist bedoeld patroon: 有你時間?
  • Juist: 你有冇時間? nei5 jau5 mou5 si4 gaan3
  • Waarom: het onderwerp 你 blijft vooraan. De vraag wordt zichtbaar door 有冇, niet door omkering zoals in ‘heb jij tijd?’.

3. Een Nederlands ‘er’ letterlijk proberen toe te voegen

  • Onnodig: een extra woord invoegen als vertaling van er in ‘er is een winkel’
  • Juist: 附近有一間舖頭。 fu6 gan6 jau5 jat1 gaan1 pou3 tau2 — Er is een winkel in de buurt.
  • Waarom: de bouw plaats + 有 + zaak drukt de hele Nederlandse constructie met er is al uit.

4. 有 gebruiken waar 嘅 nodig is

  • Onjuist voor ‘mijn boek’: 我有書
  • Juist: 我嘅書 ngo5 ge3 syu1
  • Waarom: 我有書 betekent ‘ik heb een boek/boeken’. Voor ‘mijn boek’ verbind je de bezitter en het bezit met 嘅.

5. 有 en 喺 door elkaar halen

  • Onjuist voor ‘het boek ligt op tafel’: 本書有枱面。
  • Juist: 本書喺枱面。 bun2 syu1 hai2 toi2 min6
  • Waarom: 喺 geeft de locatie van het boek aan. Met 枱面有一本書 meld je juist dat er een boek aanwezig is.

6. Het maatwoord na een getal vergeten

  • Onjuist: 我有兩妹妹。
  • Juist: 我有兩個妹妹。 ngo5 jau5 loeng5 go3 mui6 mui2
  • Waarom: tussen een getal en een telbaar zelfstandig naamwoord staat normaal een passend maatwoord, hier 個.

Gebruiksnotities

In informele gesprekken wordt informatie die al duidelijk is vaak weggelaten. In een winkel kan iemand alleen 有冇? vragen als uit de situatie duidelijk is welk artikel bedoeld wordt. Het antwoord 有 of 冇 is dan volledig natuurlijk. Als de context niet duidelijk is, noem je het gevraagde voorwerp wel.

有 kan zowel concreet bezit als beschikbaarheid, relaties en eigenschappen uitdrukken. 我有兩個妹妹 betekent dat twee jongere zussen tot je familie behoren; 我有時間 dat je tijd beschikbaar hebt; 間酒店有泳池 dat het hotel over een zwembad beschikt. Het Nederlandse werkwoord hebben werkt in veel van zulke gevallen vergelijkbaar, maar niet iedere Nederlandse uitdrukking met hebben kan automatisch woord voor woord met 有 worden vertaald.

Geschreven Kantonees gebruikt hier doorgaans 有 en 冇 zoals de spreektaal. In formeel Standaardchinees komt 沒有 voor waar gesproken Kantonees 冇 gebruikt. Voor een Kantonese alledaagse zin is 冇 de vorm die je actief moet leren.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen. Ze laten wel zien waarom je 有 en 冇 later in langere zinnen blijft tegenkomen.

有冇 vóór een werkwoordelijke uitdrukking

In vragen kan 有冇 ook informeren of een handeling werkelijk heeft plaatsgevonden:

  • 你有冇去過香港? nei5 jau5 mou5 heoi3 gwo3 hoeng1 gong2 — Ben je ooit in Hongkong geweest?
  • 佢有冇打電話嚟? keoi5 jau5 mou5 daa2 din6 waa2 lai4 — Heeft hij/zij gebeld?

Hier gaat het niet om bezit. 有冇 vraagt of de gebeurtenis wel of niet is voorgekomen. De ontkennende vorm is vaak 冇 + werkwoord: 我冇去過 ‘ik ben er nooit geweest’. Aspectdeeltjes zoals 過 gwo3 geven extra informatie over ervaring of voltooiing en vormen een apart, later onderwerp.

有得 en 冇得: gelegenheid of mogelijkheid

有得 + werkwoord betekent dat er gelegenheid of mogelijkheid is om iets te doen. 冇得 + werkwoord zegt dat die mogelijkheid ontbreekt:

  • 聽日有得休息。 ting1 jat6 jau5 dak1 jau1 sik1 — Morgen kunnen we rusten / krijgen we de kans om te rusten.
  • 冇得揀。 mou5 dak1 gaan2 — Er valt niet te kiezen.

Dit zijn vaste, veelvoorkomende spreektaalpatronen. De precieze Nederlandse vertaling hangt sterk van de situatie af.

有啲 vóór een eigenschap

De combinatie 有啲 jau5 di1 kan vóór een eigenschap ‘een beetje’ of ‘nogal’ betekenen:

  • 今日有啲凍。 gam1 jat6 jau5 di1 dung3 — Vandaag is het een beetje koud.
  • 呢個有啲貴。 ni1 go3 jau5 di1 gwai3 — Dit is nogal duur.

Leer 有啲 voorlopig als één bruikbare combinatie. Het is niet simpelweg de bestaansbouw ‘er zijn enkele’ wanneer er daarna een eigenschap als 凍 ‘koud’ of 貴 ‘duur’ staat.

Oefentips

  1. Maak drie rijtjes met dezelfde woorden. Schrijf bijvoorbeeld 我有時間, 我冇時間, 我有冇時間? en vervang daarna 時間 door 錢, 問題 en 車. Zo wordt 有—冇—有冇 één automatisch patroon.
  2. Kijk om je heen en beschrijf een plaats. Maak vijf zinnen met plaats + 有/冇: wat is er in je kamer, koelkast of straat? Voeg bij telbare zaken een getal en maatwoord toe.
  3. Oefen korte gesprekken hardop. Stel 你有冇……?-vragen en antwoord meteen met 有 of 冇, gevolgd door een langere zin. Let daarbij bewust op de tonen van jau5 en mou5.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden in het KantoneesA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen