A1

Var en yok in het Turks

Var ve Yok

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Turks op Settemila Lingue.

In het kort

Met var zeg je dat iets er is of dat iemand iets heeft; met yok zeg je dat iets er niet is of dat iemand iets niet heeft. Voor een vraag zet je het losse vraagpartikel (een klein vraagwoordje) mı na var: Burada market var mı? betekent ‘Is hier een supermarkt?’ Bezit druk je meestal uit door een bezitsuitgang aan het zelfstandig naamwoord toe te voegen: Param var is letterlijk ‘Mijn geld bestaat’ en betekent gewoon ‘Ik heb geld.’

Overzicht

Var en yok behoren tot de nuttigste woorden van het Turks. Je gebruikt ze om te vertellen wat zich ergens bevindt, wat beschikbaar is en wat ontbreekt. Zo betekent Masada bir kitap var ‘Er ligt een boek op tafel’, terwijl Masada kitap yok betekent dat er geen boek op tafel ligt. Het verschil tussen enkelvoud en meervoud verandert var en yok niet.

Dit onderwerp komt al op A1 aan bod, omdat je de constructie voortdurend nodig hebt: in een winkel, in een hotel, bij het vragen naar voorzieningen en in gesprekken over wat iemand heeft. Anders dan in het Nederlands gebruikt het Turks hierbij geen werkwoord dat rechtstreeks overeenkomt met hebben. In Arabam var draagt araba ‘auto’ de bezitsuitgang voor ‘mijn’; var zegt vervolgens dat die auto bestaat of beschikbaar is.

Voor Nederlandstaligen zijn vooral twee gewoonten belangrijk. Vertaal ten eerste Nederlands er is/er zijn niet woord voor woord: het Turks heeft hier geen los woord voor er. Vertaal ten tweede niet elke vorm van hebben met een apart Turks werkwoord. Bij gewoon bezit is bezitsuitgang + var/yok meestal de natuurlijke keuze.

Hoe het werkt

Iets is ergens aanwezig

De meest neutrale volgorde is:

plaats + wat er aanwezig is + var/yok

De plaats krijgt vaak de locatief, de naamval (een uitgang die hier aangeeft waar iets is) -da/-de/-ta/-te:

Onderdeel Turks Betekenis
plaats masa-da op de tafel
wat aanwezig is bir kitap een boek
bestaan var er is

Samen wordt dat Masada bir kitap var. De precieze vorm van de plaatsuitgang hangt af van klinker- en medeklinkerharmonie: evde ‘thuis/in het huis’, parkta ‘in het park’, okulda ‘op school’. Voor het gebruik van var en yok hoef je die vier vormen niet allemaal tegelijk uit het hoofd te leren; herken eerst vooral dat de plaats meestal een uitgang krijgt.

Met yok blijft de opbouw hetzelfde:

  • Dolapta süt var. — Er is melk in de koelkast.
  • Dolapta süt yok. — Er is geen melk in de koelkast.

Var en yok veranderen niet mee met het aantal:

  • Bahçede bir kedi var. — Er is één kat in de tuin.
  • Bahçede üç kedi var. — Er zijn drie katten in de tuin.
  • Bahçede kediler var. — Er zijn katten in de tuin.

Na een telwoord staat het Turkse zelfstandig naamwoord normaal in het enkelvoud: üç kedi, niet üç kediler. Zonder telwoord kan kediler var wel.

Bir gebruiken of weglaten

Bir betekent zowel ‘één’ als, in veel zinnen, ‘een’. Bij één telbaar en nog niet nader bepaald voorwerp is het vaak de natuurlijkste keuze:

  • Masada bir anahtar var. — Er ligt een sleutel op tafel.

Zonder bir kan het zelfstandig naamwoord algemener klinken, alsof het gaat om aanwezigheid, voorraad of een soort zaak:

  • Evde kahve var. — Er is koffie in huis.
  • Yakında eczane var. — Er is een apotheek in de buurt.

