A2

Indirecte rede in het Koreaans

간접 화법

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Koreaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met de indirecte rede geef je weer wat iemand zegt, vraagt of opdraagt zonder de precieze woorden letterlijk te citeren. In het Koreaans kies je de uitgang volgens het soort boodschap: -다고 voor een mededeling, -냐고 voor een vraag, -(으)라고 voor een opdracht en -자고 voor een voorstel. Daarna volgt meestal 하다 ‘zeggen’, vaak als 해요 of 했어요.

Overzicht

In het Nederlands kunnen we zeggen: ‘Mina zegt dat ze gaat’, ‘Hij vroeg wat het was’ en ‘De docent zei dat we moesten luisteren’. Het Koreaans gebruikt daarvoor geen los woord dat precies overeenkomt met Nederlands dat. De geciteerde bijzin krijgt in plaats daarvan een speciale uitgang. Die uitgang laat meteen zien of de oorspronkelijke boodschap een mededeling, vraag, opdracht of voorstel was.

Dit onderwerp wordt op A2-niveau geïntroduceerd, maar steunt op iets dat je al kent: de stam van een werkwoord of beschrijvend werkwoord. Een beschrijvend werkwoord is een Koreaans woord dat in het Nederlands vaak met ‘zijn + bijvoeglijk naamwoord’ wordt vertaald, zoals 맛있다 ‘lekker zijn’ en 크다 ‘groot zijn’. Je hoeft voor de basis maar vier patronen te herkennen.

Een belangrijk verschil met het Nederlands is dat de Koreaanse geciteerde bijzin zelf de relevante tijd aangeeft. In 갔다고 했어요 staat 갔다- al in de verleden tijd: ‘hij/zij zei dat iemand was gegaan’. Het laatste werkwoord, 했어요, vertelt wanneer het zeggen plaatsvond. Je hoeft dus niet automatisch de tijd van de geciteerde handeling aan te passen alleen omdat 하다 in de verleden tijd staat.

Zo werkt het

De algemene bouw is:

[inhoud van de boodschap + citaatuitgang] + 하다/말하다/묻다

Het laatste werkwoord wordt op de gewone manier vervoegd:

  • 한다고 해요 — zegt dat … / men zegt dat …
  • 한다고 했어요 — zei dat …
  • 한다고 말했어요 — zei dat …
  • 하냐고 물었어요 — vroeg of/wat …

Het onderwerp wordt in het Koreaans vaak weggelaten als het uit de situatie duidelijk is. Daardoor kan 간다고 했어요 afhankelijk van de context ‘hij zei dat hij ging’, ‘zij zei dat ze ging’ of ‘ik zei dat ik ging’ betekenen.

Vier soorten boodschappen

Soort boodschap Basisuitgang Kernbetekenis Voorbeeld
Mededeling -다고 zeggen dat … 맛있다고 했어요.
Vraag -냐고 vragen of/wat … 어디에 가냐고 물었어요.
Opdracht -(으)라고 zeggen dat iemand iets moet doen 기다리라고 했어요.
Voorstel -자고 voorstellen om samen iets te doen 같이 먹자고 했어요.

1. Mededelingen met -다고

Bij een handelingswerkwoord in de tegenwoordige tijd hangt de vorm af van de laatste klank van de stam.

Woordsoort of tijd Vorm Voorbeeld Betekenis
Handelingswerkwoord, stam eindigt op klinker -ㄴ다고 가다 → 간다고 dat iemand gaat
Handelingswerkwoord, stam eindigt op medeklinker -는다고 먹다 → 먹는다고 dat iemand eet
Handelingswerkwoord, stam eindigt op ㄹ ㄹ vervalt + -ㄴ다고 살다 → 산다고 dat iemand woont/leeft
Beschrijvend werkwoord -다고 맛있다 → 맛있다고 dat het lekker is
있다 / 없다 -다고 있다고 / 없다고 dat er iets is / niet is
Zelfstandig naamwoord + 이다 -(이)라고 학생이라고 / 의사라고 dat iemand leerling / arts is

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, ding of begrip, zoals ‘arts’ of ‘plan’. Na een medeklinker gebruik je 이라고: 학생이라고. Na een klinker gebruik je 라고: 의사라고.

Voor verleden tijd zet je eerst -았/었- in de geciteerde bijzin en daarna -다고:

  • 가다 → 갔다고 했어요 — zei dat iemand was gegaan
  • 먹다 → 먹었다고 했어요 — zei dat iemand had gegeten
  • 맛있다 → 맛있었다고 했어요 — zei dat het lekker was

Voor een toekomstige verwachting of plan is -(으)ㄹ 거라고 heel gebruikelijk:

  • 내일 갈 거라고 했어요. — Hij/zij zei morgen te zullen gaan.
  • 늦을 거라고 생각해요. — Ik denk dat het laat zal worden.

