A1

Other Prepositions

Altre Preposizioni

Overige voorzetsels in het Italiaans

Overzicht

Naast de kernvoorzetsels di, a, da, in heeft het Italiaans vier andere eenvoudige voorzetsels die je op A1-niveau voortdurend zult gebruiken: con (met), su (op/over), per (voor/door) en tra/fra (tussen/onder/over). Deze voorzetsels zijn eenvoudiger in gebruik omdat ze — anders dan di, a, da en in — niet regelmatig samentrekken met de lidwoorden.

Elk van deze voorzetsels heeft meerdere betekenissen afhankelijk van de context. Als je hun meest voorkomende gebruik vroeg leert herkennen, zul je natuurlijkere zinnen bouwen en alledaagse Italiaanse gesprekken beter begrijpen.

Hoe het werkt

Con (met)

Betekenis Gebruik
Gezelschap Iets samen met iemand doen
Instrument/middel Iets gebruiken om een handeling uit te voeren
Wijze Beschrijven hoe iets gedaan wordt

Su (op, over)

Betekenis Gebruik
Positie op een oppervlak Iets dat op iets anders ligt
Onderwerp/thema Praten of schrijven over iets
Benadering Ongeveer, rond (bij getallen)

Per (voor, door, om te)

Betekenis Gebruik
Doel/ontvanger Voor iemand of met een bepaald doel
Duur Gedurende een periode
Doorgang Door een plaats heen gaan
Oorzaak/reden Vanwege iets

Tra / Fra (tussen, onder, over)

Betekenis Gebruik
Positie ertussen Zich tussen twee dingen bevinden
Binnen een groep Onder een groep mensen of dingen
Toekomstige tijd Over een bepaalde periode vanaf nu

Opmerking: Tra en fra zijn volledig uitwisselbaar in betekenis. Italianen kiezen vaak de vorm die fonetisch beter klinkt — bijvoorbeeld "fra tre giorni" vermijdt de herhaling van "tra tre."

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Voorzetsel en gebruik
Vado al cinema con Maria. Ik ga met Maria naar de bioscoop. con — gezelschap
Mangio con la forchetta. Ik eet met een vork. con — instrument
Parla con gentilezza. Hij/Zij spreekt met vriendelijkheid. con — wijze
Il libro e sul tavolo. Het boek ligt op de tafel. su — positie
Un libro su Roma. Een boek over Rome. su — onderwerp
Costa sui venti euro. Het kost ongeveer twintig euro. su — benadering
Questo regalo e per te. Dit cadeau is voor jou. per — ontvanger
Studio italiano per un anno. Ik studeer Italiaans gedurende een jaar. per — duur
Passo per il centro. Ik ga door het centrum. per — doorgang
Il treno parte tra dieci minuti. De trein vertrekt over tien minuten. tra — toekomstige tijd
La farmacia e tra la banca e il bar. De apotheek is tussen de bank en het cafe. tra — positie ertussen
Fra tutti i colori, preferisco il blu. Van alle kleuren geef ik de voorkeur aan blauw. fra — binnen een groep
Chiuso per ferie. Gesloten wegens vakantie. per — oorzaak

Veelgemaakte fouten

"Per" en "da" verwarren bij duur

  • Fout: Studio italiano da un anno. (wanneer je bedoelt dat je in totaal een jaar gaat studeren)
  • Goed: Studio italiano per un anno.
  • Waarom: "Per" geeft een geplande duur aan (gedurende een jaar). "Da" geeft aan sinds wanneer iets begonnen is (ik studeer al een jaar). In het Nederlands is dit het verschil tussen "gedurende een jaar" en "al een jaar" / "sinds een jaar".

"Tra/fra" gebruiken voor het verleden

  • Fout: Sono arrivato tra due ore.
  • Goed: Sono arrivato dopo due ore. / Arrivo tra due ore.
  • Waarom: Tra/fra in tijdsuitdrukkingen verwijst alleen naar de toekomst. Voor gebeurtenissen in het verleden gebruik je "dopo" (na/daarna).

Vergeten dat "su" samentrekt met lidwoorden

  • Fout: Il gatto e su il tavolo.
  • Goed: Il gatto e sul tavolo.
  • Waarom: Het voorzetsel "su" vormt samengetrokken vormen met de bepaalde lidwoorden: sul, sullo, sulla, sui, sugli, sulle, sull'.

Het lidwoord weglaten na "con" bij lichaamsdelen

  • Fout: Un uomo con capelli neri.
  • Goed: Un uomo con i capelli neri.
  • Waarom: Lichaamsdelen en persoonlijke kenmerken vereisen in het Italiaans het bepaald lidwoord na "con" — "con i capelli," "con gli occhi."

"Per" gebruiken waar het Italiaans geen voorzetsel heeft

  • Fout: Cerco per un lavoro.
  • Goed: Cerco un lavoro.
  • Waarom: Het werkwoord "cercare" (zoeken) bevat al het idee van "zoeken naar" — het neemt een lijdend voorwerp zonder voorzetsel, net als "zoeken" in het Nederlands.

Tips om te oefenen

  1. Groepeer per voorzetsel en oefen: Kies een voorzetsel per dag en schrijf vijf zinnen met verschillende betekenissen (bijvoorbeeld maandag = con voor gezelschap, instrument, wijze). Deze gerichte herhaling bouwt sneller automatismen op dan alle vier tegelijk door elkaar te oefenen.

  2. Klanktest voor tra/fra: Wanneer je kunt kiezen tussen tra en fra, zeg de zin hardop. Als het volgende woord met "tr-" begint, gebruik "fra" (fra tre giorni). Als het met "fr-" begint, gebruik "tra" (tra fratelli). Het is geen regel, maar een kwestie van stijl die je Italiaans eleganter laat klinken.

  3. Beschrijf je omgeving: Oefen "su" door te beschrijven waar voorwerpen in je kamer liggen (il telefono e sul letto, la tazza e sul tavolo). Breid dan uit naar "tra" door voorwerpen tussen andere te plaatsen (il libro e tra il computer e la lampada).

Verwante concepten

More A1 concepts

Want to practice Other Prepositions and more Italian grammar? Create a free account to study with spaced repetition.

Get Started Free