Gebruik bij een ontkenning meestal geen bir als Nederlands ‘geen’ volstaat: Evde televizyon yok betekent ‘Er is thuis geen televisie.’ Bir ... yok is wel mogelijk wanneer je nadrukkelijk ‘niet één’ of ‘geen enkele’ bedoelt.

Aanwezigheid is niet hetzelfde als een bekende plaats aangeven

Vergelijk deze twee zinnen:

  • Masada bir anahtar var. — Er ligt een sleutel op tafel.
  • Anahtar masada. — De sleutel ligt/is op tafel.

In de eerste zin introduceer je het bestaan van een sleutel. In de tweede zin weet de gesprekspartner al om welke sleutel het gaat en vertel je waar die is. Nederlands gebruikt in beide vertalingen gemakkelijk liggen, maar het Turks maakt dit verschil zonder een apart werkwoord. Anahtar masada var is daarom meestal niet de neutrale manier om te zeggen waar een bekende sleutel ligt.

Vragen met var mı? en yok mu?

Voor een ja-neevraag zet je het vraagpartikel mı los achter var. In deze combinatie is de vorm altijd mı, omdat de laatste klinker van var een a is:

Mededeling Vraag Korte antwoorden
Burada tuvalet var. Burada tuvalet var mı? Evet, var. / Hayır, yok.
Otelde havuz yok. Otelde havuz yok mu? Evet, yok. / Hayır, var.

De tweede rij verdient aandacht. Otelde havuz yok mu? vraagt letterlijk ‘Is er geen zwembad in het hotel?’ Wie bevestigt dat er inderdaad geen zwembad is, kan Evet, yok zeggen: ‘Ja, er is er geen.’ Om misverstanden te voorkomen is een volledig antwoord vaak duidelijker dan alleen evet of hayır.

Schrijf var mı en yok mu steeds als twee woorden. In informele uitspraak vloeien ze soms samen, maar de spelling blijft los.

Bezit: ‘hebben’ zonder een gewoon werkwoord hebben

Voor gewoon bezit krijgt het bezeten ding een bezitsuitgang. Daarna volgt var of yok. Met para ‘geld’ ziet het patroon er zo uit:

Bezitter Vorm met para Met var Nederlandse betekenis
ik param Param var. Ik heb geld.
jij paran Paran var. Jij hebt geld.
hij/zij parası Parası var. Hij/zij heeft geld.
wij paramız Paramız var. Wij hebben geld.
jullie/u paranız Paranız var. Jullie hebben/u heeft geld.
zij paraları Paraları var. Zij hebben geld.

De precieze klinker in zo’n uitgang verandert door de klinkerharmonie. Daarom krijg je bijvoorbeeld evim ‘mijn huis’, arabam ‘mijn auto’ en çocuğum ‘mijn kind’. Bij sommige woorden verandert ook een medeklinker: kitap wordt kitabım ‘mijn boek’. Dat zijn regels van de bezitsuitgangen; het gebruik van var en yok blijft gelijk.

Een persoonlijk voornaamwoord in de genitief, de vorm die de bezitter markeert, kan erbij voor nadruk of duidelijkheid:

  • Benim param var. — Ík heb geld.
  • Senin paran yok. — Jij hebt geen geld.
  • Onun arabası var. — Hij/zij heeft een auto.

Meestal maakt de uitgang al duidelijk wie de bezitter is, zodat benim, senin en vergelijkbare woorden weg kunnen. Een vraag volgt hetzelfde patroon: Vaktin var mı? ‘Heb je tijd?’

Er bestaat daarnaast een veelgebruikte constructie waarin de bezitter als plaats wordt voorgesteld: Bende nakit yok betekent letterlijk ongeveer ‘Bij mij is geen contant geld’ en dus ‘Ik heb geen contant geld bij me.’ Vergelijk:

  • Arabam var. — Ik heb een auto; de auto wordt als mijn bezit aangeduid.
  • Bende anahtar var. — Ik heb de sleutel bij me; de sleutel bevindt zich bij mij.

In gesprekken kan die grens minder scherp zijn, maar voor beginners is arabam var het veiligste basispatroon voor eigendom.

Voorbeelden in context

Turks Nederlands Opmerking
Masada bir kitap var. Er ligt een boek op tafel. Eén nog niet nader bepaald voorwerp
Mutfakta kimse yok. Er is niemand in de keuken. Afwezigheid van een persoon
Bu sokakta iki restoran var. In deze straat zijn twee restaurants. Na iki blijft restoran enkelvoud
Evde ekmek yok. Er is geen brood in huis. Ontbrekende voorraad
Burada market var mı? Is hier een supermarkt? Neutrale ja-neevraag
Yakında otopark var mı? Is er een parkeerplaats in de buurt? Handige vraag onderweg
Bugün ders yok. Vandaag is er geen les. Een activiteit die niet plaatsvindt
Çantamda su var. Er zit water in mijn tas. Plaats met de uitgang -da
Param yok. Ik heb geen geld. Bezitsuitgang voor ‘mijn’
Bir sorum var. Ik heb een vraag. Letterlijk: ‘Mijn vraag bestaat’
Kardeşin var mı? Heb je een broer of zus? Kardeş maakt het geslacht niet duidelijk
Onun iki çocuğu var. Hij/zij heeft twee kinderen. Bezitter expliciet genoemd
Bugün vaktimiz yok. Vandaag hebben we geen tijd. Bezitsuitgang voor ‘ons’
Bende bilet var, sende var mı? Ik heb een kaartje bij me; heb jij er een? Bende/sende: bij mij/bij jou
Merak etme, sorun yok. Maak je geen zorgen, er is geen probleem. Veelgebruikte geruststelling

Veelgemaakte fouten

Değil gebruiken in plaats van yok

  • Onjuist: Masada kitap var değil.
  • Juist: Masada kitap yok.
  • Waarom: Voor niet-bestaan of afwezigheid is yok zelf de ontkennende vorm. Değil ‘niet’ hoort bij andere soorten naamwoordelijke zinnen en is hier niet de gewone ontkenning van var.

De bezitsuitgang vergeten

  • Onjuist: Ben para var.
  • Juist: Param var. of Benim param var.
  • Waarom: De bezitter staat niet simpelweg als Nederlands onderwerp vóór var. Het bezeten ding krijgt een uitgang: para-m, ‘mijn geld’.

Mı vastschrijven

  • Onjuist: Burada banka varmı?
  • Juist: Burada banka var mı?
  • Waarom: Het Turkse vraagpartikel wordt los geschreven, ook al hoort het in uitspraak nauw bij het voorafgaande woord.

Var laten overeenkomen met het meervoud

  • Onjuist: Odada insanlar varlar.
  • Juist: Odada insanlar var.
  • Waarom: In een gewone bestaanszin blijft var onveranderd, ook wanneer er meerdere mensen of dingen zijn.

Een bestaanszin gebruiken voor de plaats van een bekend voorwerp

  • Minder natuurlijk: Telefon masada var.
  • Juist: Telefon masada.
  • Waarom: Als de telefoon al bekend is en je alleen de plaats noemt, is var niet nodig. Zeg Masada bir telefon var wanneer je juist meldt dat er een telefoon op tafel ligt.

Nederlands hebben altijd letterlijk nabouwen

  • Onjuist als basispatroon: Ben bir arabaya sahibim voor elke alledaagse mededeling over een auto.
  • Gewoon: Arabam var.
  • Waarom: Sahip olmak betekent ‘bezitten’ of ‘eigenaar zijn’ en is mogelijk, maar klinkt nadrukkelijker. Voor alledaags bezit is de constructie met een bezitsuitgang en var meestal eenvoudiger en natuurlijker.

Gebruiksnotities

Var mı?, Yok en Sorun yok kunnen zelfstandig als korte uiting voorkomen. In een winkel kan iemand bijvoorbeeld vragen Su var mı? ‘Is er water?’ Het antwoord kan simpelweg Var of Yok zijn. Dat klinkt in het Turks volledig; je hoeft geen equivalent van Nederlands ja, dat hebben we toe te voegen.