Let op: -(이)라고 bij een zelfstandig naamwoord lijkt op -(으)라고 bij een opdracht. De woordsoort en de context maken het verschil: 의사라고 했어요 betekent ‘zei dat hij/zij arts was’, maar 오라고 했어요 betekent ‘zei dat iemand moest komen’.

2. Vragen met -냐고

Een indirecte vraag eindigt op -냐고 en wordt vaak gevolgd door 묻다 of 물어보다, beide met de betekenis ‘vragen’. In alledaagse gesprekken hoor je vaak de korte vormen 가냐고, 먹냐고, 좋냐고 en 뭐냐고.

In zorgvuldigere of formelere taal zie je meer onderscheid:

Type Uitgang Voorbeeld
Handelingswerkwoord, tegenwoordige tijd -느냐고 먹느냐고, 가느냐고
Beschrijvend werkwoord -(으)냐고 작으냐고, 비싸냐고
Zelfstandig naamwoord + 이다 -(이)냐고 학생이냐고, 의사냐고
Verleden tijd -았/었냐고 갔냐고, 먹었냐고

Voor A2 is de veelvoorkomende spreektaal met -냐고 het belangrijkst. Je zult de langere vormen echter in geschreven taal en formele situaties tegenkomen.

Een vraagwoord blijft in de geciteerde bijzin staan:

  • 어디에 가요? → 어디에 가냐고 물었어요. — vroeg waar iemand heen ging
  • 뭐예요? → 뭐냐고 물었어요. — vroeg wat het was
  • 언제 왔어요? → 언제 왔냐고 물었어요. — vroeg wanneer iemand was gekomen

De beleefdheidsuitgang -요 uit de oorspronkelijke zin blijft niet staan. Je zet dus niet simpelweg -냐고 achter een volledige beleefde vraag.

3. Opdrachten met -(으)라고

Voor een opdracht gebruik je de stam van een handelingswerkwoord:

Einde van de stam Uitgang Voorbeeld
Klinker of ㄹ -라고 가다 → 가라고; 만들다 → 만들라고
Andere medeklinker -으라고 먹다 → 먹으라고; 앉다 → 앉으라고

가라고 했어요 betekent letterlijk ongeveer ‘zei: ga’, maar natuurlijk Nederlands is vaak ‘zei dat ik/hij/zij moest gaan’ of ‘droeg mij/hem/haar op te gaan’. Het Koreaans noemt de ontvanger alleen als dat nodig is: 선생님이 학생들에게 앉으라고 했어요 ‘De docent zei tegen de leerlingen dat ze moesten gaan zitten.’

Een ontkennende opdracht wordt meestal gevormd met -지 말라고:

  • 걱정하지 말라고 했어요. — Hij/zij zei dat ik me geen zorgen moest maken.
  • 문을 열지 말라고 했어요. — Hij/zij zei dat de deur niet open mocht.

4. Voorstellen met -자고

Gebruik -자고 wanneer de oorspronkelijke spreker voorstelt om samen iets te doen. De vorm verandert niet na een klinker of medeklinker:

  • 가다 → 가자고 했어요 — stelde voor om te gaan
  • 먹다 → 먹자고 했어요 — stelde voor om te eten
  • 만나다 → 만나자고 했어요 — stelde voor om af te spreken

Een negatief voorstel krijgt -지 말자고: 오늘은 나가지 말자고 했어요 ‘Hij/zij stelde voor om vandaag niet uit te gaan.’

Het Nederlandse ‘zullen we …?’ kan zowel een echte vraag als een voorstel zijn. In het Koreaans kijk je naar de bedoeling. Is het een voorstel om samen te handelen, dan past -자고 meestal beter dan -냐고.

De twee tijden uit elkaar houden

In een zin met indirecte rede kunnen twee momenten voorkomen:

Koreaans Tijd van de boodschap Tijd van zeggen Nederlandse betekenis
간다고 해요 tegenwoordige tijd tegenwoordige tijd Hij/zij zegt dat iemand gaat.
간다고 했어요 tegenwoordige of geplande handeling verleden tijd Hij/zij zei dat iemand ging/zou gaan.
갔다고 해요 verleden tijd tegenwoordige tijd Hij/zij zegt dat iemand is gegaan.
갔다고 했어요 verleden tijd verleden tijd Hij/zij zei dat iemand was gegaan.

Nederlands past de tijd in de bijzin vaak aan aan het perspectief van het vertellen: ‘Ze zegt: ik ga’ wordt ‘Ze zei dat ze ging’. Koreaans houdt sterker vast aan de vorm die de gebeurtenis vanuit de oorspronkelijke boodschap beschrijft. Vertaal daarom op betekenis en probeer niet elk Nederlands werkwoord één op één naar dezelfde tijd over te zetten.

Voorbeelden in context

Koreaans Nederlands Toelichting
민수가 내일 간다고 했어요. Minsu zei dat hij morgen zou gaan. Mededeling met een handelingswerkwoord.
유나가 그 식당은 맛있다고 해요. Yuna zegt dat dat restaurant lekker is. Beschrijvend werkwoord met -다고.
준호가 학생이라고 했어요. Junho zei dat hij leerling was. Zelfstandig naamwoord na een medeklinker.
언니가 의사라고 했어요. Mijn oudere zus zei dat ze arts was. Zelfstandig naamwoord na een klinker.
어제 비가 왔다고 들었어요. Ik heb gehoord dat het gisteren regende. De geciteerde gebeurtenis staat in de verleden tijd.
몇 시에 오냐고 물었어요. Hij/zij vroeg hoe laat ik zou komen. Vraag met een vraagwoord.
이게 뭐냐고 물었어요. Hij/zij vroeg wat dit was. 뭐이다 wordt 뭐냐고.
음식이 맵냐고 물어봤어요. Hij/zij vroeg of het eten pittig was. Ja-neevraag met een beschrijvend werkwoord.
선생님이 조용히 하라고 했어요. De docent zei dat we stil moesten zijn. Opdracht met -라고.
의사가 약을 먹으라고 했어요. De arts zei dat ik het medicijn moest innemen. Opdracht na een medeklinker: -으라고.
엄마가 늦지 말라고 했어요. Mijn moeder zei dat ik niet te laat moest komen. Ontkennende opdracht met -지 말라고.
친구가 같이 점심을 먹자고 했어요. Een vriend stelde voor samen te lunchen. Voorstel om iets samen te doen.
오늘은 집에서 쉬자고 했어요. Hij/zij stelde voor vandaag thuis uit te rusten. Voorstel met -자고.
팀장이 회의가 길어질 거라고 했어요. De teamleider zei dat de vergadering langer zou duren. Verwachting met -(으)ㄹ 거라고.
저는 괜찮다고 말했어요. Ik zei dat het met mij goed ging. Het onderwerp maakt duidelijk wie sprak.

Veelgemaakte fouten

1. -다고 zonder aanpassing achter elk werkwoord zetten

  • Onjuist: 가다고 했어요.
  • Juist: 간다고 했어요.
  • Waarom: Een handelingswerkwoord met een stam op een klinker krijgt in de tegenwoordige tijd -ㄴ다고. Bij 먹다 is het 먹는다고, niet 먹다고.

2. De beleefde uitgang -요 laten staan

  • Onjuist: 가요다고 했어요.
  • Juist: 간다고 했어요.
  • Waarom: De citaatuitgang komt aan de werkwoordstam of aan een al gevormde tijdsvorm. De beleefdheid van de hele zin staat op het laatste werkwoord: 했어요.

3. Een naamwoord behandelen als een beschrijvend werkwoord

  • Onjuist: 학생다고 했어요.
  • Juist: 학생이라고 했어요.
  • Waarom: Na een zelfstandig naamwoord met eindmedeklinker gebruik je 이라고. Na een klinker gebruik je 라고, zoals in 의사라고.

4. Een vraag als mededeling doorgeven

  • Onjuist: 어디에 간다고 물었어요. als je bedoelt ‘Hij vroeg waar ik heen ging.’
  • Juist: 어디에 가냐고 물었어요.
  • Waarom: De oorspronkelijke boodschap is een vraag, dus hoort er een vraaguitgang bij. -다고 물었어요 kan in een bijzondere context betekenen dat iemand vroeg of een bepaalde mededeling gedaan was, maar is niet de gewone vorm voor ‘waarheen?’.

5. -라고 gebruiken na een volledige beleefde opdracht

  • Onjuist: 들으세요라고 했어요.
  • Juist: 들으라고 했어요.
  • Waarom: Verwijder -(으)세요 en vorm de indirecte opdracht vanaf de stam. Bij 듣다 verandert de stam hier volgens het bekende onregelmatige patroon in 들으-.

6. Een voorstel en een opdracht verwarren

  • Onjuist: 같이 먹으라고 했어요. als de spreker voorstelde samen te eten.
  • Juist: 같이 먹자고 했어요.
  • Waarom: 먹으라고 is een opdracht aan iemand anders; 먹자고 nodigt de ander uit tot een gezamenlijke handeling.

Gebruiksnotities

하다 is het neutrale en zeer frequente werkwoord na deze uitgangen. Je kunt een preciezer werkwoord kiezen als de situatie daarom vraagt: 말하다 ‘zeggen’, 묻다/물어보다 ‘vragen’, 듣다 ‘horen’, 생각하다 ‘denken’ en 약속하다 ‘beloven’. Zo betekent 맛있다고 생각해요 ‘Ik denk dat het lekker is’, zonder dat iemand die woorden hardop heeft gezegd.