De Nederlandse vertaling hangt sterk van de situatie af. Var kan in het Nederlands worden weergegeven met er is, er zijn, hebben, beschikbaar zijn, liggen of zitten. Otobüs var kan bijvoorbeeld betekenen dat er een bus is of dat er een busverbinding beschikbaar is. Leer daarom de Turkse constructie als één betekenispatroon en zoek niet voor ieder geval hetzelfde Nederlandse werkwoord.

Niet elk Nederlands gebruik van hebben wordt een Turkse zin met var. Voor leeftijd zeg je bijvoorbeeld Yirmi yaşındayım ‘Ik ben twintig jaar’, en voor lichamelijke klachten gebruikt het Turks vaak een eigen uitdrukking, zoals Başım ağrıyor ‘Ik heb hoofdpijn’ (letterlijk: ‘Mijn hoofd doet pijn’). Var/yok is dus het basispatroon voor bezit en aanwezigheid, niet een automatische vervanging van ieder Nederlands hebben.

De woordvolgorde kan veranderen om een onderdeel te benadrukken. Bu mahallede park yok is neutraal. In een contrast kan Park bu mahallede yok benadrukken dat het park juist niet in déze wijk is. Als beginner kun je veilig de volgorde plaats + zaak + var/yok aanhouden.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende vormen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

Tijd, voorwaarde en informatie uit de tweede hand

Var en yok kunnen uitgangen krijgen om tijd of houding van de spreker uit te drukken:

Vorm Voorbeeld Betekenis
vardı Dün toplantı vardı. Gisteren was er een vergadering.
yoktu Evde kimse yoktu. Er was niemand thuis.
varmış Burada iyi bir lokanta varmış. Naar het schijnt is hier een goed restaurant.
yokmuş Bugün ders yokmuş. Naar ik hoor is er vandaag geen les.
varsa Sorun varsa beni ara. Bel me als er een probleem is.
yoksa Vaktin yoksa yarın konuşalım. Als je geen tijd hebt, laten we morgen praten.

Voor een toekomstige gebeurtenis gebruikt het Turks vaak olacak ‘zal plaatsvinden/zijn’: Yarın toplantı olacak ‘Morgen zal er een vergadering zijn.’ Bij een duidelijke tijdsbepaling is ook de eenvoudige vorm gangbaar: Yarın toplantı var ‘Morgen is er een vergadering.’

Varım en yokum bij personen

Met persoonsuitgangen kunnen varım en yokum betekenen dat iemand aanwezig, beschikbaar of juist afwezig is:

  • Ben varım. — Ik ben erbij / reken op mij.
  • Bugün ofiste yokum. — Ik ben vandaag niet op kantoor.

Dit is niet hetzelfde als de gewone plaatszin Evdeyim ‘Ik ben thuis’. Gebruik varım dus niet als algemene vertaling van Nederlands ik ben.

Bende, ben de en bende de

Deze bijna gelijke vormen hebben verschillende functies:

  • Bende var. — Ik heb het / het is bij mij.
  • Ben de varım. — Ik doe ook mee / ik ben er ook bij.
  • Bende de var. — Ik heb er ook een.

In bende is -de een plaatsuitgang en wordt het aan ben vast geschreven. In ben de is de een los woord dat ‘ook’ betekent. Dit spellingverschil kan de hele betekenis veranderen.

Oefentips

  1. Maak plaatsparen. Kies vijf bekende plaatsen, bijvoorbeeld evde, çantada en okulda. Maak bij elke plaats één zin met var en één met yok: Çantada kalem var. Çantada defter yok.
  2. Oefen bezit met voorwerpen uit je eigen leven. Zeg hardop Arabam var/yok, Vaktim var/yok, Bir sorum var en verander daarna de bezitter: Vaktin var mı? Vaktimiz yok. Zo leer je var/yok tegelijk met de bezitsuitgangen.
  3. Train korte vraaggesprekken. Vraag Yakında ... var mı? en antwoord steeds met een volledige combinatie: Evet, var of Hayır, yok. Voeg daarna een plaats of aantal toe om de zin realistischer te maken.

Verwante onderwerpen

Meer A1-concepten