De indirect geciteerde bijzin heeft normaal geen eigen beleefdheidsuitgang. Beleefdheid tegenover je huidige gesprekspartner druk je uit op het laatste werkwoord: 물었어 is informeel, 물었어요 beleefd en 물었습니다 formeel. Dit betekent niet dat de oorspronkelijke spreker onbeleefd sprak; de indirecte vorm bewaart simpelweg niet alle oorspronkelijke zinsuitgangen.

Omdat Koreaanse voornaamwoorden vaak worden weggelaten, kan de Nederlandse vertaling meer informatie lijken te bevatten. In 가라고 했어요 vertelt de grammatica niet vanzelf wie moest gaan. Voeg zo nodig een ontvanger toe met 에게/한테: 저한테 가라고 했어요 ‘Hij/zij zei tegen mij dat ik moest gaan.’ Vertrouw niet op Nederlandse woorden als ‘ik’, ‘hij’ of ‘zij’ als die alleen uit de context zijn afgeleid.

In gesproken Koreaans kan -냐고 nadrukkelijk of geïrriteerd klinken wanneer het rechtstreeks als herhaalde vraag wordt gebruikt: 뭐 하냐고! betekent ongeveer ‘Ik vraag wat je aan het doen bent!’ Dat gebruik lijkt qua vorm op indirecte rede, maar functioneert in het gesprek als aandringende herhaling.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze vaak horen.

Verkorte vormen in de spreektaal

Combinaties met 하다 worden in gesprekken geregeld samengetrokken:

Volledige vorm Verkorte vorm Gebruik
-다고 해요 -대요 mededeling: 간대요
-(이)라고 해요 -(이)래요 mededeling met een naamwoord: 의사래요
-냐고 해요 -냬요 vraag: 언제 오냬요
-자고 해요 -재요 voorstel: 같이 가재요
-(으)라고 해요 -(으)래요 opdracht: 기다리래요

맛있대요 kan dus betekenen ‘Men zegt dat het lekker is’ of ‘Ik hoor dat het lekker is’. Deze verkortingen hebben vaak de bijklank van informatie die via iemand anders komt. Dat uitgebreidere verschil hoort bij het latere onderwerp over doorvertelde informatie.

Indirecte citaten die een zelfstandig naamwoord bepalen

Een citaat kan voor een naamwoord staan en dat nader omschrijven. Dan verschijnen vormen als -다고 한, -냐는 en -(으)라는:

  • 내일 온다고 한 사람 — de persoon die zei morgen te komen
  • 왜 늦었냐는 질문 — de vraag waarom iemand te laat was
  • 기다리라는 말 — de mededeling/opdracht om te wachten

Dit is een combinatie met een betrekkelijke vorm: een werkwoordsvorm die voor een zelfstandig naamwoord staat en er extra informatie over geeft. Herken eerst de citaatuitgang; analyseer daarna welk naamwoord wordt omschreven.

Verzoeken met 주다 en 달라고

Bij doorgegeven verzoeken kan het perspectief belangrijk worden. 달라고 하다 wordt gebruikt wanneer iemand vraagt dat iets aan hem of haar wordt gegeven of voor hem of haar wordt gedaan; 주라고 하다 kan betekenen dat iemand opdraagt iets aan een ander te geven of voor een ander te doen. Bijvoorbeeld: 민수가 물을 달라고 했어요 betekent ‘Minsu vroeg om water’. Dit systeem hangt samen met Koreaanse werkwoorden voor ‘geven’ en wordt later nauwkeuriger behandeld bij gerapporteerde opdrachten en verzoeken.

Oefentips

  1. Werk met vier kleuren. Schrijf een mededeling, vraag, opdracht en voorstel elk in een andere kleur. Zet bijvoorbeeld 가요, 어디에 가요?, 가세요 en 같이 가요 om in 간다고, 어디에 가냐고, 가라고 en 같이 가자고.
  2. Oefen de twee tijdslagen apart. Houd eerst de boodschap gelijk en verander alleen het laatste werkwoord: 간다고 해요 → 간다고 했어요. Houd daarna 했어요 gelijk en verander de geciteerde tijd: 간다고 했어요 → 갔다고 했어요 → 갈 거라고 했어요.
  3. Vertel een kort gesprek na. Luister naar twee of drie zinnen uit een Koreaanse video en vat ze samen met -다고 했어요, -냐고 물었어요 of -자고 했어요. Controleer vooral of je niet per ongeluk -요 in de geciteerde bijzin hebt laten staan.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

De beleefde uitgang -아/어요 in het KoreaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Oefen 간접 화법 in Koreaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Koreaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen